Skip to main content

‘Wat ging er door je heen?’-films: De jacht op Meral Ö en Pacifica

| Peter Verstraten | Column
‘Wat ging er door je heen?’-films: De jacht op Meral Ö en Pacifica

Ik zat te dubben of ik alsnog naar Deadpool & Wolverine zou gaan, de 34e Marvel-superheldenfilm sinds Iron Man uit 2008. Volgens de beoordeling op IMDb een 8,0, maar toen las ik dat Dan Hassler-Forest in Filmkrant schreef dat het een ‘beschamend slechte film’ is, ‘met eindeloze grappen op het eigen genre’. Hassler-Forest heeft Marvel altijd een stuk serieuzer genomen dan ik en als zelfs hij al afhaakt, dan pas ik zeker. Extra ruimte om over Nederlandse cinema te schrijven.

In de weken voorafgaand aan het Nederlands Film Festival (NFF) dat op 20 september wordt geopend met Witte flits van Laura Hermanides, zijn er een paar Nederlandse films in première gegaan. Op Film by the Sea in Vlissingen zijn nu net de boekverfilmingen Hokwerda’s kind van Boudewijn Koole en Een schitterend gebrek van Michiel van Erp vertoond. Het is wat flauw als je de films nog niet gezien hebt, maar op basis van de trailers, houd ik een beetje mijn hart vast.

De trailer van Van Erps film, vanaf vandaag te zien, begint met een voice-over van een achttiende-eeuwse courtisane: ‘In onze maatschappij zijn vrouwen wilsonbekwaam. Ik wilde vrij zijn. Dit is het enige beroep dat mij onafhankelijkheid schenkt.’ En daarna zegt een personage dat ‘echte schoonheid’ van binnen zit: ‘Je moet jezelf kennen. Daarin schuilt je kracht’. Uh, riekt dit niet heel sterk naar de ‘thema’s’ van de film? Waarom moet dat zo pontificaal worden aangekondigd? Dat euvel speelde Van Erp al parten in zijn debuutfictiefilm Niemand in de stad (2018) over een roerig studentenleven. Vooral het door Chris Peters gespeelde bijpersonage sprak allerhande zinnen zodat je als kijker niet meer hoefde na te denken waar de film over ging, omdat het al met zoveel woorden door het personage was gezegd: na het studentenleven ga je de ‘vrijheid missen en moet je keuzes maken die onomkeerbaar zijn’ of ‘het komt altijd ongelegen, het volwassen leven’.

 

Bureaucratiehorror

Dat gebrek aan subtiliteit is ook een manco bij De jacht op Meral Ö van Stijn Bouma, te zien in LUX. Maar eerst een positieve noot over deze fictieve, zij het op de werkelijkheid gebaseerde weergave van de ellende die de toeslagenaffaire met zich meebracht. De film ontleent zijn verdienste aan zijn onthutsende onderwerp. Als je Bouma’s film bekijkt, zul je er waarschijnlijk uitlopen met een emotie die varieert tussen aangebrand en boos over het lot van de wanhopige Meral, al was het alleen al vanwege al die ambtenaren die steeds tot haar zeggen: tja, ik heb de regels niet bedacht. De Volkskrant reserveerde er de term ‘bureaucratiehorror’ voor.De Jacht op Meral st 6 jpg sd low Kepler film Mick van Dantzig

De makke van de film zit ‘m echter met name in een scène ergens voorbij de helft. Meral wil brood kopen in een Turkse bakkerij, maar kan haar 1,55 euro niet vinden. De verkoopster stelt haar op haar gemak en schenkt haar een kop thee in. Daarna steekt Meral een monoloog af, waarin ze gaat vertellen hoe opgejaagd ze zich voelt en hoezeer ze hoopt dat het haar kinderen goed gaat. Tja, precies dat hadden we zelf ook wel kunnen invullen, daar gaat nota bene de hele film tot dan toe over. De verkoopster die het buiten beeld aanhoort, komt ook nergens meer terug, wat des te meer aangeeft dat de enige functie van de monoloog is om het ‘thema’ van de film uit te spreken, opdat het de kijker zeker niet ontgaat.

Geconcentreerde stijl

Bouma’s film maakt de indruk dat filmische keuzes zijn opgeofferd aan maatschappelijke relevantie. Het onderwerp moet zo helder mogelijk over het voetlicht worden gebracht. Bouma koos naar eigen zeggen voor een ‘geconcentreerde stijl waarin je langzaam dingen begint te ontdekken’. Was het als gevolg van die ‘geconcentreerde stijl’ dat De jacht op Meral Ö nu wat alledaags oogde, als een heel goede televisiefilm?

In een interview met Karin Wolfs in Filmkrant zei Bouma dat hij met zijn De jacht op Meral Ö het ‘handheld sociaal realisme’ van Ken Loach of de Dardenne-broers wilde vermijden. Maar eigenlijk is me niet helemaal duidelijk geworden waarom. Jazeker, De jacht op Meral Ö zal kijkers beroeren, maar de veelvuldig bekroonde films van Loach zijn minstens zo beklemmend, zo niet meer. Volgens mij draagt het hectische camerawerk van een Loach-film bij aan die beklemming, dus waarom zwoer Bouma die stijl bij voorbaat af?

Poëzie in een landschap

Cinematografisch reikt Pacifica van Jan-Willem van Ewijk naar een hoog niveau, hoger dan Bouma’s film. Pacifica is gedraaid door Jasper Wolf, die ook Babygirl van Halina Reijn heeft geschoten. Aan het begin van Van Ewijks film, te zien in LUX, koopt een knul een enorm geweer in een winkel, ergens in Amerika. In een latere scène zien we dat Artis de jongen aanspreekt op de parkeerplaats met het pakket onder de arm. Artis, die bijna achttien is, reist met haar Nederlandse vader, woonachtig in Californië, door Amerika. Of speelt die reis zich enkel, of in ieder geval (groten)deels, in zijn hoofd af?Pacifica st 2 jpg sd low

Pacifica is gevuld met beelden van rouw, want met dat geweer uit het begin wordt een bloedbad aangericht – dat kun je op je klompen aanvoelen. Is de reis die we zien de verbeelding van wat had kunnen zijn? Is het een gedroomde reis als reactie op de wanhoop van de vader? In zijn wanhoop ‘ziet’ hij zelfs op een gegeven moment zijn dochter van het sportveld naar (een) huis fietsen. Het is in de film opgezet als een onthulling: door de vergissing van de vader daalt het drama bij de kijker in. Kevin Toma stelde in de Volkskrant dat de film de kijker steeds op een dwaalspoor wil zetten, maar de opzet is zo doorzichtig dat het eerder tegen de film werkt.

In een interview met Omar Larabi stelde Van Ewijk dat hij niet zo goed in plot is en dat hij met Pacifica een sfeer en een gevoel wilde overbrengen. Filmmaken is voor hem ‘altijd een beetje als het schrijven van een gedicht’. Hij zocht naar ‘poëzie in een landschap’. Dat is zonder meer gelukt, maar toch bevredigt de film niet helemaal, en dat is niet alleen het gevolg van die te doorzichtige structuur.

Behapbare cinema

Soms word ik wat kregelig van die ‘wat ging er door je heen’-films die erop gericht zijn om emoties invoelbaar te maken. Een personage mag wel vervreemd zijn, maar dat moet zodanig gepresenteerd worden dat het herkenning oproept. Voor zover die films raar zijn, is dat bij gratie van het idee dat het personage verward is. En dat maakt zulke films risicoloos, en daardoor niet al te spannend. Uit angst om de kijker te verliezen, is Nederlandse arthouse te vaak zo behapbaar. Emoties mogen heftig zijn, maar de oorzaak van die heftigheid moet voldoende helder zijn. Je bent aangerand door een pizzakoerier, en dat verklaart impulsief gedrag. Je bent je dochter kwijt, en dus ga je radeloos het huis van een vermeend evenbeeld binnen.laatste dagen van emma blank

Veel van die Nederlandse arthouse is, laat ik het ‘gebonden’ noemen. Een Nederlandse film is niet van zichzelf vrij of vreemd, dat kan alleen uit de inhoud voortkomen. Het personage is iets naars overkomen, en reageert daarop met raar gedrag. Misschien dat ik daarom wel zo’n liefhebber ben van de films van Alex van Warmerdam. In een film als De laatste dagen van Emma Blank (2009) wringen de personages zich in een keurslijf; ze spelen een rol in het huishouden: de echtgenoot is de butler; de dochter het dienstmeisje; de broer speelt de hond. Juist omdat het de personages zijn die zich binden, is de film zelf ongebonden. De cinema van Van Warmerdam creëert voor de kijker een ‘open ruimte’, waarin die zelf moet nadenken hoe die zich tot de film en zijn personages moet verhouden. Geen emotionele invoelbaarheid, geen uitleggerige insteek, maar onderhuidse spanning, of een zoemend onbehagen.

Bij Van Warmerdam loopt de kijker niet aan een leiband, maar is er ruimte voor verbeelding – en de weigering om die ruimte dicht te snoeren, hebben de beste Nederlandse films met elkaar gemeen, zoals Brimstone van Martin Koolhoven; Antonia van Marleen Gorris; Karakter van Mike van Diem; De wisselwachter van Jos Stelling; De vierde man van Paul Verhoeven; Kracht van Frouke Fokkema; Van de koele meren des doods van Nouchka van Brakel. Of wellicht ook Van Ewijks andere film, Alpha, die vorige week als beste film werd gekozen in een zijprogramma van het Venetië filmfestival.

Getagd onder