De Poetin-kwestie
Ik heb het maar druk met Nijmeegse professors. Waagde ik me vorige week aan een potje Donjon-bashen met neerlandicus Jos Joosten, nu moet ik alweer iemand gelijk geven. Bas Bloem, de neurologische succesprofessor, zet de ziekte van Parkinson weer eens op onnavolgbare wijze op de kaart. En hij heeft op details nog gelijk ook.
Terwijl er allerlei ambtelijke en marketingtypes zinnen op manieren om onze stad cultureel op de kaart te zetten, zijn er genoeg kanonnen bezig om dat geheel op eigen wijze en in hoger belang te doen. Zoals de immer originele ex-topvolleyballer en oprichter van ParkinsonNet, professor Bas Bloem. Met een niet helemaal serieus bedoeld artikel in een niet helemaal serieus bedoelde editie van een Brits wetenschapsblad – let wel, de British Medical Journal is wel degelijk een bloedserieus wetenschappelijk blad, maar gunt zich in het kerstnummer een uitstapje naar het lichtere genre: artikelen met een serieuze ondertoon, maar op het randje van speculatie.
Bloem heeft een scherpe neus voor wat internationaal 'hot' is. Poetin en grappen, daar zit de wereld op te wachten. De serieuze ondertoon en het interessante onderzoeksgebied is of een motorische stoornis of afwijking, wat een symptoom kan zijn van de neurologische aandoening Parkinson, ook andere oorzaken kan hebben. Parkinson-patiënten kunnen wat dat betreft fascinerend gedrag vertonen. Zoals wel heel goed kunnen fietsen, maar niet lopen. Of wel kunnen lopen als ze maar steeds over een draadje heen moeten stappen, maar niet 'zomaar' op een weg. In ieder geval vertoont een patiënt met beginnende Parkinson een bepaalde plaatselijke stijfheid, zoals, stelt Bloem, de manier waarop Poetin en andere Russische leiders hun rechterarm houden. Als je er op gaat letten, en dat doet een gespecialiseerd arts als Bloem, dan zie je dat ze allemaal die eigenaardige houdingafwijking hebben. Bloem en zijn medeauteurs onderzochten een bekend gegeven, namelijk dat Poetin bij de KGB (nu FSB) gediend heeft, en vonden een passage in een militair handboek voor FSB’ers, dat het strak houden van de rechterarm schijnt voor te schijven, voor het eenvoudig kunnen trekken van een revolver.
Hebben we dan alle ingrediënten voor een sterk stuk Parkinson, Radboud-universiteit en daarmee ook Nijmegen-promotie? Check! En dus kon Bloem komen opdraven in de show van Humberto Tan, haalde hij de Volkskrant en het achtuurjournaal. En nog is het stormpje niet uitgewoed, vooral niet in de internationale pers, die er zo vlak voor de Kerst ook wel pap van lust.
Nu dacht ik, al mag ik de heer Bloem graag (de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we ex-buren en toch nog steeds bevriend zijn), dat het een beetje corporale kletspraat was, met een duidelijke faal erin. Want een officier heeft een net uniform. En daaraan hangt een holster. En dat bevindt zich ter hoogte van de zijde, nog boven de heup. Het strak houden van de rechterarm is in dat geval eerder een hinder dan een hulp bij het snel trekken van het pistool.
Maar, blijkt na enig speurwerk mijnerzijds, ik heb het fout. De FSB en andere Special Forces, of Spetsnaz, zoals ze in Rusland genoemd worden - inclusief de 'groene mannetjes' die de Krim onder de voet liepen -, hebben namelijk wel een gala-uniform, maar daarop wordt helemaal geen revolver gedragen. Wel hebben ze hypermoderne gevechtspakken (ik las ergens dat die zijn afgeleid van gevechtspakken van de Amerikanen, maar dat zullen ze vast allebei tegenspreken). En áls ze dan een pistool meenemen, dan wordt dat op het bovenbeen vastgebonden. En ja, dan is die rechte rechterarm dus wel weer logisch. Alsook de aanwenning om de arm, om het scherfvest en gevulde heup- en borstzakken heen, altijd rechts lang te maken.
Waarom we een Navy SEAL of een rode baret nog niet op deze gewoonte hebben kunnen betrappen, lijkt me een goede vraag voor een vervolgonderzoek. Maar Bloem weet als geen ander dat je je momentum moet pakken en daarna los moet laten. Anders wordt Nijmegen voor je het weet een 'gekke wetenschapsstad', en dat kunnen we er niet bij hebben.