Joosten boos, toren weg!
Ik ben het zelden eens met de postmodernistische, rooms-katholieke, en dus intern nogal tegenstrijdige, hoogleraar Neerlandistiek Jos Joosten. Maar nu wel. Dat het een schande zou zijn als die neptoren op het Valkhof er alleen maar zou komen, omdat nota bene de Radboud Universiteit een stukje van de exploitatie zou gaan bekostigen.
Joosten spuwt zijn, in redelijk beschaafde taal gestelde, gal in een opiniestuk op de dorpspomp-website Vox van de Radboud Universiteit. Hij geeft een tamelijk adequate opsomming van alles wat mis is aan het plan om het beschermde park te verkrachten met een betonnen feodaal fallussymbool (hij gebruikt andere woorden dan ik). En hij wijst er op dat wie goed tussen de regels door kan lezen in onze regionale Pravda De Gelderlander - het spreekorgaan van alle dagdromers, museumstichters en historieherdenkers - daar leest dat de financiering van dat Disney-gedrocht op de mooiste plek van onze stad zo goed als non-existent is. De gemeente zou geen euro meer bijlappen - zit er inmiddels al voor een paar ton in - want moet toch echt eerst even NEC zijn Goffert geven voordat er weer wat miljoentjes over de badrand mogen klotsen. Dus moet de bank die paar miljoen voorschieten. En die gaat vragen om een solide exploitatieplan. Dat 'plan' bestaat nu uit 'toezeggingen' van 'een' horecaondernemer - nou, dan weet je het wel: zwart geld, snel failliet en de schulden zijn voor de gemeente – en de Radboud Universiteit. Die heeft kennelijk met haar dolle kop gezegd dat ze wel voor een tonnetje of wat een paar ruimtes wil afhuren voor een vergaderingetje zus en feestje zo.
Ik zeg, met Joosten: niet doen! Ik zeg: ROC Leiden. Ik zeg: SS Rotterdam! Ik zeg: bestuurders van onderwijsinstellingen die zich met vastgoed en horecaexploitatie gaan bezighouden sturen per definitie aan op een ramp. Jullie kunnen het niet! Jullie gaan je de ogen uit de kop schamen binnen maximaal een jaar na opening. Als het niet veel eerder is. En heel veel meer geld erbovenop betalen.
De morele en intellectuele bezwaren tegen participatie van een wetenschappelijk instituut aan een mislukte kermisattractie laat ik graag over aan de grote postmodernistische moraalridder Joosten.