Biënnale Gelderland 2014. ‘Reload, kunst om op te laden’
In Nijmegen zijn veel galerieën met uiteenlopende kunstuitingen. De gebroeders Willems zorgen ervoor dat u gemakkelijker kunt kiezen. Steven Willems bekijkt alle kunst met een onbevangen en ongeleerde blik. Lennart Willems, (ondertussen afgestudeerde) student Kunst- en cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit, is ingehuurd voor zijn deskundige visie. Na een lange tijd van afwezigheid zijn Willems en Willems terug met een recensie. Dit keer zelfs over een kunstexpostie die hoort bij de Biënnale Gelderland 2014.
De Biënnale is een kunstexpositie die sinds begin jaren 90 wordt georganiseerd in Arnhem of Nijmegen. Sinds die tijd is het niet gelukt om elke twee jaar, zoals de naam doet vermoeden, exposities te organiseren maar de laatste jaren wordt deze kunstexpositie weer regelmatig georganiseerd.
Dit jaar is het thema van de Biënnale: ‘Reload, kunst om op te laden’. Er wordt op de site uitleg gegeven over dit thema. In een notendop: door de crisis heeft de kunst wat (financiele) klappen moeten verwerken maar dit zorgt ook voor nieuwe inspiratie en andere uitingen van kunst. “Biënnale Gelderland 2014. Mede mogelijk dankzij de crisis.”
Er zijn drie locaties waar exposities plaatsvinden, Het Valkhof, Galeria Bart en de Expoplu. Wij bezochten de Expoplu aan de Van Oldenbarneveltstraat.
Oordeel leek
Deze expositie bij de Paraplufabriek is klein maar intrigeerde me meteen. Twee kunstwerken sprongen er uit, een met twee aapfiguren (door de kenner hieronder beschreven) en een kunstwerk van Karel van der Eijk. Die tweede beviel me het meest. Op het eerste gezicht leek dit slechts een rare verzameling plasticzakken en het thema is dan wel de economische crisis en haar gevolgen, maar dit leek me toch wel erg schraal. Maar toen adviseerde een medewerkster me om op de bank voor die plastic zakken te gaan zitten. Ik had zelf niet door dat dit de bedoeling was (was dit niet duidelijk genoeg of had ik toch een biertje teveel op de avond ervoor?) maar eenmaal gezeten ging het los!
Wanneer je namelijk op die bank gaat zitten blazen de plastic zakken zichzelf vol lucht en klinkt er tegelijkertijd een vreemd, luider wordend geluid. Later las ik de informatie over het kunstwerk en het bleek dat Karel van der Eijk “... de door hem gevonden geluiden in een nieuwe omgeving brengt en met dat geluid reageert op de ruimte”. Nou dat kan ik hem nageven want wat dit gevonden geluid nou precies was weet ik nog steeds niet.
Dit kunstwerk vond ik ook passen in het grotere thema van de Biënnale. Door het gebruik van, op het oog, waardeloze materialen voor dit kunstwerk wordt er een nieuw leven aan die materialen gegeven. Een kunstwerk hoeft niet veel te kosten en kan dus ook, of misschien juist wel daarom, in tijden van crisis gemaakt worden. Bovendien past de slogan, een iets aangepaste versie dan, er ook bij: Reload, kunst om op te blazen...
Oordeel kenner: Twee Apen
Twee apen, die een spelletje ‘balletje balletje’ doen. Dit zie ik op de Biënnale in de Paraplufabriek in Nijmegen, en ik ben niet ontzettend verbaasd. Kunst met dieren, of ten minste diervormen of dierlijke materialen, komt redelijk veel voor. Denkt u eens aan het met bond omzoomde kop-en-schotelsetje van Meret Oppenheim, of de haaien van Damien Hirst, of de opgezette roofvogel in het poparttopstuk van museum Het Valkhof, getiteld Goldfinger, gemaakt door Woody van Amen. Vaak willen kunstenaars shockeren, aandacht trekken, verwijzen of afgrijzen oproepen door dieren op te nemen in een kunstwerk. In het kunstwerk in de Paraplufabriek, wordt verwezen naar een heel andere rol die dieren spelen in de menselijke gedachten. Al in de tijd van de oude Egyptenaren hebben dieren allerlei symboolfuncties in de menselijke fantasie. Sprookjes, fabels en andere verhalen leunen op de menselijke trekken die wij mensen aan dieren toeschrijven, en die wij terugzien in beeldspraak, in spreekwoorden en gezegdes. Sluw als een vos, sterk als een beer, blaffende honden bijten niet, en ga zo maar door.
Ook in serieuzere aangelegenheden worden dieren als personages gebruikt. Denk aan de spotprenten over politici of instellingen, de FIOD als bulldog bijvoorbeeld. Of denk aan de grootse graphic novel Maus, waarin de maker Art Spiegelman zijn leven als zoon van een Holocaust-overlever in beeld brengt, door veel tekst en nog meer beeld te gebruiken in wat ik het belangrijkste stripverhaal ter wereld vind. De Joden zijn in dit verhaal muizen, de Duitsers zijn katten, de Amerikanen zijn honden, de Polen zijn varkens, etc.
En nu, in de Paraplufabriek, twee apen die ‘balletje balletje’ spelen. Welke associaties roept de aap op? De mens stamt af van de aap, apen apen alles na, apen eten bananen, apen zijn dom, of juist slim? En welke associaties roept het spel ‘balletje balletje’ op? Gokken, en de zinloosheid hiervan? Mensen die andere mensen oplichten? Een stompzinnige bezigheid?
Ik moest bij het zien van dit kunstwerk denken aan een kunststroming, die te maken heeft met geen van de hierboven genoemde elementen. Want, en dit had ik misschien wat eerder moeten schrijven, de apen zijn niet echt, hoewel ze wel bewegen. Het kunstwerk heet Beschaafde aspiraties in de kunst, apen en kleine ondernemers, en is al in 2012 gemaakt, door Stan Wannet. Het kunstwerk is een machine: via een ingewikkeld netwerk van boutjes, moeren, draaimechanismes en scharnieren kunnen de apen in beweging worden gebracht, wanneer een bezoeker langs een bewegingssensor komt. Op dat moment beginnen ze te spelen. Dit machine-aspect van het kunstwerk deed mij denken aan de kunstenaarsstroming van de Nouveau Réalistes uit Frankrijk, die in de jaren zestig van de vorige eeuw de draad oppakten, waar de Dadaïsten hem hadden laten bengelen. Met humor werd het serieuze en elitaire karakter van kunst aan de kaak gesteld door deze beweging. Kunstenaars zoals Jean Tinguely (1925-1991) zetten het publiek aan het denken door krakkemikkige sculpturen te maken van afvalmateriaal, die eruit zagen alsof ze elk moment uit elkaar konden vallen. Tinguely maakte zelf gammele machines, die geheel automatisch werkten, en die bijvoorbeeld tekeningen maakten. Ook zijn machines konden door het publiek in gang worden gezet, net als de apen van Stan Wannet. Maar wat hebben zulke kunstwerken toch te betekenen? De vraag blijft: zijn deze kunstwerken nou puur om te lachen of zit er een soort cynische maatschappijkritiek in besloten? Is dit kunstwerk, zeker in samenspel met de titel, misschien een spotprent in 3D?
Woody van Amen, Goldfinger, 1965, Museum Het Valkhof.

Spotprent

Cover van Art Spiegelman’s beroemde graphic novel Maus van de editie uit 1991.
Getagd onder