Rode zomer, een zomerse vertelling
Altijd maar cicaden
Een zomer in Italië: een ontluikend meisje trekt op met een even lieve als knappe, bloedmooie Italiaanse. Zomerhuizen, een dorpsplein tijdens een WK-finale, een fotograaf met een oorlogstrauma. Wie lekker wil wegdromen in een boek, heeft aan de nieuwe roman van Frouke Arns een goede keuze.
Overigens is dat lekkere weglezen niet van lange duur: de netto 166 bladzijden met ruime zetspiegel maken Rode Zomer qua omvang eerder tot een novelle dan tot een roman, maar vooruit: ‘roman’ is een onbeschermde titel. Je zou het nieuwe boek van Frouke Arns (1964) ook een verhalenbundel kunnen noemen, want de twee delen waaruit het bestaat staan wel in verband met elkaar, maar inhoudelijk slechts losjes. Dit is het derde prozaboek van Arns, die daarnaast schrijfdocent, redacteur en dichter is. In 2015-2016 was ze stadsdichter van Nijmegen.
Weinig taal, veel gevoel
Wat Arns goed kan, is ‘evoceren’`; met weinig taal werelden en gevoelens oproepen. Dus wie de belevenissen van een meisje van elf wil meemaken dat de zomer doorbrengt in een luxe vakantievilla, voornamelijk in gezelschap van een knappe jonge vrouw die op haar moet passen, terwijl de cicaden klinken en de zomerzon de huid verhit, komt aan zijn of haar trekken. En wie terug wil in de tijd en in de jaren twintig per auto door ruig Italiaans berggebied op weg wil naar een wonderlijk paradijselijk palazzo met gotische trekjes, voelt de afstand, de stof en het ongemak terwijl de cicaden hun ding doen. Die cicaden, een insectensoort die in Mediterrane streken zo oorverdovende herrie kunnen maken, komen nét iets te vaak voor in dit boek, zonder nadere betekenis of duiding. Daar had een eindredacteur wel mogen ingrijpen in deze verder strak geredigeerde tekst.
Ronduit spectaculair slot
Wat niet zo goed gaat in Rode Zomer is wat een roman een roman maakt: het onderzoek dat literatuur ook is ontbreekt, en een dwingende ontwikkeling van het plot waardoor gebeurtenissen en geschiedenissen voor de lezer betekenisvolle verbanden met elkaar aangaan en het verlangen oproepen om méér te weten. Daardoor blijft, ondanks het ronduit spectaculaire slot, de catharsis uit, dat moment van ontlading dat al sinds Aristoteles geldt als essentieel voor goede kunst. Het is het gevoel dat alles samenkomt, dan wel definitief uiteenvalt, of welk emotioneel punt er ook wordt gemaakt.
Opzet voor veel grotere roman
Dat ligt deels aan het plot zelf. Een voorwerp dat in de ene tijd wordt gevonden, blijkt op twee manieren samen te hangen met een gebeurtenis in een andere tijd. De geheimzinnige oppas blijkt door bloedlijnen verbonden te zijn met iemand die dat voorwerp kort in handen had. Of eigenlijk juist niet, er komen nogal wat onechte kinderen en niet-biologische vaders voor in dit boek. Als Rode Zomer een opzet is van wat een veel grotere, veel diepgravender roman had moeten worden, dan vallen verschillende verhaalelementen beter te begrijpen. De elfjarige hoofdpersoon heeft bijvoorbeeld een niet-biologische vader, waarmee ze een slechte band heeft, en een moeder die ‘elders verblijft’, maar op het eind wel terugkomt naar het vakantiehuis. Het hoe en waarom daarvan krijgen we niet te weten. Dat had verder uitgewerkt mogen worden, liefst zo zinderend en beeldend als de zwempartij in het bergmeertje en de knappe man op zijn zeilbootje. En hoe de ene niet-vader weerklinkt of weerspiegelt in de andere en voor wie dit alles eigenlijk betekenisvol is, het had er allemaal ingelegd kunnen worden.
Waarom mee met de ex-soldaat?
Zo wordt ook de achtergrond van de oppas snel en schetsmatig verteld: iets met een Italiaans-Amerikaanse achtergrond en gedoe met onechte kinderen en onaardige schoonouders. Daardoor kan het je, wanneer je in het tweede deel langzaam (of sneller dan ik) erachter komt dat de protagonist een link heeft met die Italiaans-Amerikaanse kwestie, eerlijk gezegd niet erg veel schelen. Waarom moeten we meegaan met deze ex-soldaat door de Italiaanse achterlanden? Is het puur om in het bezit te komen van het voorwerp dat we in de eerste vertelling hebben aangetroffen? Waarom zouden we? In dit boek zit dus een veel groter boek verborgen waarvan we nu alleen de contouren zien.
Iets meer disruptie
Ik ben een kniesoor, dat is algemeen bekend. Dus mij valt op dat Rode Zomer knettervol clichés zit. De luxe vakantievilla heeft natuurlijk een eenvoudig, liefdevol lokaal echtpaar dat het onderhoudt en de schakel vormt waardoor de hoofdpersoon in contact komt met de plaatselijke bevolking. Die dorpsbevolking stelt ons vervolgens niet teleur in haar Italiaansheid. Het palazzo op het land heeft precies het soort hal, salon, bibliotheek en tuinkamer die we in honderden boeken en films met een Italiaans tintje bent tegengekomen. De man in de boot vertoont het gedrag dat je van een plotseling opduikende gebruinde man verwacht, de adellijke dame heeft banden met het fascisme, en de oorlogsscènes die aan de basis van het trauma van de fotograaf liggen lijken op duizenden eerder beschreven scènes.
Dit alles mag natuurlijk. En zoals gezegd: het leest lekker weg, de taal voert je mee zoals taal dat kan. Maar iets meer disruptie van het verwachtingspatroon had ik wel prettig gevonden.
Getagd onder
-
Watroman
-
Waarboekhbandel en online
-
Wanneervanaf heden
-
Website