Midzomernachtmerrie
Het is half juni. Normaal gesproken zouden we nu midden in het festivalseizoen zitten. Maar deze dagen valt de regen ongehinderd op het Goffertpark. Geen megapodium, geen tienduizenden fans op bezoek bij hun grote idolen. Geen lichtshow die wedijvert met de bliksemschichten of de kleuren van de ondergaande zon. De midzomernachtsdroom van elke Nijmeegse festivalganger is veranderd in een nachtmerrie. Straks, half juli, is ook het Valkhofpark rustig en stil en ontbreken de hossende massa’s op de Waalkade. Geen muziek, geen recensies, geen onderdompeling in het Vierdaagsegevoel. Wat doet een redactielid dan tijdens de lockdown? Die vraag werd al door veel Ugenders beantwoord, en nu ben ik aan de beurt.
Het heeft ons overvallen als een donderslag bij heldere hemel. Eerst was het heel ver weg. Toen kwamen de persconferenties en gingen de grote evenementen niet meer door. We waren toevallig in Amsterdam voor een grotendeels afgelast festijn. Op het terrein van de Westergasfabriek werden de resten van de allerlaatste kermis haastig opgeruimd, het regende niet eens zachtjes. De A2 zag er die donderdag in maart tijdens de spits uit als tijdens een autoloze zondag. Op weg naar huis hoorden we dat ook de kleine evenementen eraan moesten geloven en verviel het laatste concert in Merleyn. Een onverwachte vrije avond, zoals er nog vele zouden volgen. De lockdown was een feit.
De saaiste apocalyps ooit
De eerste tijd leef je op adrenaline. Er is een vijand, maar die is onzichtbaar. Vanuit alle hoeken en gaten loert gevaar. Mensen verschansen zich achter een zelfgebouwde wal van wc-papier en conservenblikken. Elk hoestje wordt met argwaan begroet, elke voorbijganger wordt toegesnauwd afstand te houden. Alleen met schone handen de deur uit. Winkelen wordt een hindernisbaan. Goed kijken of er niemand uit een gangpad schiet. Beleefd wachten op elkaar bij de koelcellen.
Maar de vijand slaat niet toe. Waar wachten we eigenlijk op? Hoe lang kan een mens paraat zijn? Dus als de knal uitblijft, komen we voorzichtig weer tevoorschijn. We kennen het gevoel uit apocalyptische films, maar de bijbehorende beelden ontbreken. De argusogen blijven. Ga ik nog met het openbaar vervoer? Een mondkapje staat me echt niet. Dan maar op de fiets, met eigen auto, maar vooral niet ergens heen waar anderen zijn. Saai ……
Wakker worden in een andere wereld
Het wordt beschreven in films en ook geschiedenisboeken maken er melding van. Nadat er iets groots, heftigs, belangrijks, ergs is gebeurd word je wakker in een andere wereld. Met knipperende ogen staar je verdwaasd in het rond naar de rokende puinhopen van alles wat er niet meer is.
Maar dat is achteraf. Terugkijkend met de kennis van "dan weten we waar we ons nu hebben bevonden". Tot nu toe lijkt de wereld onveranderd. De files staan er weer, onverminderd. Nou ja, de fietsers ontbreken: de studenten en scholieren zitten nog grotendeels thuis. De strakblauwe luchten van de eerste coronaweken zijn verdwenen. Door wolken ook, maar de vliegtuigstrepen nemen dagelijks toe. De terrassen zijn weer open. We houden afstand, dat wel. Maar de terrassen zijn groter dus de aantallen gelijk. De treinen rijden als vanouds, de grenzen gaan weer open. Vakanties worden geboekt of omgeboekt van veilig in eigen land, naar toch maar gauw ver weg.
Wat gaan we doen deze zomer?
Alleen de festivals, die mogen nog niet. En eerlijk gezegd schrik je ook van de beelden. Van wat toen, drie maanden geleden, vorig jaar nog normaal was. Duizenden mensen hossend op de Waalkade, 45 duizend in het Goffertpark, elfhonderd mensen in Doornroosje. Allemaal dicht op elkaar gepakt en elkaar in het gezicht blazend. We moeten er nu niet meer aan denken. Maar hoe dan wel? Kan dat nog wel, een festival als de Vierdaagsefeesten? Zijn er nog concerten mogelijk in de Goffert? Gaat Doornroosje ooit nog open voor een band waarbij je de muziek kunt omzetten in beweging in plaats van stilletjes op een stoel op veilige afstand van elkaar? Deze zomer zit het er in elk geval niet meer in.
Dus zoeken we de natuur op. Geen grote massa’s, maar de eenzaamheid. Geen muziek, behalve het geluid van vogels. Geen lichtshow, maar de zon die langzaam in een waaier van licht achter de horizon zakt. Hoe lang dat nog gaat duren? Ik kan het in mijn kristallen bol niet zien.
Maar eerlijk is eerlijk, een mens went snel aan rust en stilte. Ik heb nu al weer heimwee naar de eerste weken van de lockdown. Het ontbreken van verkeerslawaai. De heldere schone lucht. En het even niets meer moeten, avond in, avond uit.