Skip to main content

20-jaar-Ugenda-column: Marc van Kollenburg

| Marc van Kollenburg | Column
20-jaar-Ugenda-column: Marc van Kollenburg
Foto: Stefan Müller

Ugenda bestaat dit jaar maar liefst al 20 jaar. Er zijn dus heel veel mensen die een geschiedenis hebben met Ugenda. Een aantal van hen hebben we gevraagd om hun overpeinzingen op te schrijven. Natuurlijk horen daar de oprichters ook bij. Één van hen is Marc van Kollenburg.

Mijn eerste reactie op de vraag of ik iets wilde schrijven over 20 jaar Ugenda dan wel over de bijbehorende 20 jaar cultuur in Nijmegen, was dat mijn geheugen niet geschikt is voor dergelijke bespiegelingen. Ik zou dan namelijk willen beginnen bij het jaar 2000 maar ik heb geen idee wat ik zo lang geleden allemaal wel of niet aan cultuur deed. Ja, Ugenda oprichten dus blijkbaar, met Godfried en Steven. Maar welke concerten, festivals, lezingen, voorstellingen bezocht ik? En welke de 19 jaar daarna? Hoe zag ik het culturele klimaat veranderen? Ik heb geen idee.

Een paar dingen weet ik nog wel, omdat ik ze altijd deed, als soort van persoonlijke culturele traditie. Elk jaar ging ik bijvoorbeeld wel een keertje naar een concert van Dead Moon, of wat daarvan over was. Niet omdat deze band tot de culturele vernieuwers behoorde, integendeel, je wist altijd precies wat je kon verwachten bij een concert en dat was juist altijd lekker. Andere bands die ik keer op keer ging zien, zag je door de jaren heen wel telkens veranderen. Ook leuk: je eigen ‘coming of (old) age’ weerspiegeld zien op het podium of in de muziek.

In Merleyn begon het concert van
Irreversilbe Entanglements zonder
drummer omdat die nog onderweg was.

Buiten deze persoonlijk tradities was er op muziekgebied veel te beleven in en om Nijmegen. Bijvoorbeeld in de wonderlijke huiskamer van Extrapool, mijn favoriete zaaltje, zag ik hoe industrial legende Jim Thirlwell zichzelf opnieuw uitgevonden had als Manorexia. Voor klassieke muziek – Schubert’s Winterreise – is de bovenzaal van de Vereeniging ideaal. In Merleyn begon het concert van Irreversilbe Entanglements zonder drummer omdat die nog onderweg was. In een bomvolle schuur ergens bij Lent werden Oversteek-bezoekers getrakteerd op de ongebreidelde energie van het Zuid-Afrikaanse bFAKE. In Doornroosje, nota bene tijdens een lustrum-festival, begon de toch echt wel vet swingende Ammar 808 te spelen met minder dan 10 mensen in de zaal. Om maar eens een paar volkomen willekeurige uitersten te noemen.

Uiteraard was er in die 20 jaar veel meer dan muziek. Voor sommige theater- of dansgezelschappen die zo’n beetje jaarlijks een voorstelling in LUX doen, koop ik blind een kaartje – nog zo’n traditie. En ook op dat vlak waren er veel leuke nieuwe dingen te zien, bijvoorbeeld tijdens Moving Futures.

Wat betreft lezingen, of wat bij Ugenda ‘Woord’ heet, is Nijmegen ook een rijke stad. Ik ging graag naar het Science Café in The Shamrock, filosofisch café in Trianon, Radboud Reflects door de hele stad, te veel om op te noemen.

‘Beeldend’ is de enige categorie die wat mij betreft ondervertegenwoordigd is in Nijmegen. Ik zou pleiten voor een snelle fusie met Arnhem en een groot ambitieus museum bij park Lingezegen, in het hart van Armegen, Nijhem, Kanstad of hoe dit paradijs gaat heten.

Sooowww,
jullie zijn
oud!!

Mijn persoonlijke dieptepunt de afgelopen 20 jaar was misschien het moment dat ik met mijn lief nog eens lekker een nachtje wilde doordansen. Dat leek te kunnen in Waalhalla, alwaar we in de rij voor de garderobe stonden, toen een verbaasde jongen vóór ons in de rij iets zei als "Sooowww, jullie zijn oud!!". We zijn wel nog even naar binnen gegaan, misschien hebben we zelfs nog een voetje bewogen op de vloer, maar lang zijn we niet gebleven. Alsof onze koets met die ene opmerking weer een pompoen geworden was en we snel het bal moesten verlaten. Gelukkig hebben we die nacht toch nog lekker door kunnen dansen. In het zaaltje boven Brebl was een lekker technofeestje, met heel veel rook uit de machine, zodat niemand onze oude koppen kon zien.

Ook zonder techno en rook is het in Brebl fantastisch trouwens. Heel fijn om te zien dat je bij jazzconcerten niet alleen tussen de senioren zit, want daar zou ik me dan weer te jong voor voelen. Moeilijk hoor, zo'n naderende midlifecrisis...

Tot slot, hoe gaat het nu dan, met De Cultuur in 2020. Tja, we zitten met z'n allen toch nog heel veel thuis. Deze week zag ik een dansvoorstelling op tv en ik realiseerde me plotseling waarom dat niet werkt. Voorheen leek het me zo fijn als je af en toe nog eens een filmpje van een voorstelling terug zou kunnen kijken, om de herinnering nieuw leven in te blazen. Maar nu zit ik vooral te kijken naar iemand anders die naar een dansvoorstelling kijkt. Meer nog dan bij andere podiumkunsten, wil ik niet gebonden zijn aan het kader, de focus en de beweging van een camera. Ik wil ter plekke zélf kijken, soms breed naar alle dansers tegelijk, soms naar de tenen van de één, de wapperende haren van een ander, hun samenspel. Ik wil kippenvel zien, voeten horen stampen, de spanning voelen, de intensiteit ervaren!

Het nieuwe seizoen is voor mij dus niet heel knallend van start gegaan, maar ik heb de eerste corona-proof zitplaats wel geboekt: een theatercollege Kijken naar dans, in de Vereeniging. Misschien leer ik het na al die jaren wel en kan ik een mooie recensie voor Ugenda gaan schrijven, later als ik groot ben.

Ik hoop dat we gauw weer onbeperkt in elkaars aerosolenwolk mogen zitten en dat cultuurminnend Nijmegen weer in een uitpuilende Ugenda kan gaan grasduinen!

Getagd onder

Marc van Kollenburg