Wet Leg: rammelend speels
Wet Leg bestaat slechts drie jaar en hun debuutalbum komt pas dit jaar uit. Ze worden echter toch al flink gehypet als dé nieuwe indie- of postrock-band. Maar hoe klinken ze live?
Het publiek wat rustig af tot Wet Leg verschijnt, ruim een kwartier later dan verwacht en meer dan uur nadat de zaal open is. Dat geeft tijd om rond te kijken. Het publiek is gemêleerd; groepjes studenten worden afgewisseld met grijze rockers en alles er tussenin. Op een podium staat een beeld van een kraai en als de band eindelijk het opkomt onder panfluitmuziek, met langharige muzikanten, lijkt het alsof ik bij de verkeerde band ben beland. Harde drum en snerpende gitaren ontkrachten dit al snel.
Rammelend geluid
Bij het eerste nummer Being in love valt meteen op dat het geluid wat rommelig overkomt. De drie gitaren creëren een flinke geluidsmuur, waar de zang soms pas overheen komt als er flink gegild wordt. Het geluid van de zang lijkt raar afgesteld. Als zangeres Rhian Teasdale zingt, zoals in het ballade-achtige Obvious, klinkt het heerlijk vol en laat ze zien echt een mooie zangstem te hebben. Als ze met die stem uithaalt, doet het echter pijn aan de oren. Naarmate de avond vordert, wordt dit gelukkig wat minder en klinkt het geluid wat meer in balans.

Wet Leg © Bram Versteeg
Indierock
Wet Leg zet met drie gitaren een steviger gitaargeluid neer dan de gemiddelde indieband. In de meer rustige nummers zoals Piece of shit geeft het een americana-gevoel, in de steviger nummers wordt het rock. In Too late now worden beide gecombineerd met een hele rustige opbouw en een abrupte overgang naar hakkende gitaren. Toch speelt ook hier het geluid wat parten: de drums en gitaren klinken mat, alsof er een kussen overheen ligt. Daarom rockt het nooit echt lekker door. Of is dat de bedoeling? Wet Leg blijft daardoor echt indie en nooit rock, ondanks de stevige gitaren.

Speels
Wet Leg schuwt in die gitaarmuziek het experiment niet. In Angelica wordt ineens duidelijk dat de gitarist die achter een keyboard staat, beide combineert door gitaarriffs op te nemen en te loopen. Ze gebruiken spoken word als abrupte overgangen in de nummers. Het zorgt voor een speels geheel, versterkt door de twee dames die af en toe kirrend van het lachen over het podium huppelen. Vooral zangeres Rhian Teasdale heeft uitstraling en contact met de zaal. Het publiek is dan ook, ondanks het ontbreken van een voorprogramma, snel opgewarmd en swingt lekker mee met de dames. Wanneer in Ur mum het publiek wordt opgejut om flink mee te gillen, doet de hele zaal mee.
Ondanks het soms rammelende geluid en het gebrek aan een ‘encore’ zijn we overtuigd van Wet Leg.