Skip to main content

Passie of geen passie, dat is de kwestie: Hokwerda’s kind versus Mr. K

| Peter Verstraten | Column
Passie of geen passie, dat is de kwestie: Hokwerda’s kind versus Mr. K

In een column in de Volkskrant citeerde literatuurrecensente Bo van Houwelingen de openingsalinea van Oek de Jongs roman Hokwerda’s kind over een vader die zijn dochtertje over een rietkraag in het water gooit. Zij vermoedt dat dit in tekst opgeroepen beeld Boudewijn Koole heeft aangezet tot de verfilming. De film begint ermee en heeft dan ook gelijk zijn allerbeste scène, samen met de keren dat de scène als flashback herhaald wordt in het verdere verloop van Hokwerda’s kind.

Bij een Koole-film zijn gezinsconflicten nooit ver weg. Vorige films gingen over spanningen tussen vader-zoon(tje) zoals in de puike jeugdfilm Kauwboy (2012) of moeder-dochter in zijn aan Herfstsonate (Ingmar Bergman, 1978) schatplichtige Verdwijnen (2019). Beyond Sleep (2016), de zeer verdienstelijke verfilming van W.F. Hermans’ klassieker Nooit meer slapen gaat over een jonge man die een missie begint als postuum eerbetoon aan zijn vader, maar zijn onderneming draait uit op een sof.

Naar ik begreep heeft de Lin uit de roman Hokwerda’s kind (2002) al op haar tiende het contact met haar vader verloren. Zij was zijn oogappel maar heeft hem als voorbeeldfiguur moeten ontberen en dat breekt haar op wanneer ze een giftige relatie aangaat met de dominante Henri. Naar hedendaagse maatstaven werd die verhouding te toxisch gevonden, dus koos Koole ervoor om Lin minder gedwee te maken in zijn verfilming. Dat klinkt als een gerede reden om van de roman af te wijken.

Het Kanaal overzwemmen

Terwijl de Lin uit de roman gestopt is met tafeltennis, is de Lin in de film een fanatieke zwemster, die Olympisch goud heeft gehaald en zich aan jarenlange zware trainingen onderwerpt om Het Kanaal over te zwemmen. (Bij het ene bezoekje aan haar vader vraagt ze of hij weet dat ze zwemt. Dat lijkt me gezien de publiciteit waarmee haar carrière omgeven is, nogal wiedes).Hokwerda s kind st 4 jpg sd low

Bij haar pogingen wordt Lin ondersteund door een zwemcoach die schema’s voor haar heeft uitgedokterd. Vanwege de rust en vastberadenheid die hij uitstraalt, lijkt die in alles een surrogaatvader. Maar als Henri, die littekens op zijn rug heeft als teken van een hardvochtige vader, in Lins leven is verschenen, begint ze de adviezen van haar coach in de wind te slaan, en dat vlak voordat ze aan het grote zwemavontuur begint. Kooles film maakte niet duidelijk waarom een uiterst gedisciplineerde zwemster zoiets zou doen na al die opofferingen. Ze oogt stabiel genoeg om te kunnen zeggen: dat weekendje weg doen we wel twee weken later.

Alledaags

Het klinkt wellicht raar, maar de film wordt uit het lood geslagen door de meer gelijkwaardige relatie tussen Lin en Henri. Lin wordt als dusdanig krachtdadig geportretteerd dat hun verhouding meer in balans is dan in het boek, maar dat brengt een offer met zich mee. Op de flyer wordt Kooles film aangeprezen als een ‘zinderende film die op subtiele wijze onbewuste emoties en ervaringen tot de zuivere essentie terugbrengt’. Geen idee wat met die ‘zuivere essentie’ bedoeld wordt, maar laat ik mijn commentaar beperken tot: het zinderde niet of nauwelijks. Het was vooral nadoen van een zinderende film, want spijtig genoeg is Hokwerda’s kind een veel te nette film geworden.

Als het keurige het gevolg is van de aanpassing ten opzichte van de roman, dan heeft die zo schijnbaar wijselijke keus niet goed uitgepakt. Doordat de liefdesverhouding in de film beter in evenwicht is dan in het boek zitten we opgescheept met een relatie die niet gepassioneerd, maar uh … wat alledaags is. En dat roept de vragen op: Had de film alleen kunnen vonken bij een werkelijk toxische relatie? En als je zo’n relatie niet wil belichten, was het dan überhaupt een goede keus om Hokwerda’s kind te willen verfilmen, ondanks die openingsalinea?

Imagine Fantastic Film Festival

Aan passie geen gebrek op het Imagine Fantastic Film Festival dat afgelopen week werd gehouden in Amsterdam. Ooit begonnen als het Weekend of Terror beleefde het festival dit jaar zijn veertigste editie, maar pas voor het eerst werd Imagine geopend door een Nederlandse film. Mr. K is geregisseerd door Tallulah Hazekamp Schwab, die tien jaar geleden Dorsvloer vol confetti had gemaakt naar het succesvolle boek van Franca Treur. Speelde deze film zich af in een streng-religieus milieu in Zeeland, het Engelstalige Mr. K heeft een macaber hotel als locatie in een niet gespecificeerd land. Schwab had dit project al lang geleden bedacht, maar het kostte jaren om het gerealiseerd te krijgen.Mr K st 7 jpg sd low Kris de Witte Lemming Film a Private View

De receptioniste met haar blinde linkeroog legt omstandig uit wat er allemaal niet mag in haar ‘fatsoenlijke etablissement’. Eenmaal op zijn kamer vindt K een grijsharige man onder bed en een serveerster in een lege kledingkast, en dat is het begin van een reeks bizarre ontmoetingen: met een lawaaierig orkest dat uit een klein deurtje komt, met twee bejaarde vrouwen die een fascinatie hebben voor Louis XVI, met keukenpersoneel dat afgunstig is dat K binnen geen tijd naar de klopafdeling wordt ‘gepromoveerd’.

Je kunt Mr. K met zijn uitbundige production design beschouwen als een verbeelding van de zin uit Hotel California van The Eagles: ‘You can check out any time you like, but you can never leave’. K wilde slechts een nacht blijven, maar kan vervolgens de uitgang niet vinden. De titelheld wordt vertolkt door Crispin Glover, vooral bekend als de vader van Marty uit de Back to the Future-reeks, maar door Schwab gecast om zijn kleine, doch imponerende aandeel in Wild at Heart (David Lynch, 1990).

Schwabs film staat weldadig haaks op wat we met Nederlandse cinema associëren. Niet alleen is K een goochelaar die allerlei objecten tevoorschijn tovert, maar de hele setting is fantasierijk. Het hotel waardoorheen K dwaalt lijkt te leven: loslatend behang waarachter grote insecten krioelen, rammelende pijpleidingen, schuddende muren.

Kafka, Bergman en anderen

Dat Mr. K verwantschap heeft met het proza van Franz Kafka wordt expliciet opgeroepen door de filmtitel, want (Josef) K is de naam van het hoofdpersonage in diens romans Het proces en Het kasteel. Maar Schwabs film heeft niet alleen affiniteit met Kafka-adaptaties als The Trial (Orson Welles, 1963) en Das Schloss (Michael Haneke, 1997), hij doet ook denken aan een aantal andere hoogwaardige buitenlandse titels.Mr K st 6 jpg sd low Kris de Witte Lemming Film a Private View

In Barton Fink (Joel en Ethan Coen, 1991) is een schrijver in een hotel opgesloten om het scenario te schrijven van een worstelfilm, terwijl een ongure hotelgast zich aan hem opdringt. In Celine et Julie vont en bateau (Jacques Rivette, 1974) proberen twee vrouwen in een ingebed verhaal een meisje uit een betoverd huis te bevrijden. In De grote stilte (Ingmar Bergman, 1963) verblijven twee zussen met een jongetje in een hotel in een vreemd land. Op zijn dooltocht door het hotel treft het jochie een gezelschap van artiesten die klein van gestalte zijn.

Deze claustrofobische films adresseren vaak grootse thema’s. De grote stilte is het sluitstuk van Bergmans trilogie over ‘Gods zwijgen’. Personages bij Bergman voelen zich volledig op zichzelf aangewezen: kan God niet eens een teken van Zijn bestaan geven? Miscommunicatie alom, want in het hotel wordt een niet-bestaande taal gesproken die de zieke zus, vertaalster van beroep, dus ook niet machtig is. In de boeken en verfilmingen van Kafka raken de hoofdpersonages verstrikt in een bureaucratisch systeem. Ze denken met logisch redeneren een uitweg te vinden, maar hun rationele overwegingen brengen hen slechts dieper in een labyrint. De ondoorzichtigheid van een systeem geldt ook voor een kafkaëske film als Brazil (Terry Gilliam, 1985) waar net als in Mr. K te veel mensen zijn samengepropt in te krappe ruimtes.

Sociale onbeholpenheid

Anders dan Brazil of de Kafka-adaptaties van Welles en Haneke die stevige kritiek op een systeem leveren, is Schwabs film vooral te lezen als een commentaar op sociale onbeholpenheid. Als kijker volgen we K en verbazen we ons met hem over wat hem overkomt. De talloze personages die hij daarentegen treft, wekken in alles de indruk dat zij de situaties als een normale gang van zaken beschouwen. Zij hebben blijkbaar een ‘hotelcode’ geabsorbeerd waar K geen toegang toe heeft.Mr K st 4 jpg sd low Kris de Witte Lemming Film a Private View 1

Op de muren komt hij geregeld het woord ‘liberator’ tegen en hij begint zich gaandeweg af te vragen of men iets van hem verwacht. Of nemen ze het hem misschien kwalijk dat hij wil ontsnappen uit deze microkosmos? Hij die zichzelf ‘verlosser’ noemt, zo merkt iemand misprijzend op.

In The Exterminating Angel (Luis Buňuel, 1962) zit een aantal hotemetoten vast in een kamer, en hoe langer het duurt, hoe naarder hun gedrag. Onduidelijk is waarom ze vastzitten, want de ruimte is niet afgesloten. Kampen ze met een mentale blokkade? Uiteindelijk vindt iemand de sleutel om de impasse op te heffen, net zoals in Mr. K een van de bejaarde vrouwen het titelpersonage een zinvolle suggestie aan de hand doet. Behalve met Kafka(-verfilmingen) heeft Mr. K het nodige met deze Buňuel gemeen. Die constatering alleen al maakt het visueel overrompelende Mr. K een van de meest ambitieuze én een van de beste Nederlandse films van dit decennium, samen met De Oost (Jim Taihuttu, 2021) en Sweet Dreams (Ena Sendijarević, 2023). Mr. K won op Imagine de prijs voor de beste ‘Europese fantastische film’ en zal te zien zijn vanaf 16 januari volgend jaar.

Getagd onder

Deel dit artikel