Tegen de stream in
Het leek wel een droom, binnen een paar dagen was mijn hele agenda leeg. Voor het eerst sinds mijn middelbare schooltijd een compleet lege zomer! De maanden daarvoor realiseerde ik mij langzaam dat mijn agenda iets te vol was geraakt en dat het best wel wat minder mocht zijn. Karma deed haar werk en alles verviel. Wat schaamtebewust durfde ik in besloten kring wel te melden, als men met medelevende vragen aankwam, dat het eigenlijk wel fijn was om legitiem even niks te doen.
De zogenaamde verlossing was van korte duur, eigenlijk had ik gewoon een weekje vrij gewild. Want wat heb je aan vrije tijd als er niks te doen is? De eerste weken vulden zich snel met dagenlang rondbellen om voorstellingen en concerten te annuleren, met een polonaise aan individuele verhalen van ‘we gaan het redden’ tot relaties die belden met de mededeling ‘wij zijn af!’. Bij mij deed dat langzaam het besef komen dat als straks alle belletjes gedaan zijn en alles ‘in optie’ staat tot nader orde, er even helemaal geen werk meer is.
Vrije tijd bestaat alleen bij de gratie van werk, sterker nog, vrijheid ligt in het aanvaarden van je plichten, niet in het niksen (de laatste parafraseer ik uit Tachtig van Jaap Scholten). Nadat de eerste puin was geruimd sloeg de verveling dan ook al snel toe. Netflix veranderde al rapido in een inkijkexemplaar en al die keren dat ik geen tijd had gehad voor boeken, cursussen of klusjes bleken gewoon geen zin te zijn geweest. Facebook veranderde ondertussen in een slangennest waaruit bleek dat ik veel meer 5G-gekkies, Microsofties, Lockdown-is-onderdrukking-ers en mijn-lichaam-is-een-tempelaars ken dan me lief is en was ik vooral druk bezig met het blokken van wat Facebook vrienden noemt, en het ontwijken van challenges, nominaties en petities. Om nota bene nog maar niet te spreken van mensen die mij dachten te winnen voor het idee ‘Coronaburgerpark’; laat me met rust zeg. Binnen no-time had ik een stevige Catawiki-verslaving opgebouwd en liep ik wat tientjes te schuiven met het doorverkopen van kunstwerken - op zich best een aardig tijdverdrijf, maar de familie Six lag er nog niet wakker van. Nee, ik had mezelf ooit verplicht Cultureel Ondernemer te zijn en ik was aan het verzaken.
Er viel op het eerste oog echter weinig te ondernemen. Ondertussen zag ik veel artiesten hun grootste goed gratis online gooien of streamen voor een fooi. Nobel, maar ook onhoudbaar in mijn optiek. Wie verdiende er nu geld met streamen? Kim! Kim verdient geld met streamen! Je kunt zeggen wat je wilt over de porno-industrie, maar het is wel crisis-proof. Dus ik mailde Kim Holland, Kim Holland belde terug. We hebben een klein halfuurtje over streamingsdiensten en porno vs. cultuur zitten soebatten en ik had er natuurlijk een leuk verhaal bij. Wat verder inlezen in het streamen (van cultuur…) en nog wat meer belletjes met deze en gene verder, was ik er wel uit: streamen was niet aan mij besteed. De afgelopen 3 maanden heb ik 2 toneelvoorstellingen via livestream gekeken. Natuurlijk goed dat er wat gebeurt, maar ik heb het geduld er niet voor. Bij de eerste ben ik halverwege afgehaakt en bij de tweede heb ik ondertussen mijn mailbox bijgewerkt.
In cultuur moet je kopje onder kunnen. Jaren geleden hoorde ik iemand bij Otis aan de bar zeggen “Jazz kun je niet opnemen,” wat ik een vreselijk elitaire opmerking vond. Ik ben nu bereid om deze man een klein beetje tegemoet te komen, het gevoel van live is niet thuis te vervangen. Normaliter loop ik de deur redelijk plat bij de verschillende podia in Nijmegen en heb ik ook nogal eens de neiging om in de stad te blijven hangen. Mijn focus ging dan ook al snel richting de periode ná de ‘intelligente’ lockdown. Want het was wel duidelijk, ik ging geen cultuur zien totdat ik er fysiek bij kon zijn.
Met ‘Otis x Brebl’ durf ik mijn eerste cultureel ondernemers-stapje weer te zetten. Nu daarmee de deur weer op een kiertje is gezet draait mijn hoofd overuren en vliegen de plannen alle kanten op. Nu nog de vraag wat er van waar gemaakt kan worden in de 1,5 meter-praktijk…
Ondertussen starten zaken achter de schermen weer op, scholen durven weer voorstellingen te boeken, de eerste schetsen voor festival Baby Otis staan op papier en de eerste bijeenkomst voor Otis Park 2021 zit er al weer op. Misplaatste Grappen en Storytelling @ De Thiemeloods, ik hoop het, maar dat zal het voorjaar van 2021 pas worden vrees ik.
Waar ik, buiten mijn eigen werk, naar uit kijk is weer naar het museum gaan, en wel naar Museum More in Gorssel naar de expositie over Jan Mankes. Een realist, dat lijkt me wel even verfrissend. Voor nu ben ik vooral nog blij dat ik zonder gêne met een grote bocht om mensen heen kan lopen, vals kan kijken als mensen te dichtbij komen, en ondertussen mijn agenda toch weer volstroomt.