Skip to main content

Economie en moraal, een ongelooflijk geloofwaardig verhaal

| Noêma Neijboer | Woord
Economie en moraal, een ongelooflijk geloofwaardig verhaal
Joris Luyendijk en Marcel Rözer in gesprek | Foto: Marcel Krijgsman

Afgelopen vrijdag stroomde de bibliotheek te Nijmegen vol met een breed scala aan mensen om Joris Luyendijk te horen vertellen over zijn nu al bejubelde nieuwe boek: ‘Dit kan niet waar zijn’. Bij de uitverkochte lezing vertelde de journalist over de ervaringen die hij heeft opgedaan in de twee jaar dat hij zich in het financiële hart van de wereld (Londen red.) begaf.

Bij een lezing over de financiële wereld verwachten wij (Thijs Loonstra en ik) een wat droog, technisch verhaal met dure termen als “Keynesiaanisme” “laagconjuncturen” en “Pikketyaanse neigingen”. Echter, bij de openingszinnen blijkt meteen dat het tegendeel waar is. Zowel de presentator Marcel Rözer als Joris doen hun best om het verhaal zo toegankelijk mogelijk te houden. Joris begon zelf ook als leek en neemt ons mee in zijn ontdekkingstocht door “The City”, vol met kwants, rocket science, flitshandel en economische roof- en prooidieren (inderdaad, het lijkt wel een science fiction verhaal). Doordat hij je ‘meeneemt’ vanaf het begin van zijn reis, is hij in staat het economische wezen in onze maatschappij als een coherent verhaal op te bouwen. Generalisaties en simplificaties liggen dan op de loer.

Luyendijk benadrukt wel dat er sprake is van een wereld van gefragmenteerde informatievoorziening (we ontkomen toch niet aan dure termen) zonder duidelijk overzicht van bovenaf. Deze versplintering maakt dat alle verschillende economen de gevolgen van hun invloed op het logge monster van de financiële wereld niet meer overzien. En als zij het al niet meer helemaal begrijpen, wie wel?

Nou, daar zitten we dan in de bibliotheek, een dystopisch beeld van een onvrije wereld zonder duidelijk leiderschap doet zich langzaam uit de doeken. Er is namelijk geen concurrentie tussen de verschillende banken, stelt Luyendijk. De complexiteit van het systeem en het totaalgebrek aan vrije markt maakt dat het vermogen steeds meer accumuleert. Geen fijne gedachten voor arme studentjes als wij.

Het overkoepelende thema van zijn lezing (geen analyse(!)) is in de vorm van de volgende metafoor gegoten: Ik zit in een vliegtuig. Tot mijn grote schrik zie ik dat één van de motoren vlam heeft gevat. Niemand anders lijkt het door te hebben. Ik ren naar de stewardess om mijn verhaal te doen, ze houdt vol dat er niets aan de hand is. Ik wurm mijn weg door het vliegtuig de cockpit in. Wat schetst mijn verbazing? De cockpit is leeg!

Dit angstaanjagende beeld is exemplarisch voor het gebrek aan kennis, controle, sturing en enige moraal van de bankenwereld, volgens Luyendijk. Met kwants als hoge wiskundigen of fysici die met moeilijke wiskundige formules een wereld hebben gecreëerd waar niemand meer iets van snapt, computers die honderden malen per seconde aandelen kopen en verkopen en psychopaten die niet eens veel hoeven te verdienen, zolang het maar meer is dan iedereen om hen heen. Er heerst een cultuur waarin het nastreven van een monopoliepositie genormaliseerd is. Verandering lijkt onmogelijk, mensen die breken met het stramien staan binnen vijf minuten op straat. De regeringen zijn gedwongen het systeem in stand te houden om de nationale economie niet te verzwakken. Een bank met belastinggeld uit het faillissement trekken is de procedure in tijden van economische crisis (als de bubbel geknapt is). Keynesiaans ingrijpen bij laagconjunctuur is de gebruikelijke gang van zaken die bij ons toch bijna Pikketyaanse neigingen genereert (Ha! Hebben we ze toch nog alle drie gebruikt).

Tijd voor een hoognodige rookpauze, dus.

Terwijl de Nijmeegse salonsocialisten (en drie bankiers) zich binnen tegoed doen aan de versnaperingen en in de rij staan om Joris’ gesigneerde boek te kopen denken wij na over een goede vraag voor de journalist. Waar zijn de ethische codes? Waarom zijn er geen supranationale instellingen (Europees Hof voor de Rechten van de Mens, WHO, IMF etc.) die ingrijpen? Hoe heten Joris’ kinderen? Hoeveel zakgeld krijgen ze? Alle informatie die we in het eerste deel kregen, zorgt enkel voor een nog grotere honger naar kennis, we zijn verkocht.

Gelukkig is het tijd voor het vragenuurtje. En wat blijkt? Zowel de presentator als Joris zelf ventileren behalve bekwaamheid ook enige sporen van seksisme. Een vrouw wil een vraag stellen, de interviewer is haar voor: “ze wilt vast vragen hoe je je voelt!” De twee intellectuelen laten zien dat feminisme toch meer mag zijn dan de onschuldige hobby tussen strijken en koken door die het nu is. Jammer. Joris stelt dat de economische sfeer zo patriarchaal is omdat de meeste vrouwen weigeren werkweken van 80 uur te hebben. Ze willen hun sociale en maatschappelijke rol niet verliezen. De neiging tot genderneutralisatie in het bankenwezen is volgens Joris ook seksistisch. Om te veronderstellen dat mannen competitief zijn en vrouwen sociaal, en daarmee te suggereren dat het bankwezen vrouwen aan de top hard kan gebruiken, houdt de binaire oppositie alleen maar in stand. ‘We hebben wetten nodig die het gedrag en de bijbehorende gevolgen van de acties van mensen in topposities reguleren, of het nou mannen of vrouwen zijn.’ zegt Joris.

Hij citeert zelfs Stalin: ‘Vertrouwen is goed, controleren is beter.’ Van dezelfde Stalin kennen we ook het citaat ‘Wie bang is voor wolven, moet uit het bos blijven.’ Dit is wel toepasselijk in het licht van het succes van films als ‘The Wolf of Wall Street’. Joris stelt dat we door dergelijke films de illusie koesteren dat het gaat om unieke gevallen van geïsoleerde individuen, terwijl in werkelijkheid het bos een groot, complex netwerk is.

Maar we zijn allemaal onderdeel van het bos, of we nu willen of niet. We kunnen er niet aan ontsnappen. Uit het publiek klinken geluiden van revolutie, vergelding en Grass Root initiatieven.

Een bevredigende behandeling voor de tumor die de banken in onze samenleving zijn, komt er niet. Misschien een revolutie, misschien een totale ineenstorting van de westerse wereld, misschien een gestage evolutie. Joris’ komt enkel met problemen die alomtegenwoordig zijn, maar weinigen buiten het bankwezen kennen.

We eindigen met het antwoord op de laatste vraag uit het publiek: “Wat is geld?”

“Vroeger was geld gebonden aan de hoeveelheid goud, nu weet niemand meer echt wat het inhoudt. En de weinigen die er achter beginnen te komen, denken maar één ding: dit kan niet waar zijn.”            

Getagd onder

  • Wat
    Lezing met Joris Luyendijk
  • Waar
    Mariënburg Bibliotheek
  • Wanneer
    20 februari 2015

Noêma Neijboer

Cultuurwetenschapper met een behaalde master Creative Industries. Dichter met een passie voor street art. Observeert en geniet van de kunst en cultuur in Nijmegen. Staat altijd open voor een interview!