Doe Maar in Doornroosje: twee uur jeugdsentiment
Toen Doe Maar in 1984 aankondigde te stoppen, op het hoogtepunt van hun toen Beatles-achtige roem, had niemand verwacht dat de mannen ooit weer bij elkaar zouden komen. Immers, er speelden allerlei ‘dingetjes’ in de band. Maar in 2000 kwam er een, let wel, éénmalige reünie van maar liefst zestien optredens in Ahoy. Waarschijnlijk verdienden de vier mannen daar ‘heul veul’ geld mee. Nu, jaren later, hebben ze waarschijnlijk al meer optredens achter de rug dan ze in hun glorietijd ooit gegeven hebben. Zo ook donderdagavond in Doornroosje.
Als de deuren van Doornroosje opengaan, staan de eerste bezoekers al te wachten. In de uitverkochte grote zaal Doornroosje klinkt onafgebroken reggae en ska uit de speakers. Op het podium staan tientallen oude televisies. Het publiek bestaat nog steeds, net als vroeger, vooral uit vrouwen. Niet alleen dames uit de eerste golf Doe Maar-gekte, maar opvallend genoeg ook heel veel die probleemloos dochters van de optredende mannen zouden kunnen zijn. Misschien zouden zij ook wel stiekem hun dochters wíllen zijn… Misschien zijn sommigen van hen dat heel stiekem ook wel.
Zodra de vier mannen het podium betreden, staat Doornroosje op zijn kop. Na openingsnummers Alles doet ’t nog en Okee richt Ernst Jansz meteen het woord tot ons, waarbij hij onder andere zegt hoe ongelooflijk het is dat wij - het publiek - er zijn, maar dat het ook heel erg ongelooflijk is dat zij er zijn.
Achtergrondmuzikanten
De sfeer is geweldig en de muziek heerlijk. Dat is, niet in de laatste plaats, te danken aan die drie ‘achtergrondmuzikanten’, die meer dan eens op de voorgrond treden, trompet of saxofoon spelend tijdens nummers als Radeloos en Nachtzuster, trombone tijdens een intermezzo in Alles gaat voorbij of gewoon percussie op de achtergrond. Ze zijn een absolute aanvulling op de basis van Doe Maar.
De performance van Vrienten en de zijnen wordt bovendien ondersteund door beelden die voorbijkomen op de televisies op het podium. Zo worden, na een authentieke introductie van Ernst Jansz, allerlei oude beelden uit Indonesië getoond bij het nummer Ruma Saja.
Het eerste deel van de avond vult Doe Maar vooral met de iets minder bekende liedjes, uitzonderingen daargelaten. Wat opvalt is dat veel nummers iets trager lijken te zijn. Ook hangt er, over vrijwel alle nummers, een sluier van jazz. Over het ooit zo unieke geluid van Doe Maar, een perfect gerecht van ska en reggae, lijkt een jazzy sausje te zijn gegoten. Dat is eigenlijk best jammer. Vooral voor hen die komen om de knallende versies van weleer te beluisteren.
Meezingen
Wat daar echter van zij, feit blijft dat Doe Maar hier op het podium staat. De jeugdhelden van weleer zijn ouder en volwassener geworden – Henny Vrienten in pak – maar de impact die ze hebben op het publiek, is er nauwelijks minder op geworden. Het publiek zingt alle nummers uit volle borst mee, waarbij Sinds 1 dag of 2 (32 jaar) de kroon spant. De band geeft de muzikale voorzet, het publiek kopt in: “Sinds een dag of twee, vlinders in mijn hoofd.” Vrienten is oprecht geamuseerd en instrueert de band pas in te vallen bij: “Ik was haast vergeten hoe het voelt om verliefd te zijn.”
De gekte van vroeger is (gelukkig) voorbij, hoewel twee dames vooraan zich nog steeds schaamteloos aanbieden aan Ernst Jansz, maar het gevoel is niet minder. Doe Maar maakt nog steeds zodanig gelukkig, dat Jan Hendriks zelfs de blunder in de solo van Smoorverliefd (hij stemt al spelend zijn gitaar) moeiteloos wordt vergeven.
Getagd onder
-
WatDoe Maar
-
WaarDoornroosje
-
Wanneer11 oktober 2018