Daniel Docherty is verdiend headliner
Vanavond is een primeur. Daniel Docherty is voor het eerst headliner in een tour en heeft iemand die voor hém opent, Judy Blank, in plaats van andersom. De aankondiging van zijn optreden in Merleyn leverde al zo veel belangstelling op dat het al snel verplaatst werd naar Doornroosje zelf. Naar een uitverkochte rode zaal.
De kleine zaal binnenkomend zie ik een duister figuur op het podium staan: Judy Blank zoals blijkt. Onaangekondigd door een mc begint ze stipt 20:15 uur met haar eerste nummer. Een fijne, heldere stem klinkt door de zaal, door haarzelf begeleid op gitaar. Judy brengt haar eerste luisterliedje ten gehore en dat bevalt prima, ze komt een beetje over als een kruising tussen Joni Mitchell en Colbie Caillat, maar minder breekbaar, als dat iets zegt. Ze stelt zichzelf voor na haar eerst nummer en vertelt hoe blij ze is te mogen openen voor Daniel, hoe vet het is dat het is uitverkocht en hoe fijn het is dat iedereen zo aandachtig luistert. “Dat hoort ook, maar toch.” En: “Zijn er al vragen?”.
Dit typeert haar stijl: grappige anekdotes leiden de liedjes in en vormen de omlijsting. Zo heeft ze toch maar een echt ‘kuntrie’-nummer geschreven. Dat klopt, het komt echt over als een gelikt countrynummer. Goed gedaan. Niet mijn favoriet. Riverbed, over het volledig opnieuw kunnen beginnen, daarentegen, ontroert me en laat me een beetje wegdromen. Ik besluit dat ik Judy Blank leuk vind.
Een Schot in het Nederlands
Iets over negen knalt Daniel zijn eerste nummer de zaal in. En knallen doet het. Hiervoor zie je hem live, de energie die hij op het podium geeft, de uithalen in zijn zang, die zijn nauwelijks op plaat te vangen.
Bovendien mis je dan Daniels kleine uitstapjes naar de Nederlandse taal, alsook de kleine, aandoenlijke verhaaltjes tussendoor, in zijn meer dan hevige Schotse accent.
“I always make these disgusting faces. I’m ok though, I think I’m ok.” is hiervan een voorbeeld. Alsof hij zich moet verontschuldigen voor zijn uitdrukkingen die nogal expressief zijn. Of zijn dankbaarheid naar het publiek niet genoeg kan uiten, vooral het Nederlandse publiek waar hij zo van houdt. Al voordat het publiek weet wanneer een nummer klaar is heeft-ie ons al bedankt. Oprecht, en dat weten we ook.
EP op repeat
Het applaus dat steevast volgt op Docherty’s dankwoorden wordt graag gegeven. Soms is bij de intro van een nummer, zoals bij Hold Me, het publiek al luidruchtig enthousiast. Het kost Daniel ook geen moeite het publiek mee te laten knippen met de vingers of het refrein te laten zingen als hij daarom vraagt. Vanuit volle borst zingt de zaal “leave me alone, I’m busking” en “rat tata we’ve got feelings”. Wanneer de Schot het publiek in gaat om van daaruit te spelen – “fuck you’re all so tall” – wordt hij net niet overstemd. Dat heeft dan ook meer te maken met de strot die hij op kan zetten dan dat het publiek stilletjes achterblijft. Want wat kan hij uithalen. Nummers als Weather en Life is What We Make of It zijn live schrijnend. Ze raken je diep van binnen. Door gebruik te maken van een loopmachine lijkt Docherty de ruimte bij tijd en wijle te vullen met alle mogelijke geluiden en melodieën die je maar kunt wensen. Imagining Love betovert de zaal zelfs zo dat je een speld zou kunnen horen vallen, zo aandachtig luistert iedereen.
Ik ben blij dat ik er weer bij mag zijn, blij dat hij me op Down the Rabbit Hole 2016 werd aangeraden. Net als toen voel ik de tranen branden bij Garden in the Snow en moet ik lachen bij het liedje over iemand die het straatmuzikanten niet makkelijk maakt.
Daniels nieuwe ep staat ondertussen op repeat, maar blijer ben ik, wanneer ik hem live op het podium zie staan, het is altijd goed.
Getagd onder
-
WatDaniel Docherty
-
WaarDoornroosje
-
Wanneer28 februari 2018
Maartje Wenting
Afgestudeerd aan de HAN (Geschiedenis en Staatsinrichting tweedegraads), voormalig docent Nederlands met een passie voor taal, cultuur, toneel, kunst en schrijven: actief en passief. Eigenaar van tekstcorrectie- en taaladviesbureau De Zwarte Pen.