Film als een koffertje: Trap versus Sterben
Orson Welles zei ooit over zijn carrière: ik begon aan de top (met het veelgeprezen Citizen Kane uit 1941) en werkte mij gaandeweg naar beneden. M. Night Shyamalan zou dit ook over zichzelf kunnen zeggen. Eén van zijn eerste films was het ongeëvenaarde The Sixth Sense (1999), daarna volgden het nog steeds uitstekende Unbreakable (2001) en het adequate Signs (2002), maar vervolgens werd het minder en minder, met af en toe een uitschieter, zoals Split (2016). Zijn recente Trap is niet zijn slechtste film, maar goed? Nou nee.
Het was een lome vrijdagmiddag en ik had zin in een matige film. Op basis van de recensies dacht ik dat Trap mij op mijn wenken zou bedienen. Het voordeel van een minder goede film is dat je te midden van de middelmaat verrast kunt worden door een onverwacht boeiende scène die daardoor extra blijft hangen. Trap had zo’n scène maar hielp die vervolgens ook weer vakkundig om zeep.
Cooper Abbott gaat met zijn twaalfjarige dochter Riley naar een concert van de popster Lady Raven. Riley brandt van opwinding over het concertbezoek en maalt er niet om dat ze met haar vader is, terwijl de zaal vooral bevolkt wordt door enthousiaste tieners. Vader Cooper oogt als een vreemde vis in de arena, en als hij hoort dat men op zoek is naar een brute crimineel genaamd The Butcher, is hij vooral bezig om mogelijk onbewaakte uitgangen te vinden. Hij dwaalt dus door het gebouw, en op het mannentoilet ziet hij twee wasbakken verderop een wat oudere vrouw. Er komt iemand tussen hen in staan, maar zodra Cooper om hem heen kijkt, is de vrouw foetsie.
De vrouw zien we later nog een keer in de menigte, en haar aanwezigheid is intrigerend – zij is het David Lynch-element in een verder standaardthriller. Totdat er veel later in Trap iemand aanstipt dat Cooper vroeger veelvuldig gestraft werd door zijn moeder. En als die vrouw dan opnieuw verschijnt in een deuropening, beleeft Cooper een moment van zwakte, en snappen we dat hij geplaagd wordt door visioenen van zijn moeder. Het feit dat hij een zoon is van een wrede moeder, dient hier als verklaring dat hij, de beruchte Butcher, mensen ook wreed behandelt. Het element dat fascineerde omdat het een beetje los van het verhaal opereerde (oudere vrouw bij tienerpopconcert), is binnenboord getrokken en fungeert als de grond voor een uiterst vlakke psychologische duiding.
Quentin Tarantino
Daarmee wordt Trap een film die voor nagenoeg iedereen hetzelfde is. Laat ik het probleem zo simpel mogelijk te schetsen door te verwijzen naar Quentin Tarantino. In Inglourious Basterds (2009) heeft Brad Pitt van meet af aan een wond om zijn nek. Als kijker vraag je je af: hoe heeft hij die opgelopen? Dat antwoord geeft Tarantino expres niet, want daardoor gaat elke kijker zelf iets verzinnen. De ene kijker denkt zus, de andere zo, waardoor iedereen een net iets andere film heeft gezien, aldus Tarantino. Idem voor het koffertje in Pulp Fiction (1994). Als John Travolta dat opent, zegt hij enkel: 'Yeah, we happy', maar nooit wordt getoond wat daar in zit, zodat kijkers na afloop kunnen speculeren: wat denk jij dat er in zit?
De enige vraag die nu nog boeide bij Trap was het eeuwige dilemma bij films over gangsters en slechteriken: kiest de film voor een moreel juiste afloop waarbij het recht zegeviert (en de crimineel dus wordt opgepakt) of weet de (moorddadige) ‘held’ zich te redden? Ik begon steeds meer te hopen op het laatste, want Josh Hartnett was zo veel charismatischer dan elk ander personage. Dat Cooper een innemende persoonlijkheid was, werd bovendien benadrukt door de verkoper van merchandise die hem spontaan uitroept tot ‘Vader van het Jaar’. Bovendien was er een ridicuul grote politiemacht uitgerukt, ondersteund door de FBI, en die opereerde niet al te snugger. Als er dan nog iets slim aan Trap was, dan was dat het einde – dat ga ik verder niet verklappen, maar heeft iets te maken met de spaak van een kinderfietsje.
A Woman, a Gun and a Noodle Shop
Een ander (onbedoeld) voordeel dat een matige film kan opleveren, ondervond ik diezelfde week in Eye bij de vertoning van de Chinese film A Woman, a Gun and a Noodle Shop (2009). Ik had die eigenlijk willen overslaan want was al naar twee films geweest, maar kwam twee filmmakers tegen die er naar toe zouden gaan. En ja, de film was wel gemaakt door de ‘grote’ Zhang Yimou, die het toppunt van zijn roem kende met onder meer Het rode korenveld (1987) en Raise the Red Lantern (1991). Zijn werk werd indertijd door met name criticus Peter van Bueren zo op het schild gehesen dat de films rondom actrice Gong Li volle zalen trokken in wat toen nog Cinemariënburg heette.
A Woman, a Gun and a Noodle Shop was gebaseerd op Blood Simple (1984), de debuutspeelfilm van de Coen Brothers, maar ik was het met mijn gezelschap eens dat de vrije remake niet al te best was. De zwarte humor uit het origineel was ingewisseld voor een kleurrijke aankleding met slapstick die steeds net niet goed getimed leek. De film was een miskleun, maar met als positief effect dat je des te beter beseft hoe knap het origineel is. Het type films dat de Coen Brothers maakt, laat zich blijkbaar niet zo maar overzetten naar een luchtigere aanpak, en dat doet je des te meer innemen voor hun stijlvaste grimmigheid.
Huilbaby
Met een beetje frisse tegenzin ging ik naar Sterben van Matthias Glasner, want het was door Elise van Dam in Het Parool omschreven als een ‘soms grotesk, soms subtiel, soms banaal en soms lyrisch portret van een familie’. Dat kon dus alle kanten op, duurde bovendien meer dan drie uur en ik hoopte dat de film niet al te zeer geworteld zou zijn in een psychologisch realisme. Dat was dan wel het geval, maar het goede aan Sterben, te zien in LUX, is dat het scenario niet is dichtgeplamuurd.
Tom en Ellen hebben het te druk om hun met kwalen kampende ouders te bezoeken – of ze wenden voor het te druk te hebben. In het eerste hoofdstuk volgen we de hulpbehoevende ouders dicht op de huid, maar de camera wordt rustiger vanaf het moment dat vader in overduidelijk slechte toestand in het donker op bed ligt in een verpleeghuis, geschoten vanuit een lage hoek. Een rustigere cameravoering wordt ook gehanteerd bij een beklemmend gesprek tussen moeder Lissy en Tom aan de keukentafel. Dat gesprek gaat over een absoluut muzikaal gehoor: moeder volgde nooit muzieklessen, maar kan uit zichzelf goed piano spelen, en ze meent dat Tom dat talent van haar heeft geërfd. Het gaat ook over kilte: moeder die uit haar herinnering opdiept dat Tom een huilbaby was die ze expres heeft laten vallen, om vervolgens als troost speelgoed uit een winkel te stelen.
De interessantste kwestie in Glassners film, bekroond met het beste scenario op het filmfestival van Berlijn dit jaar, is of Tom naar zijn moeder aardt en dus ook kil is. Of heeft hij haar kilte ontstegen? Hij heeft zich opgeworpen als verzorger van een baby, terwijl hij niet de biologische vader is. Bovendien werkt hij als dirigent van een studentenorkest en van iemand die van emotionele verklanking van muziek zijn beroep heeft gemaakt, verwacht je dat hij over enige compassie beschikt.
Dunne scheidslijn
Tom is bezig met de voorbereidingen van een opvoering van de compositie Sterben, geschreven door zijn zwaarmoedige vriend Bernard, die naar een evenwicht tussen (avant-garde) kunst en kitsch zoekt. Waar ligt de grens tussen wat het publiek begrijpt en wat het niet meer kan begrijpen? Die scheidslijn is voor Bernard zo dun dat hij nooit helemaal tevreden is over de manier waarop dirigent Tom zijn compositie interpreteert en in het openbaar tirades afsteekt over Toms aanpak. Bernard klaagt dat zijn eigen stuk voor hem nooit helemaal af is en dringt er steeds op aan dat de opvoering moet worden uitgesteld.
De onmogelijkheid van Bernard om zijn eigen geesteskind te doorgronden vindt haar parallel in de keuzes die de personages maken. Ze snappen nooit helemaal waarom ze doen wat ze doen. Is er behalve een lege accu niet een andere reden waarom Tom te laat is voor een uitvaart? Moet hij wel of niet verder met Ronja? Waarom bekommert Tom zich om het kind van zijn ex-vriendin Liv? Is er een andere reden dan een kriebelende keel waarom Toms zus Ellen een onbedaarlijke hoestbui krijgt in de concertzaal? Wat moet Tom met het vreemde verzoek van Bernard? Sterben bewandelt een dunne scheidslijn tussen onverschilligheid en empathie, want de dilemma’s krijgen geen pasklare oplossing. Is wat kil lijkt misschien juist begripvol? De film Sterben is als het koffertje uit Pulp Fiction: iedere kijker kan er iets anders in zien.