Dwarsverbanden – El Paraíso, Bleu, Melk
Op zaterdag 13 april 2024 is Stefanie Kolk te gast in Lux. Kolk zal er spreken over haar langspeelfilmdebuut Melk dat deels in de omgeving van Nijmegen is opgenomen, de stad waar ze geboren en getogen is. De film begint om 19.30 uur en aansluitend vindt de Q & A plaats.
Melk beleefde vorig jaar de wereldpremière in een bijprogramma op het filmfestival van Venetië. Ik zag de film vorige week vlak na twee andere films: El Paraíso, een Italiaans drama uit 2023 van Enrico Maria Artale (in Lux) en Krzysztof Kieslowski’s Trois couleurs: Bleu uit 1993. Soms overkomt het je als kijker dat je door zo’n toevallige opeenvolging op saillante dwarsverbanden wordt getrakteerd. Om die dwarsverbanden duidelijk te maken, is het verklappen van plotwendingen onvermijdelijk – de lezer is gewaarschuwd.
Margarita Rosa de Francisco en Edoardo Pesce in El Paraiso (Enrico Maria Artale, 2023)
Verstikkende moeder-zoonrelatie
El Paraíso gaat over de hechte, of zeg maar verstikkende, relatie tussen een 60-jarige moeder en haar bijna 40-jarige zoon Julio Cesar. Zij woont zonder identiteitspapieren aan de randen van Rome, nadat ze indertijd, toen ze zwanger was, gevlucht is uit Colombia. Het is een wat sjofel milieu, waar bolletjesslikkers aankloppen om de coke door Julio’s moeder te laten versnijden, de belangrijkste bron van inkomsten voor haar en haar zoon. Julio zit vastgeklonken aan zijn moeder en zij laat hem niet los. Een relatie heeft hij niet, enkel betaalde seks. Als de Colombiaanse Ines een lading bolletjes aflevert en een paar dagen blijft, is de jaloezie van de moeder om te snijden. Zij kan niet anders dan haar zoon van zich wegduwen, ook als Ines alweer weg is.
Maar voordat het spel van aantrekken weer kan beginnen, verandert de film pardoes van toon, want moeder overlijdt plotseling. De film gaat nu over Julio’s rouw: hij verslonst, hij is humeurig, hij pakt een hete koffiepot stevig vast en hij gooit met meubilair. Maar ook de urn met de as van zijn moeder valt daarbij stuk; as die hij op haar geboortegrond had willen uitstrooien. Omdat zij echter niet geregistreerd staat, heeft hij geen toestemming gekregen om met de urn naar Colombia te vliegen. Hij komt vervolgens op het ‘lumineuze’ idee om de op de grond gevallen as te verdelen over enkele ballonnetjes en die in te slikken. Oftewel, de zoon draagt nu de (dode) moeder in zijn maag, en zal haar na zijn vliegreis naar Colombia via zijn ontlasting moeten baren.
Juliette Binoche in Trois couleurs: Bleu (Krzysztof Kieslowski, 1993)
Herwonnen levenslust
Een dag nadat ik El Paraíso had gezien, leidde ik in het Louis Hartlooper Complex in Utrecht een nagesprek bij de vertoning van Kieslowski’s Bleu, de ultieme film over rouw. Julie is bij een auto-ongeluk haar man en haar dochtertje verloren. Ze ligt nog in het ziekenhuis als ze hun uitvaart via een slechte videoverbinding kan volgen. Vanaf dat ze weer op zichzelf gaat wonen, begint ze aan een totale onthechting. Ze verzamelt geen spullen van de overledenen, maar doet juist alles weg (op de blauwe kralen van een lamp na) en betrekt een nieuw appartement. Ze gooit zelfs de partituur weg die haar man aan het componeren was in opdracht van de Europese Unie. Sterker nog, ze smijt die hoogstpersoonlijk in de voorbijrijdende vuilniswagen, zodat die zeker vermalen wordt.
Dan doet zich een kentering voor als Julie per toeval verneemt dat haar man een minnares had. Ze zoekt de vrouw op en treft haar bij de toiletten van een café. De minnares blijkt zwanger en ze bevestigt dat Julies man de vader is. Leidt dit tot een woede-uitbarsting of een andere vorm van agressie? Niets van dit alles. Julie lijkt weer iets van levenslust te herwinnen. Ze schenkt de vroegere woning aan de zwangere minnares en omdat een medewerkster stiekem een kopie had gemaakt van de partituur gaat Julie die voltooien. De hele film door was ze apathisch, eigenlijk te lamgeslagen om überhaupt aan rouw toe te komen. Maar nu het beeld van haar man als trouwe echtgenoot aan diggelen is, is ze pas in staat om verdriet te voelen: de film eindigt met haar eerste tranen. Nu haar man niet blijkt te zijn wie zij dacht dat hij was – en de baby in de buik is daarvan het sprekende bewijs – staat zij op de drempel om weer deel te nemen aan de ‘reguliere’ samenleving.
Melk (Stefanie Kolk, 2023)
Overtollige moedermelk
Na El Paraíso met een zoon die de restanten van een dode moeder in zich draagt en na Julies onthechting in Bleu, zag ik het rouwdrama Melk, waarin Robin na een stilgeboorte met overtollige moedermelk blijft zitten. In een interview met Plotmagazine zei Kolk dat ze geïnspireerd was door de Zuid-Koreaanse film Poetry (Lee Chang-dong, 2011), een prachtige film waarvan de ontknoping toewerkt naar het idee van een empathische blik.
Leren kijken als het slachtoffer
De 66-jarige Mi-ja schrijft zich in voor een (amateur)poëziecursus omdat ze vanwege haar beginnende Alzheimer de zin voor taal wil blijven trainen. De cursusleider houdt de deelnemers voor om de schoonheid in het dagelijks leven te ontdekken en op papier vast te leggen. En dus zit Mi-ja bij een appelboom te schrijven. Maar dan verneemt Mi-ja dat haar vijftienjarige kleinzoon samen met drie klasgenoten schuldig is aan een gruwelijk misdrijf. Tegen een fikse geldelijke vergoeding gaat de moeder van het dode meisje mogelijk akkoord met het in de doofpot stoppen van de zaak. Maar mag het catastrofale misdrijf worden schoongewassen? Het bagatelliseren van de gruwel staat op gespannen voet met Mi-ja’s houding om de wereld esthetisch te beschouwen. Zij kan die tegenstelling enkel beantwoorden door een gedicht te schrijven waarin ze zich zo radicaal identificeert met het slachtoffer dat Mi-ja’s tekst overgaat in point-of-view shots van het dode meisje: Mi-ja heeft leren kijken als het slachtoffer.
Goedbedoelde opbeurende opmerkingen
Melk koppelt het principe van een empathische blik aan de vraag: Hoe verhoud je je tot iemand als Robin, die iets onuitsprekelijks dramatisch heeft ervaren? Haar naasten willen goedbedoelde opbeurende opmerkingen plaatsen, maar zijn die niet al snel misplaatst? Vroeg in de film zit een scène waarin Robin op de bank zit te midden van familie. Iedereen is zichtbaar bedroefd, terwijl Robin (een rol van een excellerende Frieda Barnhard) lichtelijk verbaasd om zich heen kijkt.
Melk (Stefanie Kolk, 2023)
Tastbaar substituut voor een leegte
Als Robin iets van emoties toont, is ze opvallend genoeg steeds op zichzelf en niet in gezelschap van anderen. De eerste keer gebeurt dat als ze de zojuist gekolfde melk door de gootsteen spoelt. Die melk is specifiek verbonden met de baby die er niet is en gaat fungeren als tastbaar substituut voor een leegte. Er is een scène waarin Robin een flesje melk over de tafel rolt en met een vingerbeweging weer terug wil laten keren. Dat is enerzijds een verwijzing naar haar commentaar op een roman die ze leest over een man met ‘telekinetische gaven’ zonder dat duidelijk is wat hij daar precies mee kan. En anderzijds is het een manier van visueel communiceren met een klein kind: hier komen.
De melk in de vele flesjes, zo gaf Kolk in interviews aan, ontpopt zich als een heus personage. Als Robin de keuze maakt om de melk te doneren, voelt het als een afwijzing indien het aanbod op praktische bezwaren stuit. Ze moet accepteren dat de regels zo zijn, maar ze kan het moeilijk aanvaarden, alsof ze opnieuw een verlies moet incasseren en elke aanspraak op een idee van moederschap haar wordt ontzegd.
Rouwen in stilte
In kritieken werd Melk evenzeer klinisch als ontroerend genoemd. Dat lijkt elkaar uit te sluiten, maar Kolk doet waar Susan Sontag de Franse filmmaker Robert Bresson om bewonderde. Een emotionele scène geef je geen nadruk met treurige vioolmuziek, maar je houdt het kaal en stil. Dat komt misschien klinisch over, maar Sontag betoogde dat als je de emoties op het scherm disciplineert en onderdrukt ze des te sterker tot de kijker kunnen doordringen. Kolk heeft de verleiding weerstaan om het verdriet aan te dikken, en om Melk op waarde te schatten dient de kijker te beseffen dat elk geluid uiterst precies is: de vogeltjes die fluiten, het pompende geluid van het kolfapparaat. Bovendien klinkt elk woord dat naar een excuus of verontschuldiging riekt, al snel laf en ongepast. Als iemand op bezoek komt om persoonlijk toe te lichten waarom ze Robins moedermelk niet wil hebben, zegt ze kortaf: ‘Dat had ook in een appje gekund.’ Als kijker ga je begrijpen dat Robin nukkig en mild-cynisch kan, of zelfs moet, reageren en zich comfortabeler gaat voelen in de wandelclub waarvan de leden ‘rouwen in stilte’, en dan bedoelen we ook, in volstrekte stilte.
Melk (Stefanie Kolk, 2023)
Filmisch equivalent van Schaduwkind
Melk is te beschouwen als een filmisch equivalent van de zo veelgeprezen kleine roman Schaduwkind (2003) van P.F. Thomése, die gaat over de ontoereikendheid van taal om troost te bieden na de dood van een pasgeboren dochtertje. Een citaat daaruit tot slot: ‘Hoe meer er gepraat wordt, des te hoger stapelen de misverstanden zich op. We komen er niet meer uit, we worden erdoor gevangen, verstikt door de verkeerde woorden. We zwijgen ons een gat in de woordmuur, waardoor we kunnen ademen.’