Potje kwartetten: The Outrun, Waarom Wettelen, Quand vient l’automne, Des Teufels Bad
Momenteel draaien in LUX onder meer deze vier films: het Oostenrijkse Des Teufels Bad van Veronika Franz en Severin Fiala, het Franse Quand vient l’automne van François Ozon, het Duits-Britse The Outrun van Nora Fingscheidt en het Vlaamse Waarom Wettelen van Dimitri Verhulst. De verhaalopzet verschilt fundamenteel van film tot film en ik plaats ze in mijn volgorde van voorkeur, waarbij ik dus eindig met de beste van de vier.
Fingscheidts Systemsprenger was een succes in 2019, maar ik vond die tamelijk vermoeiend: haar Duitstalige debuut met een tomeloze negenjarige wildebras in de hoofdrol was mij te druk. Het Engelstalige The Outrun richt zich op de 29-jarige Rona, die tijdens haar studietijd in Londen aan alcohol verslaafd raakt. Ze probeert te ontwennen bij de AA en trekt naar het Schotse platteland van haar gescheiden ouders om een terugval te voorkomen. Ze brengt vooral tijd door bij de schapenboerderij van haar bipolaire vader, en daarna trekt ze verder naar nog een dunner bevolkte plek in de hoop de roes van alcohol te kunnen weerstaan.
De scènes in The Outrun worden kriskras door elkaar verteld. We zien de verschillende fasen in haar leven afgewisseld worden, inclusief beelden van Rona’s kindertijd. Al dat zigzaggen door de tijd maakt de film ogenschijnlijk dynamisch, maar het verhult ook dat The Outrun weinig nieuwe inzichten toevoegt aan eerdere alcoholfilms. Ik vond bijvoorbeeld Druk (2020), Leaving Las Vegas (1995), Barfly (1987), The Days of Wine and Roses (1962) en The Lost Weekend (1945) stuk voor stuk beter. The Outrun moet het vooral hebben van de acteerprestatie van hoofdrolspeelster Saoirse Ronan – ‘Oscarwaardig’, lees ik overal. En de natuur is uiteraard zeer fraai.
Waarom Wettelen
Waarom Wettelen is een absurdistische road movie. Christine, de vrouw van Bas, is overleden, en terwijl haar kist al in het aanstaande heel diepe familiegraf ligt, omdat er al rekening wordt gehouden met nog ongeboren kleinkinderen, komt de notaris aansnellen. Christines laatste wil was om in Wettelen begraven te worden, een plek die zelfs de gps niet kent – alleen de begrafenisondernemer heeft weet van de route.
Verhulsts film volgt de dagenlange tocht door het Vlaamse vlakke land: de lijkwagen rijdt stapvoets en daarachter wandelen negen verwanten. Onder hen niet alleen directe naasten als de dochters, maar ook een verstoten pleegkind, een jeugdvriend sinds de kleuterklas, en een alleenstaande vrouw met bovenmatige interesse in weduwnaars.
Het voordeel van een road movie is dat een maker alle mogelijke zijpaden kan bewandelen: het gezelschap overnacht in een klooster, een dag later in een hotel met een feestzaal waar een bruiloft gaande is en ze moeten tevens voor een keuring van de lijkwagen naar een garage. Onderweg is er ruimte om de besognes te bespreken van allerlei personages. Oftewel, de road movie fungeert als een kapstok waaraan allerlei uiteenlopende kwesties worden opgehangen.
Het ene verhaallijntje is wat sterker dan het andere, net zoals de ene droog uitgesproken zwarte grap wat beter werkt dan de andere. Het kan gaan over diarree, over spekspuugziekte, over reïncarnatie als kameel, over het knotsgekke taaltje in Wettelen. Waarom Wettelen is een film die vele kanten uitwaaiert, met een ‘los zand’-structuur, waarvan niettemin het slot min of meer vast moet staan, want de begrafenis van Christine is het beoogde einddoel.
Terwijl Verhulst, van huis uit schrijver van een aantal succesboeken waaronder De helaasheid der dingen, als filmmaker debuteert met Waarom Wettelen, is Ozon een uitermate gelouterde regisseur die veelal zijn eigen scripts schrijft. Eind jaren negentig leek Ozon de aanjager van een nieuwe generatie na de zogeheten cinéma du look van de jaren tachtig met namen als Jean-Jacques Beineix, Luc Besson en Leos Carax. In een korte film aan het begin van zijn carrière bracht Ozon een ode aan de Duitse regisseur Rainer Werner Fassbinder, en films als Sitcom (1998) en vooral Swimming Pool (2002) waren opwindend goed. Ik ga nog steeds elke nieuwe Ozon zien, maar de verwachtingen vooraf zijn niet meer zo hooggespannen als voorheen.
Quand vient l’automne
De laatste Ozon die ik echt goed vond, was Frantz (2016), en sindsdien waren al weer zeven films hier te zien in de bioscopen, want Ozon haalt toch bijna een gemiddelde van een film per jaar. Daar zat een remake van een Fassbinder-film tussen: Peter von Kant (2022) was een nieuwe versie van Petra von Kant (1972). Vorig jaar was er de misdaadfarce Mon Ami (2023), maar meer dan dat het een vermakelijk niemendalletje met tal van verwikkelingen was, kan ik me niet voor de geest halen.
Zijn nieuwste Quand vient l’automne beviel me beter en bevat, net als Waarom Wettelen, een veelheid aan verwikkelingen, maar Ozons dramafilm heeft als plus dat die naar een specifiek en beladen sleutelmoment toewerkt. De plotwendingen worden aangezwengeld door de slechte verstandhouding van Michelle – een rol van de 81-jarige Hélène Vincent – en haar dochter, wier ex-echtgenoot en vader van enig kind Lucas in Dubai woont. Michelle heeft een goede vriendin die zij geregeld naar de gevangenis brengt zodat Marie-Claude haar zoon kan bezoeken die binnenkort vrij komt.
Dat zijn de ingrediënten voor dit drama waarbij de verhaallijnen rondom de verschillende personages gaandeweg met elkaar vervlochten raken. Die vervlechting werkt toe naar het moment waarop de politie eerst aan Michelle een cruciale vraag stelt en vervolgens ook aan kleinzoon Lucas. Gaan hun antwoorden overeen komen? Quand vient l’automne is geen hemelbestormende film, maar die zorgvuldige opbouw kon me wel bekoren. Mocht u filmbezoek overwegen, aan de film van Ozon zal niemand zich een buil kunnen vallen. Oftewel, de film valt in de categorie ‘veilige aanrader’.
Des Teufels Bad
Des Teufels Bad is in thuisland Oostenrijk overladen met filmprijzen, maar kreeg deze week geen nominatie voor de European Film Awards. Nou ja, zeg. Ik zou deze toch echt verkiezen boven Emilia Pérez van Jacques Audiard (eerder besproken op ugenda.nl) en The Room Next Door van Pedro Almodóvar (die bespreek ik in december), die ieder vier keer genomineerd zijn. Laten we het erop houden dat het historische drama Des Teufels Bad met zijn folk horror elementen een aanrader is voor de meer ‘geharde’ filmliefhebbers én voor eenieder die zich als zodanig wil profileren.
Veronika Franz en Severin Fiala maakten eerder als duo Ich seh, Ich seh (2014) over een tweeling die niet gelooft dat de vrouw die plastische chirurgie heeft ondergaan hun moeder is, hoe stellig ze dat ook beweert. Er gebeuren niet eens zulke enge zaken, maar er hangt over de hele film een huiveringwekkende sfeer. Hun The Lodge (2019) was een psychologische thriller, waarin tienerkinderen in een door een sneeuwstorm afgesloten vakantiehuis zitten opgescheept met de nieuwe vriendin van hun vader. Dat creëert een penibele situatie omdat de tieners haar verantwoordelijk houden voor de zelfmoord van hun moeder.
Wat zo goed is aan hun nieuwste, Des Teufels Bad, is dat het vanaf de openingcredits een uiterst secure karakterstudie is. Bijna twee uur concentreert de film zich op Agnes, een vrouw die in 1750 te midden van imponerende bossen en bergen in Oostenrijk woont. Het landschap leent zich voor majestueuze shots als in een Caspar David Friedrich schilderij. In het begin zien we een vrouw met een baby in haar handen boven een enorme waterval. Dit sublieme beeld is onderdeel van de proloog, die tot een scène met een door de lokale gemeenschap gevierde onthoofding leidt.
Maria Hofstätter / Marjolein Faber
Agnes zal trouwen met Wolf, maar zal tegelijkertijd onderworpen blijven aan het strenge oordeel van haar schoonmoeder. Die schoonmoeder wordt vertolkt door Maria Hofstätter, die op grandioze wijze een aantal onvergetelijk irritante karakters heeft gespeeld in films van Ulrich Seidl, de ex-man van Veronika Franz. Met name de liftster die iedereen horendol maakt met haar onstuitbare geratel in Hundstage (2001) is memorabel. Mits ze Nederlands leert spreken zou Hofstätter met haar starre en wrokkige voorkomen de ideale vertolkster kunnen zijn van Marjolein Faber.
Agnes leeft in een cultuur waarin het hele bestaan te midden van de natuur fysiek is: zij moet in alles aanpoten. Ze ploetert door zompige modder om vissen te kunnen vangen, ze moet geiten melken, en er wordt van haar verwacht dat ze nageslacht voortbrengt. Schoonmoeder prent haar in dat ze moet koken en dat ze voldoende ‘Onze Vaders’ bidt. Agnes vervalt tot melancholie en krijgt nare visioenen, maar is er een uitweg in een cultuur waarin zelfmoord als een grotere zonde geldt dan moord?
Als The Outrun door de tijd zigzagt, Waarom Wettelen wrang-luchtig alle kanten uitwaaiert en Quand vient l’automne verhaallijnen samenbindt om tot een sleutelmoment te komen, dan is Des Teufels Bad een bijna rechtlijnige film die tamelijk monomaan één enkele premisse uitwerkt, zonder zijpaden: hoe kun je je als vrouw wapenen tegen alles wat er in deze weidse, maar tegelijk verstikkende omgeving van je wordt verwacht? Het is zonder meer de taaiste film van de vier, maar als je je eraan weet over te geven, is het ook de fraaiste van het kwartet, mede dankzij het schitterende, en in Berlijn bekroonde camerawerk van Martin Gschlacht.