K*tzooi
Wat een rottijd is dit zeg. Niet per se doordat concerten niet doorgaan, er geen reet meer te doen is en de vierdaagse iets langer op zich laat wachten dan normaal. Nee, het is een rottijd door alle mensen en hun krampachtige gedrag.
Na zoveel weken ben ik weer eens op pad om geld te verdienen, als fotograaf is het niet gemakkelijk in zo'n crisis. De meeste samenscholingen mogen niet van de regering en de mensen die ik wel mag fotograferen kiezen vaak voor uitstel. Uit angst, maar ook omdat ze zelf hun inkomsten zien dalen. Ik loop dus een woonwinkel binnen om fotolijstjes te zoeken. Ja, ik had ze gewoon online moeten bestellen. Ik wilde ze graag gelijk in huis hebben dus was er met goede moed op uit getrokken.
Ik loop een zekere woonwinkel aan de woonboulevard binnen en wordt vriendelijk ontvangen door een vrouw. Of ik even mijn handen wil ontsmetten, nou dat wil ik dus niet. Ik kan nu uitweiden over het hoe en waarom niet, maar dat is even ondergeschikt aan de situatie. "Nou, dan mag u niet naar binnen!" Gelukkig dat ik dan ook al niet eens meer naar binnen wil. Alsof dat ontsmetten enig nut heeft tegen dit virus. Blijkbaar hebben we dit soort schijnveiligheid nodig.
Dapper loop ik een andere winkel binnen en vol goede moed zoek ik naar mijn fotolijstjes. Terwijl ik de eerste passen door de winkel zet, kom ik een medewerker tegen. Ze deinst terug met de handen omhoog en een vertrokken gezicht en terwijl ik verder zoek vallen de pijlen op de grond me op. Blijkbaar is er een looprichting aangeduid op de grond. Ik draai me weer om en heb ook al gezien dat ik hier mijn fotolijstjes niet ga vinden. Op de terugweg duikt dezelfde medewerkster weer de stelling in om mij te ontwijken. Dit gaat me echt te ver; ik heb geen grote leeuw bij me en ik heb ook geen pest. "Ja meneer, de anderhalvemeterregel, hè?" Schiet mij maar lek.
Thuis haal ik mijn kind op en we lopen naar de Hema in een laatste poging de lijstjes te scoren. Jengelend aan mijn arm – omdat hij de in Bert-en-Ernieauto wil en niet in de wandelwagen – strompelen we de winkel binnen. Twee gangpaden verder wordt er naar me geroepen of ik een mandje wil meenemen. Je weet wel, dat mandje dat bedoeld is om in de gaten te houden hoeveel mensen er in de winkel zijn. Aangezien ik de derde klant was en er dus nog 48 mandjes stonden leek het me zeer zinvol. Ik ben zonder lijstjes teruggekeerd naar huis. Een ervaring rijker en een illusie armer.
Ik heb geen bekenden die ziek zijn geweest. Ik heb geen sterfgevallen meegemaakt. Zou ik anders gewoon alles doen wat er van me gevraagd wordt? Zou ik dan netjes in het gareel lopen? Mijn handen ontsmetten terwijl ik ze thuis al goed gewassen heb voor ik kwam?
Intussen zit ik thuis, afgezonderd van iedereen, lekker naar online concerten te kijken. Plannen te bedenken voor nieuwe projecten en online meetings te volgen. De tuin is weer op orde en veel langliggende klussen volbracht. Ik hoop dat alle muzikanten en kunstenaars dit ook doen. Ik kijk uit naar alle pareltjes die voortkomen uit deze periode. Liever geen babyboom, maar een albumboom.
Oké doei.