Horeca en cultuur: goed idee
Gaan de directies van onze cultuurpaleizen zelf wel eens een avondje uit? En doen ze dat soms ook ergens anders dan in hun eigen tentje? Veel stelt het niet voor, de horeca in de Nijmeegse culturele instellingen. Vergeleken met andere steden is het zelfs ten hemel schreiend.
Zo kom ik nog wel eens in de schouwburg van een andere, ongeveer even grote provinciestad. Daar mag je, als je eenmaal binnen bent met je entreebewijs, een gratis kopje koffie pakken en staat er in de pauze een reeds ingeschonken glas naar keuze op grote balies op je te wachten. Allemaal inbegrepen bij de prijs, die niet hoger ligt dan in Nijmegen. Nog leuker: als je wilt kun je in die schouwburg eten. Een heel acceptabel menu, dat ook qua kosten wel in de hand te houden valt (al kun je er ook vrij ver in gaan). Het eten wordt zó geserveerd dat je rustig daarna de voorstelling kunt bezoeken. Je laat dan een briefje achter met wat je wilt drinken en eventueel happen - bitterballetje? - tijdens de pauze. Dat staat dan op de juiste temperatuur op je tafeltje voor je klaar als je terugkomt.
Ja mensen, dat bestaat, Ook in Nederland. Ik moest er met weemoed aan terugdenken toen ik vorige week door de mensen heen probeerde te manoeuvreren om een klein glaasje ronduit smerige witte wijn voor €3,50 te bemachtigen in een van de drie pauzes van een bijkans uitverkochte voorstelling in de grote zaal van onze Stadsschouwburg. De dames achter de toog waren ongetwijfeld schatten van karakter, maar konden met zijn tweetjes de toestroom van mensen niet handelen. Weet je: je weet, als wat oudere theaterbezoeker, dat het erbij hoort, dat dringen, half schreeuwen, geld passen, knoeiend je weg vinden. Het hoort erbij, maar dat hóeft niet.
Kijk: LUX heeft een ronkende horeca, met een goed restaurant en een drukbezocht tapgedeelte. Is dan ook totaal niet gekoppeld aan de voorstellingen. Is gewoon een leuke tent met goede muziek voor een borrel of meer. En zoiets moet je dan ook op commerciële basis exploiteren. Van De Vereeniging begrijp ik dan weer, van iemand die het wel heeft aangedurfd, dat het eten er niet lekker is en ook niet op tijd komt om de voorstelling nog te kunnen zien. Een ramp voor een genoeglijk avondje uit: tijdens het wachten op het voorgerecht al zenuwachtig op je horloge kijken.
Bij De Lindenberg serveren ze nog wel eens een glaasje dat bij de voorstelling is inbegrepen. Je betaalt het zelf en toch voelt het als een cadeautje. Dat je er op sommige momenten beneden haast stikt in de frituurwalm is dan weer minder prettig. Terwijl het weer wel een leuk lunchcafé is, dat ook weer niets met de programmering van doen heeft.
Ja, ik zie dus wel wat in dat protest van de Nijmeegse Horeca tegen culturele instellingen en hun horeca. Enerzijds omdat prima tenten op prima locaties inderdaad een concurrent zijn van vaak niet zo prima tenten op locaties er in de buurt. Je kunt proberen net zo'n hip drink- en eetding te maken als LUX, bijvoorbeeld in de oude Mariënburg. Maar ja, je kunt ook LUX willen overnemen. Anderzijds omdat in sommige tenten, ook na tientallen jaren, het amateurisme er afdruipt en er aan de ene kant meer te verdienen valt, en aan de andere kant de bezoekers een veel betere ervaring te bieden valt.
Zie mijn voorbeeld aan het begin van deze column: in die schouwburg (het gaat over Orpheus in Apeldoorn), voel je je echt een gast en word je genot van een voorstelling vergroot door alle goede zorgen om je heen. Zie ook het succes van Cinema Roma in Wychen en CineTwins in Malden, waar je tijdens de film een drankje en een hapje kunt bestellen. Er zou veel meer en veel beter kunnen worden nagedacht over het bieden van de 'totaalervaring'. Cultureel bezoek als een Gesamtkunstwerk van horeca, zaal, voorstelling en publiek. Maar ik geloof niet dat de plaatselijke ‘horekaffers’ dát zo bedoelen.