Derek Jarman en de Moderne Natuur
Boeken voor op de salontafel
Of het nu door Boekenweek komt, de Leipziger Buchmesse of door ons eigen Wintertuin-festival van 1 april, maar ineens ligt er een aantal mooie boeken op mijn salontafel, die overigens ook nog eens allemaal iets met film te maken hebben. De komende weken zal ik ze koesteren en ernaar streven er enige aandacht aan geven, te beginnen met Derek Jarman’s Moderne Natuur.
Hier richt ik mij op Derek Jarman als schrijver. Voor zijn filmische werk verwijs ik naar Frans Westra, die het tweede deel van dit artikel voor zijn rekening neemt.
Moderne Natuur (Modern Nature) van Derek Jarman is ‘een zinderende ode aan tuinieren.’ Of ‘troost, tovenarij en verzet als de dood nabij is’, aldus de kritieken. Van januari 1989 tot september 1990 hield filmmaker en kunstenaar Jarman een dagboek bij van zijn leven in Dungeness, een landtong in het uiterste zuiden van Engeland.
Nu zijn er meer voorbeelden van een relatie tussen tuinen en cinema. Zelf denk ik dan meteen aan de Franse klassieker L'année dernière à Marienbad van Alain Resnais uit 1961, maar uiteraard nu ook aan de met een Oscar bekroonde The Zone of Interest, over het alledaagse leven van kampcommandant Rudolf Hoss en zijn gezin. Onder de rook van het vernietigingskamp Auschwitz cultiveert de trouwe echtgenote Hedwig haar paradijselijke bloemenzee. Peter Verstraten heeft er eerder uitgebreid over geschreven in zijn bijdrage in Ugenda.
The Garden (Derek Jarman, 1990)
De meest bijzondere tuinfilm is echter The Garden van Derek Jarman uit 1990. Een zelden vertoonde klassieke cultfilm als een polemisch-associatieve droom over gay rights, nucleaire dreiging en de noodzaak om je eigen tuin te cultiveren om te overleven. En dat is wat Jarman de laatste jaren van zijn leven daadwerkelijk deed.
Derek Jarman in The Garden (Derek Jarman, 1990)
Aantekeningen uit een tuin aan de rand van het bestaan
Als je zelf geen zin hebt in groene vingers, maar wel geïnteresseerd bent in de passie van het tuinieren en de bespiegelingen van een kunstenaar dan is Modern Nature beslist een aanrader. Een prachtig uitgevoerd boek met een bandje met zaadjes rondom de kaft. Alleen daarom al een uitgave die niet op de salontafel misstaat. Particuliere overpeinzingen, herinneringen aan een activistisch Queerleven, bespiegelingen over kunst en de dagelijkse beslommeringen in zijn tuin aan de kust van Kent. Een zinderende ode aan tuinieren: Brem, klaprozen, gaspeldoorn, rolklaver, kleine ratelaar, vlasbekje, dubbelkelk, brave hendrik, weegbree, koekoeksbloem, hondstong en klaproos… Zoals hij filmt zo schrijft hij in zijn dagboek; vrije associaties en het verzet tegen de naderende dood.
Maar wie Derek Jarman nu precies is? En wat voor films hij heeft gemaakt? Daarvoor hebben we Frans Westra benaderd, filmconnaisseur en oud-directeur van Filmtheater Images in Groningen, die de rest van dit artikel heeft geschreven.
Wie was Derek Jarman?
Onlangs verscheen een Nederlandse vertaling van het boek Modern Nature van de Engelse homoactivist en avant-garde filmmaker Derek Jarman (1942-1994). De publicatie trok de aandacht van maar liefst twee landelijke dagbladen. Jarman werd geboren in het Royal Victorian Nursing Home in Northwood, het noordwesten van Londen. Hij werd filmer van vele pop-video’s en startte zijn carrière als speelfilmmaker in 1976 met de homo-erotische film Sebastiane, die speelt tijdens de christenvervolgingen in het Romeinse Rijk. Het was de eerste speelfilm ooit waarin Latijn werd gesproken. Zijn carrière als pop-video regisseur liep van 1977 tot 1993 met drieëntwintig registraties van popidolen als de Sex Pistols, Bob Geldof, Bryan Ferry, Marianne Faithful en laatstelijk Patti Smith. Zijn speelfilms waren visueel uitbundig en avontuurlijk en geïnspireerd op de in Engeland sterke theatrale traditie. Hij zou geïnspireerd zijn door de excentrieke Engelse schrijver-regisseurs Michael Powell en Emeric Pressburger en door vroegere iconen uit de kunstwereld als Jean Cocteau.
Nigel Terry in Caravaggio (Derek Jarman, 1986)
Caravaggio
In Nederland werden Jarman’s films pas uitgebracht sinds zijn succesvolle film Caravaggio, naar het leven van de beroemde zestiende-eeuwse Italiaanse kunstschilder Michelangelo Merisi da Caravaggio, die ingezonden werd voor de competitie van het Filmfestival van Berlijn. Daar mocht Jarman in 1986 een Zilveren Beer ontvangen uit handen van Juryvoorzitter Gina Lollobrigida. Hij kreeg hiermee internationaal succes, maar nam tegelijk afstand van het tijds- en energievretende gebruik van het 35mm filmformaat en keerde terug naar werken op super8 film en daarmee vergelijkbare filmformaten. Door het succes van Caravaggio werd ook zijn eerdere film The angelic conversation uit 1985 in Nederland uitgebracht. Hij maakte daarna nog zes speelfilms die in Nederland mondjesmaat werden uitgebracht en vertoond, mede door de inzet van de bijzondere Amsterdamse filmdistributeur Argus, die in Jarman geloofde.
Caravaggio (Derek Jarman, 1986)
Jarman bleef zijn hele leven trouw aan de korte film, waarvan hij er bijna vijftig maakte tussen 1971 en zijn dood in 1994. Zijn laatste speelfilm was Edward II, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk uit de zestiende eeuw van Christopher Marlowe, in een postmoderne stijl, met Tilda Swinton in een hoofdrol. Deze film uit 1990 haalde het International Film Festival Rotterdam en kreeg mede daardoor een release in Nederlandse filmtheaters. Jarman zou hierna nog twee films maken: een als experimenteel komediedrama gekarakteriseerde film over het leven van de filosoof Wittgenstein en Blue, zijn laatste film. Blue vervaardigde hij kort voor zijn dood in 1994, toen hij ten gevolge van aids zijn zicht al had verloren. Het is een projectie van vijftig minuten van een beeld dat alleen bestaat uit de kleur hemelsblauw. Eendimensionaal zou je zeggen, zoals het kunstwerk Who’s afraid of Red, Yellow andBlue, maar Jarman zette onder Blue een geluidsspoor met muziek van onder andere Brian Eno. De film werd daarmee een soort testament.
Jody Graber en Tilda Swinton in Edward II (Derek Jarman, 1991)
Zoals alle Engelsen, hoe gek, gewoon of dwaas ook, was hij een fervent tuinier en hij publiceerde zijn tuinboek Modern Nature in 1991, dat als dagboek een groot succes werd. Zijn laatste dagboek was Smiling in slow motion, over zijn laatste levensfase, waarvan de Nederlandse vertaling nog op zich laat wachten.