Paul Weller heeft er zin in en houdt meer dan twee uur stand
Paul Weller heeft er duidelijk veel zin in vrijdagavond in de Rode Zaal van Doornroosje. Hij waarschuwt bij aanvang meteen al dat het een lange avond gaat worden en hij houdt zich, met zijn zes-koppige band, aan zijn woord.
Hij wordt deze week 65, de éminence grise van de Britse popmuziek en is al zeker 45 jaar actief in de muziek met zijn bands The Jam en The Style Council en natuurlijk solo. Aanvankelijk (punk)rock georiënteerd, later meer op soul en folk gericht, maar altijd met een eigen stijl en ijzersterke nummers.
Paul ziet eruit als een tanige indiaan – of beter: native American. De stem heeft duidelijk wel wat geleden met het vorderen der jaren. Nog steeds krachtig en zuiver, maar het heeft niet meer die soepelheid en lichtheid, vooral de hogere regionen worden in een lager register gezongen. De eerste drie nummers zijn wat steviger, maar horen niet tot het sterkste van Wellers composities. Wel even lekker inspelen voor de uitstekende band met twee drummers, keyboards, gitaar, bas en een eenkoppige blazerssectie (sax en fluit). En voor de geluidstechnicus, die het volume en het sub op een aangenaam niveau houdt, zonder verlies van impact.
Paul Weller Doornroosje 19-05-2023 © JP
Het concert is uitverkocht. Het publiek, gemiddeld wat ouder, mort wat, omdat men geen bier uit flesjes kan krijgen, op speciaal verzoek van de band na slechte ervaringen in de VS. Overdreven natuurlijk, in Nederland gedragen fans zich altijd keurig netjes natuurlijk…
My Ever Changing Moods blijkt de toon te zetten voor de rest van de avond. Lekker soulful gespeeld. Weller wil het duidelijk wat rustiger houden, tot lichte ergernis van sommigen in het publiek (zeiknummers, wanneer speelt hij nou eens wat van The Jam?) en wordt vervolgd met nog een Style Council-nummer, Headstart for Happiness.
The Attic en Take zijn songs van een van de latere soloplaten van Weller, niet supersterk eerlijk gezegd, maar het geeft wel ruimte voor de terugkeer van de dwarsfluit in de popmuziek. In Stanley Road kruipt Paul achter de piano en komt de band op stoom. Steve Cradock, die al dertig jaar met Weller samenspeelt, geeft een goeie gitaarsolo, maar is wel de hele tijd bezig met instellingen van zijn pedalen, iets dat het hele concert doorgaat en hem en uw recensent nogal afleidt. In All the Pictures on the Wall is eindelijk weer Wellers ‘oud’ stem herkenbaar en hij voert de song geweldig uit. Je vraagt je dan af waarom een nummer als Fat Pop dan ineens in zo’n set moet zitten, maar misschien is dat wel om het contrast groter te maken met de daaropvolgende briljante nummers More en Shout to the Top! De fluit speelt à la Jethro Tull, de (bariton)sax legt een soulvolle basis, Jacko Peake kan ook goed improviseren.
Paul Weller Doornroosje 19-05-2023 © JP
De songs van het ‘covid-album’ On Sunset, Village en Old Father Thyme zijn stemmige balads die wel passen bij de donkere sfeer van die periode; ze weten de aandacht zeker vast te houden, het publiek vertoont geen tekenen van de Dutch disease (een geheel andere ziekte dan covid, maar ook heel besmettelijk). It's a Very Deep Sea nodigt ook zeker niet uit erdoorheen te kletsen. Wat een prachtige ballad en mooi uitgevoerd en gezongen. Uw recensent betrapt zich erop dat hij The Style Council-tijd toch wel prefereert. Na nog een sterke ballad is het tijd voor vuurwerk met wat meer tijd voor solowerk van ondere anderen de twee uitstekende drummers (van wie er een af en toe akoestische gitaar speelt). We keren een beetje terug naar de tijden van In-A-Gadda-Da-Vida, eigenlijk wel lekker, als tegenstelling tot die afgepaste songs. En bassist Jake Fletcher blijkt een zeer goede stem te hebben. Het wordt zowaar op een gegeven moment een swingende JB-sessie.
Jake Fletcher © JP
Paul Weller is een geweldige songwriter, maar ook wel een kameleon, die zich laat inspireren door velen uit de Britse popmuziek. Start! is daar een mooi voorbeeld van. Een The Jam-nummer, zwaar geïnspireerd door The Beatles’ Revolver. Blind Faith en Clapton zijn weer duidelijk de inspiratie voor Changing Man, waarmee Weller de eerste toegift opent. Geen probleem, want het blijven toch eigen Weller-nummers. Porcelain Gods heeft dan weer een vleug Southern Rock met lekker veel ruimte voor gitaarsolo’s, waarin Paul niet voor Steve onderdoet.

De tweede toegift blijft rustig met Rocket, dat van David Bowie zou kunnen zijn geweest. In Broken Stones kruipt Paul weer achter de piano voor een ballad om na bijna 2,5 uur af te sluiten met een boodschap aan het publiek: Be Happy Children.
Paul Weller en zijn band laten ons moe maar voldaan achter na een uitgebreide staalkaart van Wellers oevre, waarin Wild Wood niet en een paar nummers van The Jam te weinig worden gespeeld.
Paul Weller en band © JP
SETLIST PAUL WELLER DOORNROOSJE
Het voorprogramma Maxwell Farrington & Le SuperHommard was niet om aan te horen vanwege sub-bass dat zeker 12 dB te hard stond. Waarom grijpt hier (nou eindelijk) niemand eens in?
Getagd onder
-
WaarDoornroosje