Intense, sterk geacteerde versie van Revolutionary Road
Een doorzonwoning. De Amerikaanse jaren ’50. Frank en April Wheeler wonen aan de ironisch genaamde Revolutionary Road naast de Campbells, de Johnsons, de Donovans en meer van zulks. Zij zit thuis en hij doet iets onduidelijks met verkoopfolders. De theaterbelichting trekt dag na dag hetzelfde pad door hun woonkamer, waar het gehele stuk plaatsvindt: een herhaling die de benauwing van April en de hopeloze leegte van Frank onderstreept. Het stuk Revolutionary Road, door Theater Rotterdam gespeeld en gezien in LUX, is een intense, degelijke en goed geacteerde bewerking van het boek van Richard Yates.
Wat verdrietig verlaat ik na afloop de zaal, weer geconfronteerd met de treurigheid van het keurslijf waarin bijna iedereen zich soms laat drukken. En door de afstand die het hele stuk voelbaar is tussen het 'geweldige stel' April en Frank. Wil Frank zich de eerste scènes nog ontworstelen aan de burgerlijkheid en zichzelf boven het alledaagse plaatsen – zodra bij zijn vrouw het kwartje valt en er daadwerkelijk plannen komen om naar Parijs te verhuizen, begint het veilige en rustige leven in de buitenwijk steeds aanlokkelijker te klinken. April, die ontevreden is en eigenlijk niet eens kinderen wilde, maakt een omgekeerde beweging: in eerste instantie verwerpt ze Franks verhevenheid, tot ze de geest krijgt en een ontsnappingsmogelijkheid ziet. Parijs, symbool voor het onbekende, vrijheid, verandering. Kent u die mop van dat stel dat op reis ging? Juist.
Stront op tafel
Wat het stuk zo pijnlijk en vaak ook grappig maakt, zijn de verschillende niveaus waarop de personages communiceren en langs elkaar heen praten. Waar Frank, April en de buren in gezelschap proberen de schone schijn op te houden, gooit een paranoïde schizofrene zoon (geweldige en hilarische vertolking door Jacob Derwig) van de buurvrouw alle stront op tafel. Even lijkt het alsof alleen gekken de waarheid spreken in dit stuk, maar gaandeweg keert dit zich tegen April, die voor gek, emotioneel wezen wordt uitgemaakt als ze blijft vasthouden aan hun ‘droom’ (de waarheid, voor haar). De denkwijzen van April en Frank lijken niet bij elkaar te kunnen komen. De haat en nijd doet denken aan Martha en George (voor wie bekend is met Who’s Afraid of Virginia Woolf) en wordt sterk en invoelbaar gebracht door Alejandra Theus en Teun Luijkx.
Werelden van elkaar
April: “Oh, dus nu ben ik gek omdat ik niet van je hou?”
Frank: “Nee, je bent niet gek, en je houdt wel van me!”
Hun werelden hadden niet verder uit elkaar kunnen liggen. Het meest tragische aan het stuk is het moment waarop Frank voor het eerst ontroering laat zien, omdat hij denkt dat ze weer dichter bij elkaar komen, terwijl ze in feite verder van elkaar verwijderd zijn dan ooit.
Een mooie schets van de gevangenis die het leven kan zijn in een Amerikaanse buitenwijk in de jaren ’50. Gelukkig is dat nu anders, hoor je bijna zeggen. Een interessante invalshoek voor een volgende bewerking zou ik een versie vinden die zich afspeelt in de huidige tijd, omdat sommige omgangsvormen en maatschappelijke beperkingen wat gedateerd aanvoelen in het nu. Als vertolking van het boek vind ik deze regie van Erik Whien echter een mooie, gelaagde versie die raakt en amuseert.
Getagd onder
-
WatRevolutionary Road
-
WaarLUX Nijmegen
Ilse Feddema
Verliefd op Nijmegen sinds 2013, met herinneringen in Rotterdam, Utrecht, de theaterwereld, zang, dans, taal en psychologie, en al 10 jaar een liefhebber van filmhuisfilms.