Valkhofmuseum: tegenstellingen overbruggen?
Onder leiding van de gespreksleider Ad ’s-Gravesande discussieerde maandag 3 juli een gezelschap van ruim tweehonderd personen in het Valkhofmuseum over de toekomst van het Valkhofmuseum. Een belangrijke vergadering, want interim-directeur Jan van Laarhoven moet op 15 september de gemeente een visiedocument aanbieden. De meningen van de aanwezigen vallen uiteen tussen zij die vooral iets willen tonen en zij die van een stadsmuseum stimulerende initiatieven verwachten. Mogelijk kan Van laarhoven deze standpunten verenigen.
De avond wordt ingeleid door vijf sprekers, zowel afkomstig uit de stad als van verder weg, zowel kunstenaars als mensen uit de museumwereld. Zij blijken een redelijke representatie van de mensen in de zaal, die ongeveer in dezelfde richting denken. Bij de aankondiging van de avond, die voor iedereen vrij toegankelijk is, is het dilemma van het noodlijdende museum (afgelopen jaar 'slechts' 90 duizend bezoekers, een geflopte gladiatorententoonstelling, een financieel ondoorzichtige situatie) vooral geschetst als de vraag of Nijmegen nog steeds een zogenaamd ‘hybride’ museum wil hebben. Dat is: een museum met collecties over én de oudheid én over de geschiedenis van de stad én een collectie moderne kunst. Ofwel een loskoppeling van de ‘historische’ collectie van de verzameling moderne kunst, en deze in aparte musea presenteren.
Eén of meerdere musea?
Voorstander van dit laatste idee zijn er maar weinig bij deze bijeenkomst. Wél Wim Weijland, directeur van het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. Hij trof bij zijn aantreden een vergelijkbare financiële wanorde aan en stelt dat het Valkhofmuseum in élk geval minstens drie jaar rust moest krijgen, welke keuze er verder ook gemaakt mag worden. ‘Die tijd heb je eenvoudig nodig om plannen door te kunnen zetten en de boel financieel weer op de rit te krijgen’, zegt hij. Een paar keer benadrukt Weijland dat het grootste deel van de bijzondere archeologische collectie van Het Valkhof, met name die uit de Romeinse oudheid, eigendom is van provincie Gelderland, die het museum dan ook met 1,3 miljoen euro steunt. ‘Dat is een bedrag zonder welk het museum niet kan. Een plan voor het Valkhofmuseum moet dus altijd ook deze collectie omvatten. En om je voor het grote publiek eenduidig te profileren, moet je dat, met name in de winter, als de meeste mensen musea bezoeken, met de archeologische collectie en exposities doen.’ Voor moderne kunst is er volgens Weijland dan alleen in het voorjaar en de zomer ruimte voor wat kleinere exposities.
Ook oppert iemand juist het omgekeerde: maak van Het Valkhof een museum voor moderne kunst en breng de archeologische en historische collecties onder in de Mariënburgkapel, die niet voor niets het ‘Huis der Geschiedenis’ herbergt, de Valkhofkapel en het oude Museum Kam (dat momenteel geen museumfunctie meer heeft).
Dingen laten zien
De meeste deelnemers aan de discussie gaan uit van de bestaande collectie. Er komen tal van ideeën voor exposities, zowel over de historie als over moderne kunst. Ook worden verschillende visies verwoord, die het best te verdelen zijn in enerzijds de ‘dingen laten zien’-kant en anderzijds ‘het museum als maatschappelijk instituut’.
Aan de ‘dingen laten zien’-kant staan - naast de onvermijdelijke Hubert Hendriks, die in publieke debatten alles probeert te gieten in de ‘Citymarketing’-mal en daarbij beklemtoont dat het bedrijfsleven best wil bijdragen aan een project dat de stad meer bekendheid geeft - ook Saskia Bak, directeur van Museum Arnhem. Waar haar gemeentemuseum alleen een kleine historische stadscollectie heeft en zich toelegt op de expositie van internationale moderne westerse en niet-westerse kunst, ziet ze voor het Museum het Valkhof een unieke manier om ‘…het grote verhaal van de geschiedenis van Gelderland te vertellen. Maar dan niet lineair, te beginnen bij de Romeinen en dan stapsgewijs naar de moderne tijd, maar door moderne ontwikkelingen te plaatsen in het licht van hoe ze zo ontstaan zijn. Hoe het landschap en de verhoudingen in Gelderland hebben geleid tot waar we nu zijn, en zo terug te kijken in de geschiedenis.’
Ook twee medewerksters van het museum die veel met schoolklassen werken, staan aan deze kant. Zij stellen met nadruk dat het museum zich zou moeten afvragen voor wie het er nu eigenlijk is. Volgens hen gaat het om mensen iets te leren en te laten opsteken over wat er geëxposeerd wordt. Langs deze lijn redeneren veel sprekers. Waarbij opvalt dat mensen zich bijvoorbeeld als kunstenaar bekendmaken en dan een pleidooi houden voor archeologie en het levend maken van de geschiedenis, terwijl anderen zich voorstellen als oudheidkundige of archeoloog en vervolgens een warm pleidooi houden voor een sterke profilering op moderne kunst.
Stimuleren & uitdagen
De andere kant van de discussie wordt vertegenwoordigd door Walter van der Cruijsen, kunstenaar en daarnaast betrokken bij tal van exposities en manifestaties in binnen- en buitenland, en door Jan-Wieger van den Berg, kunstenaar en expositiemaker, onder meer bij Plufabriek Nijmegen. Beiden pleiten voor een museum dat kunstenaars in de regio stimuleert en uitdaagt, dat het kunstklimaat aanjaagt in de stad. Verschillende mensen in de zaal komen met voorbeelden uit andere steden, waar het museum kunstenaars stimuleert om met bewoners in de wijken aan de slag gaan. Daarnaast pleiten Van der Cruijsen en Van den Berg voor een bevlogen kunstbeleid: kenners in de top van het Valkhofmuseum, die de internationale kunstwereld in de gaten houden en doorlopend speuren naar de hoogwaardigste kunst, zowel dichtbij als veraf. De niet heel grote, maar wel hoogwaardige collectie van Het Valkhof moet daarin serieus meegenomen worden en kan dan langzaam aan belang winnen. Daarnaast zijn zij het die de meeste nadruk legden op het betrekken van de universiteit bij het museum, omdat de technologie en inzichten die daar ontwikkeld worden kunstenaars kunnen inspireren. Onder anderen twee studenten constateren dat er door de Radboud Universiteit, ook op het gebied van stages of onderzoek, weinig met het Valkhofmuseum wordt samengewerkt.
Cultureel Nijmegen
Interim-directeur Van Laarhoven hoort ondertussen alles aan en maakt notities. Gaandeweg wordt steeds meer duidelijk over de samenstelling van het publiek. Zo is wethouder Bert Veldhuis onder de aanwezigen, maar die wil, daartoe uitgedaagd door ’s-Gravesande, niets zeggen over het gemeentelijke standpunt. Ook directrice Heleen Wijgers van de Stevenskerk is er. Zij pleit voor meer samenwerking tussen de culturele instellingen in de stad. Piet Timmermans is erbij, de voorzitter van Cultuurhistorisch Platform Rijk van Nijmegen. En er is een zich betrokken tonende, vermogende kunstverzamelaar. Kortom: tal van mensen uit het Nijmeegse culturele leven, waarbij opvalt dat er maar weinigen elkaar lijken te kennen.
Na afloop van dit belangrijke, in beschaafde sfeer verlopen debat, is er nog een borrel met muziek. Goed mogelijk dat er hier wat nog nieuwe connecties ontstaan. En dat alleen al is pure winst.
Getagd onder
-
WatBijeenkomst Museum het Valkhof
-
WaarMuseum het Valkhof
-
Wanneer3 juli 2017