Skip to main content

Iets te doen in de stad

| Max Hermens | Column
Iets te doen in de stad
Foto: Zachary Staines

Ik was veertien toen ik voor het eerst alleen naar de stad ging. In het weekend natuurlijk, ik moest drie kwartier fietsen naar het volgende dorp. Daar was een bushalte. Langs de weg stonden eiken, de wind kwam onzichtbaar over de akkers en sloeg tegen de bladeren. Ik maakte me klein en trapte door. Ik telde het kleingeld neer voor een kaartje, de buschauffeur stempelde de bovenste strook. De onderste was voor de terugreis. Ik ging achterin zitten, daar zat niemand. Voorin zaten de Somaliërs. Er was ook een halte naast een fabriek waar verstandelijk gehandicapten instapten, ze bleven in het gangpad staan, ze zeiden niets, ook niet tegen elkaar. Drie haltes later stapten ze weer uit.

Vanaf het station liep ik de stad in. Ik kende er niemand. In een schoenenwinkel vroeg ik of ze nog schoenen met korting hadden. Het meisje dat er werkte wees op een trap naar de kelder. Ik koos sportschoenen. Ik deed ze aan en liep weer naar boven om aan het meisje te vragen of ze goed stonden. Ze was ouder dan ik en natuurlijk vond ik haar leuk.

‘Prima, jongen,’ zei ze. ‘Staan je goed.’

Ik lachte. Zij sloeg ze aan op de kassa.

Ik liep langs wat kledingwinkels waar jongens werkten die er heel hip uitzagen. Ze droegen kleding die ze in dezelfde winkel verkochten. Ik haalde een broodje frikandel bij een kiosk en at hem op het plein op. Een dakloze zat op het bankje naast mij. Hij hield zijn handen voortdurend in zijn jaszakken, terwijl het niet koud was. Ik was nog niet lang in de stad, nog geen uur en eigenlijk had ik al niets meer te doen. Teruggaan was stom, dan had ik niets meegemaakt, ik had anderhalf uur gereisd om slechts schoenen te kopen. Ik slenterde over de markt. Ik zag studenten op terrassen zitten, een hoop, ze lachten hard en ze leken elkaar allemaal te kennen. Ik vroeg mij af of ik later ook zou mogen studeren. Of ik daar slim genoeg voor was.

Ik besloot tijd te rekken en ging naar de kerk. Ik was niet gelovig, maar ik ging er toch naar binnen, bij het vak godsdienst had ik geleerd dat iedereen er welkom was. De pastoor bekeek mij argwanend vanuit zijn ooghoeken. Ik stond eerst bij de glas-in-loodramen en daarna bij het altaar met Jezus aan het kruis. Ik vond het jammer dat ze hem daar altijd lieten hangen.

In een steegje met scheve huizen vond ik de cd-winkel. Ik had een cd-speler, maar ik had maar vier cd’s. De andere waren allemaal van papa. Ik ging naar binnen. De man achter de balie stak zijn hand op. Er waren drie verdiepingen, ik vond het fijn dat er zoveel cd’s waren, ik kon rustig kijken, ik had weer iets te doen in de stad. Ik hoefde nog niet naar huis. Bij de kassa knikte de man tevreden naar de cd die ik had uitgekozen. Het was een album van Cypress Hill, een hiphopgroep uit Amerika. Een vriend van me had een keer een liedje van ze laten horen op zijn mp3-speler. De voorkant van de cd was een foto van een grafheuvel, met bovenop een boom. In het hoekje onderin stond: parental advisory explicit lyrics. Ik wist toen nog niet wat dat betekende. (Ik verstond ook niet wat ze rapten.)

‘Misschien wel hun beste,’ zei de verkoper.

‘Dat wist ik niet.’

‘Sowieso. Maar Temples of boom is ook goed.’

‘Welke?’

Hij sprong de trap naar de volgende verdieping in drie stappen op, hij deed het vaker. Hij bladerde door de cd’s. De plastic hoesjes klapperden fel tegen elkaar. Hij haalde er een cd uit. Deze was ook grauw, een figuur met een kap stond op een trap die naar een duistere tempel liep. Ik gooide mijn portemonnee leeg op de balie en telde het kleingeld. Het was niet genoeg.

‘Welke is de beste?’ vroeg ik.

De man toetste wat op de kassa. Daarna telde hij iets uit op een rekenmachine. Ik wachtte zonder te weten wat ik moest zeggen.

‘Neem ze allebei maar,’ zei hij toen. ‘Ik verzin wel wat.’

‘Oh,’ zei ik.

Ik vergat ‘dankjewel’ te zeggen.

Bij de bushalte haalde ik de schoenendoos uit de plastic tas, dat weet ik nog goed, ik deed de schoenendoos open en stopte de cd’s erbij. Maar het paste niet. Ik haalde er een schoen uit. Toen pasten de cd’s wel. Als het op de terugweg ging regenen had ik liever een natte schoen. Ik liet de buschauffeur het kaartje volstempelen en ging weer achterin zitten. Achteraf was het misschien niet meer dan een simpele verkooptruc, die korting bij de kassa. En toch dacht ik al aan het volgende weekend.

Getagd onder