Skip to main content

Hoe het zit met Piet

| Jan Maurits Schouten | Column
Hoe het zit met Piet
Piet is een camouflagekunstenaar | Foto: partypakjes.nl

Het is een hete septemberdag, in een stoffig plaatsje in de binnenlanden van centraal Spanje. We schrijven de Middeleeuwen, een jaar of 1401. Kinderen spelen in het zand op het centrale pleintje, als er een heraut verschijnt, een omroeper van bisschop Nicolaas. Hij heeft een boodschap aan alle kinderen van het stadje: wie wil de ouder wordende prelaat komen helpen goed te doen?

Menig kind lijkt dat wel wat, onder wie de kleine Pedro. Er zijn echter strenge toelatingseisen en het opleidingstraject is zwaar. De kinderen moeten eerlijk en vrolijk zijn, hulpvaardig en echte doorzetters. En ze moeten kunnen jongleren, grappen maken, in schoorstenen kruipen en op paarden rijden. Best moeilijk! Maar Pedro lukt het. Na een tijdje goed oefenen is hij een geweldige helper van Nicolaas geworden. En dan mag hij samen met andere kinderen mee met de bisschop om cadeaus uit te delen en kinderen aan het lachen te maken.

Maar: we spreken hier over Spanje, en weliswaar over een bisschop, maar een met Turkse roots (hij komt uit Myra) en onder Moorse invloed. En zegt de islam niet dat je in bescheidenheid en onzichtbaarheid moet weldoen? Ja, dat zegt hij. Identiteit en eer zijn niet belangrijk, want als de ontvanger van een gift de gever kent en moet eren en bedanken, wordt de gift minder waard. Een ideaal dat wonderwel aansluit bij de riddermoraal die op dat moment zo'n belangrijke rol in de West-Europese cultuur speelt: de eenzame ridder die, vaak met gesloten vizier, jonkvrouwen redt en draken doodt, en dan weggaloppeert richting zakkende zon (wat ze in westerns later zijn gaan nadoen).

Dus: om van zichzelf onherkenbare weldoeners te maken, bedenken Pedro en zijn vrienden allerlei camouflages en schminks en kostuums. En omdat ze veel in het donker opereren, doen ze dat vaak met donker capes, zwarte baretten en zwarte vegen op het gezicht. Pedro is daar heel goed in en wordt dan ook, als Zwarte Pedro (ook wel: Piet) een van de belangrijkste helpers van Nicolaas.

Pas eeuwen later, op het hoogtepunt van de Nederlandse slavenhandel, en zo'n beetje tijdens de Atjeh-oorlog, wordt van de trotse Zwarte Pedro, opperhulp van de bisschop, een negerslaafje gemaakt met een mal pakje, en wordt de slimme camouflagekunstenaar vastgepind als een blackface. Pure geschiedvervalsing. Jammer hoor.

Gelukkig keren steeds meer steden tijdens het Nicolaasfeest steeds vaker terug naar het oorspronkelijke, authentieke pietverhaal. We zien de Pedro's weer in hun oorspronkelijke waardig- en vaardigheid. Alleen dan weer niet in Nijmegen, dat met het vasthouden aan het geschiedvervalsende, imperialistische, kleinburgerlijke drogverhaal weer eens laat zien hoe provinciaals deze stad toch altijd blijft.

Getagd onder