Vrede is een haalbaar ideaal, bij Toonkunstkoor Nijmegen
De uitvoering van het Toonkunstkoor Nijmegen, zaterdag in de Boskapel in Nijmegen, voelt aan het eind van de avond aan als een climax. Het resultaat vormt de oplossing uit het dal van vergane en onbereikbare liefde waarover het koor in het eerste gedeelte van het programma zingt. De afsluiting vormt ook de kroon op een bevlogen optreden van alle uitvoerende partijen.
Dirigent Hans de Wilde stuurt onder inspirerende leiding het hele gezelschap. Het publiek raakt daardoor in een vlucht naar verstilling…het is adembenemend… de spanning neemt steeds meer toe. Het voelt als een triomf, als een verademing, zelfs als een opluchting als het optreden in het laatste akkoord als climax eindigt met Pacem.
Ach liefde, die verdween in de lucht, maar gelukkig wéér komt
De avond begint met gezongen teksten van de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898-1936). De klanken van de zigeunerballaden uit zijn bundel Romancero Gitano zijn zwaarmoedig en ontroerend. De teksten gaan over verdrukten en verschoppelingen in een verscheurd Spanje aan het begin van de vorige eeuw. Het koor zingt onder begeleiding van gitarist Jan Bartlema sprankelend en daar waar tekst en muziek erom vragen hebben de stemmen overtuigend droevig een melancholisch zigeunerkarakter. Heldere, overtuigende klanken wisselen logisch af met ingetogenheid. Op gepaste momenten vertraagt de zang, klinkt er doordringende tederheid en wisselen de volumes elkaar af. Fraai verklanken koorleden en gitarist de liefde die verdween en niet weerom kwam; het eentonig huilen van gitaren, de dolk die dringt in het hart, verwarde gezangen en de castagnetten in het spinnenweb van de hand.
De verbinding van het koor met teksten en muziek vult de kapel. Zang, muziek en ruimte vormen één geheel. Wanneer het koor soms twijfelachtig en ongelijk inzet valt dat nauwelijks op. Het zijn details die wegvallen tegen de intensiteit waarmee de afzonderlijke leden als koorgeheel zingen.
Waar tangoritmes en warme klanken het publiek boeien
In het tweede gedeelte is er een dansintermezzo. Toine en Monique Straatman dansen enkele tango’s op muziek van Astor Piazzolla. Dansers en orkest hebben er zin in. Op verschillende manieren halen de muzikanten uit hun instrument wat er in zit. Ze inspireren met hun warme klanken en precies uitgevoerde tangoritmes de dansers en boeien het publiek.
Na de pauze schuift het publiek steeds meer naar het puntje van de stoel. Het koor brengt, onder begeleiding van het orkest de Misatango van Martin Palmeri ten gehore. Het is een waar spektakelstuk. Er is afwisseling in dynamiek; orkest en koor dragen en inspireren elkaar, de misdelen lopen vrijwel geruisloos in elkaar over, het tangoritme en de tangosfeer zijn duidelijk hoorbaar en meeslepend. Soliste Mélanie Brilman zingt met overtuiging. Via haar expressieve stem klinkt het Qui Tollis Peccata Mundi overtuigend. De kracht en expertise van het koor blijken vooral in dit laatste deel duidelijk. De dirigent brengt het koor en orkest naar grote hoogten.
Een hemelse avond.
Getagd onder
-
WatTangoconcert Toonkunstkoor Nijmegen
-
WaarBoskapel
Kees van der Sande
'Met Nijmegen is het aan. Daarom ga ik uit.'