Welke muziek luisterden Kaaisjouwers?
Ugenda bestaat dit jaar maar liefst al 20 jaar. Er zijn dus heel veel mensen die een geschiedenis hebben met Ugenda. Een aantal van hen hebben we gevraagd om hun overpeinzingen op te schrijven. Deze week is het de beurt aan een van de mensen die momenteel binnen Ugenda actief is, Stijn Zunneberg, (eind)redacteur.
Een van mijn eerste herinneringen aan een uitje in Nijmegen, middagjes naar de kermis daargelaten, was een bezoek aan Cinemariënburg met mijn vader en mijn zusje. We bekeken Les vacances de Monsieur Hulot, een erg grappige film. Ik kan nog altijd lachen om de scène waarin een postbode fluitend een peloton zwoegende wielrenners inhaalt. Zelf wist ik destijds niet eens hoe ik van ons huis naar de bioscoop moest fietsen. Ik kende vooral de speeltuintjes in de buurt waar ik mijn weekenden en vrije dagen voetballend sleet.
Eind middelbare school, rond mijn zeventiende, veranderde dit. Toen begon ik met het bezoeken van optredens in de stad. Concerten in Doornroosje, wereldmuziek bij de Music Meeting, bandjes kijken in de Underground of Café Dollars en de Popronde ieder najaar, vormen een kleine greep uit de evenementen die ik sindsdien bezocht. Ondertussen bracht ik kranten rond, onder meer luisterend naar Nijmeegse muziek van De Staat of Zo Moeilijk (Kant A van Nosa is een klassieker). Het verdiende geld gaf ik uit bij het Vinylarchief en De Waaghals, waar Daan en Luuk van den Brink me platen tipten.
Paddenstoelen
Ik dacht Nijmegen en haar culturele landschap inmiddels aardig te kennen, al had ik van Ugenda nog nooit gehoord. Was dat wel zo geweest, dan had ik ontdekt dat ik slechts een fractie kende. Ik zou dan minder verrast zijn geweest over plekken als De Vasim, De Kaaij, Brebl, de Thiemeloods en Hubert, die voor mijn gevoel de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond schoten. Ieder jaar leek het culturele aanbod uitgebreider en dat kwam bovenal tot uiting tijdens de zomerfeesten. Het kiezen tussen alle optredens en feestjes werd steeds lastiger.
Nu ik Ugenda een paar jaar volg en ik er sinds enkele maanden als redacteur actief ben, vraag ik me af: is er daadwerkelijk zoveel meer te doen of denk ik dat alleen doordat ik er tegenwoordig meer op let? Het maakt eigenlijk weinig uit. Wat ik me vooral afvraag, is wat er vroeger in Nijmegen te doen was. In de tijd dat ik alleen wist van het filmhuis met Monsieur Hulot, maar ook decennia eerder.
Graodus fan Nimwegen
Volgens mij ben ik niet de enige. Gezien de populariteit van Facebookpagina’s als Oud Nijmegen en Nijmegen Toen zijn velen geïnteresseerd in de Nijmeegse geschiedenis. Dankzij Ugenda weet ik tegenwoordig precies wat er in Nijmegen te doen is, maar ik denk dat het platform ook interessant is om verhalen over de uitgaansgeschiedenis van Nijmegen te presenteren. Jonge Nijmegenaren en mensen die later naar de stad verhuisden kunnen zo meer over Nijmegen te weten komen, terwijl het voor echte Nimwegenaren een feest der herkenning is. Wie was Graodus fan Nimwegen, de man achter Al mot ik Krupe? Stonden er vroeger ook zoveel standbeelden op de waalkade of elders in Nijmegen? En daarop inhakend: konden Kaaisjouwers ook weleens genieten van livemuziek?
Juist nu corona het culturele leven platlegt, lijken dit soort historische verhalen me een mooie toevoeging aan Ugenda. Ik hoor graag hoe andere redactieleden en trouwe bezoekers van de website hier over denken. Als er animo voor is, draag ik in ieder geval graag mijn steentje bij.
Getagd onder