Oei en Symfonieorkest Nijmegen brengen Brahms
In onze mooie Vereeniging speelt op woensdagavond het Symfonieorkest Nijmegen. Er staan werken van twee giganten op het programma. Het gaat om de componisten Brahms en Sjostakovitsj. Vòòr de pauze speelt het orkest het Tweede Pianoconcert van Brahms. Martin Oei is daarbij de solist. Na de onderbreking staat de 10e Symfonie van Dimitri Sjostakovitsj op de lessenaar. De dirigent is Frans-Aert Burghgraef.
Het vormt een mooi gezicht, dat overwegend casual geklede, gemêleerde publiek. In groten getale laaft zowel jong als oud zich deze avond aan de kunst van ons eigen symfonieorkest en aan het optreden van Martin Oei. De zaal van de Vereeniging, met haar prachtige vleugel, leent zich prima voor dit concert. Als de uitvoerenden hebben plaatsgenomen doven de lichten in de zaal. Er klinkt een verwachtingsvol applaus als dirigent en pianist opkomen.
Ik ben benieuwd. Wat gaat deze avond brengen? We gaan naar een pianoconcert luisteren waarin een combinatie van melodische romantische grandeur en verrassende dartelheid centraal staat. Kunnen vleugel en orkest hun dominantie en nederigheid integreren? En, klinkt er humor in de toucher? Maar, bovenal ben ik nieuwsgierig of er bezieling is.
De uitnodiging
Een gevoel van curiositeit overheerst de zaal als de hoorn het tweede pianoconcert opent. De ‘do-re-mi’ in de toonsoort Bes klinken. Martin Oei volgt in de tweede maat met de sterk resonerende, krachtig klinkende, laagste toon op de vleugel. Met de Bes pakt hij zijn aandeel in het muzikale gebeuren op. In de klanken en de dynamiek van orkest en vleugel ontstaat een golfbeweging van raken en loslaten; van aftasten en wennen aan elkaar. Af en toe is er verwijdering en soleert ieder. Pianist en orkest lijken dan ieder een eigen weg te gaan en elkaar te verliezen. Steeds meer ontstaat gelukkig de afstemming in de vorm van een welsprekende uitvoering van dit majestueuze muziekstuk. Een symbiose komt tot ontwikkeling; er ontstaat samenwerking. De wedijver om de sterkste klank verdwijnt. Dat geeft de solist de gelegenheid om te excelleren in de meer ondergeschikte rol. Hij maakt melodische versieringen sprankelend hoorbaar. De dirigent geeft het orkest, bij afwezigheid van pianoklanken, steeds meer ‘vrij spel’. Als muzikale baas weet hij het volume weer te temperen op het moment dat Martin Oei zich laat horen. Daarmee exploreren solist en orkest elkaar. Er ontstaat een romantische gloed en vuur, intens en zonder spanning. Deze omstandigheid bepaalt steeds meer de klank.
Martin Oei © MIke Wiering
De opwinding
Het gepassioneerde tweede gedeelte begint braaf, mooi, lief. Is het té braaf, té mooi, té lief? Het lijkt een zoektocht naar de juiste intensiteit. Steeds meer neemt de kenmerkende onrust, die bij de passie van Brahms hoort, toe. Zowel pianist als orkest triomferen hierbij steeds meer: de piano door een steeds meer begeleidende rol, het orkest als vertolker van emotionele verwarring.
De olympische houding
In het derde deel klinkt de belangrijke rol van de cello. De opening door dit instrument is statig en voornaam. De cellist neemt het heft in handen door het hoofdthema klankvol, met passie gedragen, tot uitdrukking te brengen. Martin Oei beantwoordt dat met speelsheid. Er ontstaat een klank waarin orkest en vleugel zich met elkaar verbinden. Het door de cello gespeelde thema komt in de herhaling nóg meer tot haar recht. De begeleiding van de overige strijkers is dan uitsluitend ondersteunend. De speelsheid waarmee Martin Oei dit onderwerp benadert, is onbevangen.
Behaaglijke regendruppels
De inzet van het vierde gracieuze allegrettodeel klinkt licht en speels. Door de regendruppel toucher klinkt beweeglijkheid en vormen de noten een dansend geheel. Ondeugendheid is hoorbaar. De communicatie tussen orkest en solist is hoorbaar en maakt het tot een feest om naar te luisteren. De muziek klinkt overwegend zoet en vloeiend. Soms geeft de dirigent het orkest daarbij veel ruimte en klinken de instrumenten zo hard mogelijk. Dat gaat ten koste van de frivole, en zonder-zorgen klank. Het ‘lieve’ maakt op die momenten plaats voor sensatie. Het orkest laat zich dan te veel door opwinding meenemen.
Logisch: de muziek bezielt niet alleen het publiek, maar ook hen.
Symfonieorkest Nijmegen © Mike Wiering
-
WaarVereeniging Nijmegen
-
Website
Kees van der Sande
'Met Nijmegen is het aan. Daarom ga ik uit.'