Skip to main content

‘Verdwenen lijk’ komedies

| Peter Verstraten | Column
‘Verdwenen lijk’ komedies

Er lijkt zich een consensus te voltrekken rondom Sweet Dreams van Ena Sendijarević, want bijna elke criticus lijkt geporteerd voor deze film, die ik in een vorig opiniestuk, nog voor die in Nederland te zien was, een kleine triomftocht voorspelde.

De film die acht Gouden Kalveren-nominaties heeft gekregen, laat de ‘sterfhuisconstructie van het late kolonialisme’ zien. Dit gebeurt via een bewust ‘dramatische overdrijving’ waardoor er een ‘licht-surrealistische sluier’ over alles hangt, aldus Ronald Rovers in Trouw. Met ‘een mix van satire en compassie’ beziet Sweet Dreams het koloniale verleden door hedendaagse ogen, zo schreef Joost Broeren-Huitenga in Filmkrant. Op haar beurt prijst Dana Linssen in NRC de ‘virtuoze visualiteit’ en het ‘verrukkelijke absurdisme’ van Sendijarevićs film die rond 1900 is gesitueerd. 

Lamlendigheid en vertwijfeling

Ik sluit me aan bij dit koor van tamelijk eensgezinde oordelen: het acteren is opzichtig theatraal en verstild, maar het werkt omdat het strookt met de apathie van de personages. Wat te doen na de dood van patriarch Jan aan het begin van de film? vragen ze zich af. Zijn heengaan lijkt de lamlendigheid en vertwijfeling te versterken van de figuren in en rond de Nederlands-Indische suikerplantage. ‘Het zijn vreemde tijden,’ zo zegt de priester, ‘maar die duren nooit lang. Voor je het weet is alles weer … gewoon.’ Maar dat gewone geldt niet voor de duur van de film, en dat komt deels doordat Jans vrouw Agathe en zijn bijslaap Siti het lijk van Jan in het bos hebben begraven, maar niet meer weten bij welke boom. Er vindt een begrafenis plaats, in een setting die een visuele nabootsing in kleur is van een zwart-wit tafereel uit de Deense film Ordet (Carl Theodor Dreyer, 1955). In Dreyers film zien we een vrouw in een open kist, vlak voor ze via het woord van haar schoonbroer herrijst. In Sweet Dreams geen herrijzenis, want er is ook geen lijk. We kijken naar een ceremonie, maar omdat een dood lichaam ontbreekt, is de begrafenis een valse bezwering.

Ordet – film still

In het algemeen ben ik erg gecharmeerd van films met een verdwenen lijk. Dat heeft te maken met de uiteenlopende opties die zo’n voorval met zich meebrengt: óf het wordt een zenuwslopende exercitie zoals Les Diaboliques (Henri-Georges Clouzot, 1955), een meesterwerk met zo’n zinderende ontknoping dat er aan het eind van de film een mededeling verschijnt om niets over de film te verklappen. Clouzots film is zulke hoogwaardige suspense dat Alfred Hitchcock bekende dat hij er jaloers op was. Óf het gedoe met een lijk ontaardt in een komedie, zoals Hitchcocks The Trouble with Harry – in het Nederlands vertaald als Herrie om Harry. In hetzelfde jaar gemaakt als Les Diaboliques is in The Trouble with Harry een lijk steeds weer foetsie, want nu eens begraven, dan weer opgegraven. Hitchcock gold natuurlijk als de meester van de suspense, maar deze film is bij uitzondering erg hilarisch en een schoolvoorbeeld van onderkoelde humor. Zie alleen al de scène aan het begin waarin Captain Wiles denkt dat hij in zijn jacht op een konijn een hem onbekende man heeft doodgeschoten. Hij is bezig het lijk in de bosjes te verstoppen als zijn buurvrouw hem betrapt. De captain lijkt in de problemen, maar hun ontmoeting leidt ertoe dat zij hem, met het lijk tussen hen in, uitnodigt voor koffie met bosbessentaart en een slokje vlierbessenwijn.

The Green Man - film still

The Green Man: grappig door bizarheid

Uit min of meer dezelfde tijd stamt The Green Man (Robert Day, 1956), een Britse comedy die, jawel, ergens op Netflix verborgen zit – of zat, want films kunnen er ook weer pardoes vanaf worden gehaald. Ik zeg ‘verborgen’ omdat wie 'teveel' naar hedendaagse films en series kijkt de films uit de jaren 50 niet zo maar via het algoritme krijgt aangereikt. Hoofdpersoon is Hawkins, een op en top Britse gentleman en in het dagelijks leven klokkenmaker. Op droge toon vertelt hij hoe hij al van jongs af aan inventieve bomaanslagen pleegt. Een generaal die de aftrap verricht bij een voetbalwedstrijd, boem! Een man die met een champagnefles een schip doopt, boem! Bij een van zijn klussen als huurmoordenaar maakt hij de oudere secretaresse Marigold het hof als onderdeel van zijn opdracht, maar laat per ongeluk een brief met aantekeningen achter. De secretaresse is het punctuele type. Ze is zo achterdochtig dat zij hem onmiddellijk wil spreken, maar Hawkins wil het vaste spelletje schaak met een brigadier niet afbreken. Hij laat een assistent het naambordje van zijn woning weghalen en die plaatst het bij het nog niet bewoonde pand van de buren om de secretaresse op een dwaalspoor te zetten. Als een enthousiaste stofzuigerverkoper bij die buren aanbelt, heeft de assistent het lichaam van Marigold net in de piano verstopt. De stofzuigerverkoper laat zich niet afschepen en dan duiken de aanstaande bewoners ook nog op. Bij elk spoor dat de stofzuigerverkoper vindt, heeft hij een wilde theorie, en hoe idioot die ook klinkt, hij heeft steeds gelijk, zo weten wij. Hawkins moet voortdurend reageren op de correcte hypotheses en dat leidt tot een gesleep met een lichaam dat vervolgens verdwijnt nog voor het begraven wordt. The Green Man is zo grappig omdat er een bizarre toestand is ontstaan rondom een vermeend lijk, terwijl iedereen in zijn of haar rol blijft en zo normaal mogelijk probeert te doen.

Sweet Dreams film still – Photo by Emo Weemhoff
Sweet Dreams: koddige sfeer

In Sweet Dreams is door de afwezigheid van Jans lichaam eveneens sprake van een rare situatie. Wat is immers de status van zijn testament als niet honderd procent zeker is dat hij nooit zal terugkeren? De film van Sendijarević speelt nergens op de lach en doet geen moeite om grappig te zijn, maar juist omdat Sweet Dreams is gestructureerd rondom een leegte – een afwezig lijk – krijgt het als vanzelf een ‘carnavaleske toon en atmosfeer van lichte waanzin’ (Rovers in Trouw). Die koddige sfeer krijgt extra nadruk – voor mij althans, doordat de film de zwarte ‘verdwenen lijk’-komedies uit de jaren vijftig in herinnering roept.


Lees ook de recensie van Corien Stakenkamp.


Deel dit artikel