Non fictie: ‘Gravenberch’ opent werelden
Een Surinamer in Nederlands-Indië
In het boek ‘Gravenberch, een reis door honderdvijftig jaar geschiedenis’ hebben heel veel mensen geen gedocumenteerd verleden. Er zijn moeders, maar geen vaders en andersom. Echtgenoten, bij- of voorvrouwen verschijnen in de tijd en lossen op in het niets. Terwijl de tijd voortgaat in een verdwenen wereld. Fascinerend.
Hoe ver terug is 150 jaar nou helemaal, toen Nederlanders nog slaafgemaakten ‘bezaten’? Drie, vier generaties misschien. En nog korter geleden was de tijd waarin Nederland nog een wereldrijk was waar altijd ergens de zon wel scheen. Mijn ouders hebben het nog meegemaakt. In dit boek komt die periode over als aanraakbare geschiedenis en nochtans ook volkomen vreemd.
Persoonlijk betrokken
En dat is knap van de auteur, Nijmegenaar Paul van der Heijden. Hij houdt het persoonlijke juist op een onmoderne manier buiten de deur. Want Van der Heijden, bij velen bekend als een groot kenner van de Romeinse tijd en cultuur (hij publiceerde veel over de Nijmeegs-Romeinse geschiedenis, dreef een tijdje een winkel in nagemaakte Romeinse artefacten) blijkt een nauwe betrekking te hebben met de geschiedenis die verteld wordt in ‘Gravenberch’. Het hoofdpersonage, Jaap Gravenberch, een Surinamer van gemengde afkomst die diende in het Nederlandse leger in Indonesië (‘ons Indië’), was decennialang een boezemvriend van Van der Heijdens opa, al zagen ze elkaar gedurende lange tijd maar één keer in de zes jaar. Het uitgangspunt van het onderzoek waar dit boek een verslag van is, vormen de door die opa bewaarde brieven van Jaap Gravenberch.
Mogelijke verhaallijnen
Van der Heijden wijdt aan zijn persoonlijke betrokkenheid drie alinea’s, in zijn inleiding. Daar vermeldt hij terloops dat het in zijn ouderlijk huis vooral draaide om het oorlogstrauma van zijn vader, opgedaan in de Jappenkampen. Daardoor bleef de geschiedenis van moederszijde onderbelicht, tot de vondst in haar nalatenschap van de brieven van Jaap.
In onze tijd van ‘how can I make this about me’ zouden hier doorheen dit boek twee, drie prachtige persoonlijke verhaallijnen kunnen vloeien. Persoonlijke herinneringen, onverwerkte gevoelens, bedevaartachtige reizen, Van der Heijden die met een kleindochter van Gravenberch terugkeert naar Suriname, de plekken bezoekt waar de opa van Jaap nog als slaafgemaakte geleefd heeft, en naar Indonesië naar al die verschillende plekken waar Jaap alleen, later met zijn gezin geleefd heeft… De auteur moet al deze gevoelens ondergaan hebben en heeft deze reizen ook inderdaad gemaakt, maar dat blijkt (behalve uit de zeer goede gedetailleerde beschrijvingen) alleen uit zijn voor- en dankwoord.
Alle ruimte om zelf te voelen
Tussen die twee geeft hij de lezer alleen feitelijkheden en verantwoorde speculaties. En dat is een verademing: het schept alle ruimte voor die lezer om er zelf van alles bij te voelen. Verwondering, schaamte en vooral het genot om kennis te vergaren en bestaande kennis op zijn plaats te zien vallen.
Centraal thema in dit boek lijkt me de vraag: ‘Hoe komt een Surinamer in een KNIL-uniform in een fotoboek van een Nijmeegse familie (al woonde die op het laatst in Delft)? Daar zitten verhalen over reizen in, toenmalige geopolitieke verhoudingen, rassenverhoudingen en menselijke gevoelens. Om het verhaal helemaal te begrijpen duikt Van der Heijden dieper de geschiedenis in, tot de stamvader van de Gravenberchs, ‘dresneger’ Adolf Gravenberch en zijn slaafgemaakte bestaan, diens vrijlating en het daarbij aannemen van de achternaam die nu op de voorkant van dit boek staat. En om dit leven te vertellen, roept Van der Heijden in korte, effectieve zinnen, onderbouwd met tal van bronnen, een wereld op waar maar weinigen in Nederland nog iets van af (willen) weten. En toch zo kort geleden is.
Deuren worden opengezet
Want wat zouden we ons hier nog bezighouden met de geschiedenis van die voormalige kolonie in De West. Toen niet en ook zeker nu niet. We houden die deur ook gesloten vanwege de misstanden en misdragingen van de blanken daar, die zomaar onze betovergrootvaders zouden kunnen zijn. In dit boek zet Van der Heijden die deur ruim open en biedt een blik op die tijd waarin al die diepzwarte zaken wel degelijk zijn gebeurd, maar waar ook veel ruimte is voor de nuances en de grijstinten die het werkelijke leven zo vaak zo veel kleurrijker maken.
De levensloop van Adolf Gravenberch die het tot zelfstandig gevestigd geneesheer met een eigen kliniek in Paramaribo brengt, vlak na het opheffen van de slavernij, ondanks tegenwerpingen, is een voorbeeld van hoeveel bochten een levenspad kan hebben.
Afzien van literaire kunstgrepen
Knap aan dit boek is dat er maar weinig met sprongen in de tijd gewerkt wordt. We volgen de levens van Adolf en later van zijn kleinzoon Jaap zoals het zich ontwikkelde zonder dat met al te veel vooruitblikken verteld wordt hoe het zal eindigen en zelfs maar waaróm we over hun levens lezen. Het is alweer een literaire kunstgreep waar Van der Heijden heel bewust van afziet: de geschiedenis zelf is interessant, de mensen die daarin hun leven leiden. Soms is de loop der dingen mensen goed gezind, soms zitten ze door omstandigheden of eigen karakter op dood spoor, Van der Heijden schetst steeds de omstandigheden, het wonderlijke leven in de kolonies, post-slavernij Suriname, Indonesië tijdens het cultuurstelsel, de Japanse bezetting en de verwarrende tijd daarna, en we leven hun leven met hen mee.
Dat maakt het verschijnen en verdwijnen van toch best belangrijke personen, zoals de moeder van Jaaps eerste kind, en later ook die zoon, of zoals sommige moeders maar vooral ook vaders in de bloedlijnen van de Gravenberchs, tot iets heel natuurlijks. Maar deels ligt daar ook een harde werkelijkheid onder: over slaafgemaakten werd maar weinig bijgehouden, de zeden in Suriname tussen slavenhouders, slaafgemaakten en verschillende andere bevolkingsgroepen waren los. En de levens van de miljoenen Indonesiërs werden, zacht gezegd, niet heel precies geadministreerd.
Diepgravend spitwerk
Heerlijk zijn de speculaties op basis van diepgravend spitwerk die leemten opvullen. Waar Jaap Gravenberch niets in zijn brieven meldt over zijn wekenlange boottochten op zesjaarlijks verlof, van Indië naar Nederland en van daar weer door naar Suriname, spit Van der Heijden de scheepslijsten door: welk schip was het, wie stond er op de passagierslijst, wie kende Jaap nog van vroeger, met wie zullen hij en zijn vrouw een praatje hebben gemaakt? Ook hier blijft de beschrijving droog. Geen verzonnen conversaties, eerlijk erbij gezegd dat dit een mogelijkheid is, een waarschijnlijkheid maar niet zeker. Van der Heijden vertrouwt erop dat zijn lezers voldoende verbeeldingskracht hebben om hier zelf een verhaal bij te verzinnen, het zijn de feiten waarmee we het moeten doen.
Even dichtbij als exotisch
Dit boek is welgeschreven op een heel eigen wijze, maar met een academische discipline. Het opent vensters op een tijd die even dichtbij is als wonderlijk vreemd en exotisch. Een echte aanrader voor iedereen die meer wil weten over multiculturele, veelgelaagde werelden, en zeker voor wie bereid en in staat is zijn eigen emotionele rollercoaster te organiseren op basis van feiten.
Tegelijk zou ik een boek waarin Paul van der Heijden, al dan niet gestileerd, wél over zijn persoonlijke betrokkenheid, zijn zoektocht naar waarheid, de werkelijkheid en dieper zelfbegrip schrijft, óók graag willen lezen.
Getagd onder
-
Watnon-fictie boek
-
Waarboekhbandel en online