De onzichtbare kunst
Waarom schrijf ik eigenlijk zoveel en zo graag over beeldende kunst? Omdat het wat mij betreft de meest directe kunst is: het beeld komt in één keer binnen, de kunst openbaart zich in één blik. Het onzegbare drukt zich uit in woordeloze taal. Een rapport dat over beeldende kunst stelt dat die ‘niet zichtbaar’ is in de stad, velt dus een keihard oordeel. Wat is het antwoord van de kunstenaars?
Het rapport is van onderzoeksbureau Blueyard en de gemeente gaat daar haar beleidsplan voor de komende jaren op bouwen. Over de beeldende kunst zegt het bureau dus vooral dat de schilderkunst, de tekenkunst, de beeldhouwkunst, de conceptuele kunst, dat al die kunstuitingen dus allemaal zo goed als onzichtbaar zijn in Nijmegen.
Hoezo onzichtbaar?
Nou is dat eigenlijk wel een gotspe, want met Galerie Marzee, Expoplu, Galerie Bart, Galerie Zeven Zomers, Popop, Ruis, Kunstmagazijn… Op Ugenda alleen al staan veertien galeries, waarvan de meeste ‘kwaliteitskunst’ tonen. En dan hebben we het nog niet over Museum Het Valkhof gehad, maar die kant wou ik nou eens een keer niet op - nou ja, straks misschien. En denk eens aan al die openbaar toegankelijke plekken in ziekenhuizen, hogeschool- en universiteitsgebouwen, waar ook wisselende exposities te zien zijn of aangekochte werken. Met al die plekken in de stad waar kunst te zien is, kun je de facto niet zeggen dat de kunst ‘onzichtbaar’ is. Nog even los van alle kunst in de openbare ruimte, van keizer Traianus tot de Aquanaut en de Waterwolf (oké, die laatste twee moeten nog komen), de hele stad en de verre buitenwijken staan vol met beelden in alle grootten en soorten.
En dan is er nog het fenomeen dat Blueyard zo kenmerkend vindt aan onze stad; de evenementencultuur. Niet alleen zijn er tal van meerdaagse algemene kunstmanifestaties, zoals de Kunstraffinaderij, maar daarnaast is het aantal kleine events, open dagen, kunst-in-de-wijkprojecten, atelierdagen, kunstmarkten bijkans ontelbaar. Elk plukje kunstenaars dat elkaar kent organiseert eens in de tijd wel wat. Ugenda telt op dit moment 138 individuele Nijmeegse beeldend kunstenaars. Dat kan dus nooit, want als die met zijn 138’en al die festivals zouden moeten vullen kwamen ze aan kunst maken niet meer toe.
Moeizame openingstijden
Ziedaar de hyperbool, aanval afgeslagen. Maar toch begrijp ik dat Blueyard wel. Het beeldende-kunstwereldje in Nijmegen heeft tegenwoordig een eigen website (ook al een Nijmeegse hobby: iedereen zijn eigen website, iedereen zijn eigen publiek): www.beeldendekunstnijmegen.nl. Kijk je erop, dan zie je van alles; rijp en groen, zonder hiërarchie. Wat opvalt bij veel van de lopende exposities op de bekende locaties, zijn de moeizame openingstijden, bijvoorbeeld twee opeenvolgende weekenden, steeds van 11.00 tot 17.00 uur. Dan is het alweer over. Of de gehele maand, op woensdagmiddag en zaterdagochtend en als er andere activiteiten zijn. Of alleen het derde weekeinde van juli. Daar is dus voor een bezoeker van buiten, de positie die Blueyard koos, geen wijs uit te worden.
Ik denk dat er in onze stad een gi-gan-tisch gat zit waar een openbaar toegankelijk gebouw in past, dat op normale tijden open is (liefst ook juist in de avond), waar altijd spannende nieuwe kunst te zien is. En dan graag groot genoeg dat je niet na tien minuten rond bent en je afvraagt of het dat hele einde treinen/fietsen/lopen wel waard was. Staat hier een olifant in de kamer? Is dit een taak van Museum Het Valkhof? Ik twijfel. Het is maar hoe je het invult: als een kunsten- en kunstenaarscentrum, bedoeld voor ontmoetingen en experimenten, of als een richtinggevende instelling die streng scheidt en selecteert.
Buitengebieden
Wat ook opvalt: we hebben in onze stad en zijn buitengebieden geen op een groot publiek gericht buitenfestival voor beeldende kunst. Zoals onze noordelijke buur met zijn Sonsbeekexpositie. Terwijl we de ruimte en de mogelijkheden wel hebben. Denk aan die loze lap grond tussen Lent en de stad. Het is erg jammer dat er dat kitschbeeld van dat ruitermasker komt, maar daar moeten we ons toch niet door laten terneerslaan? Of Oriëntalis. De laatste expositie die ik daar zag was van een kitscherige kerststal. Het zou geweldig zijn als in dat park een grote, publiekstrekkende kunstexpositie georganiseerd zou worden. Het Afrika Museum (net als Oriëntalis vermeld op beeldendekunstnijmegen.nl), dat volgens mij de mooiste, kostbaarste en meest bijzondere permanente kunstschat heeft in de buurt van Nijmegen en verre omstreken, heeft weleens - altijd weer onverwacht - grandioze tentoonstellingen, binnen of buiten, maar die stralen dan weer zo weinig af op de stad…
Ik houd van beeldende kunst. Van een klein teder bronsje, van een groot maatschappijkritisch gebaar, van gladde ruimtewezens, zwevend in de ether en van geborduurde meisjes met bloemen op hun huid. Ze zijn er, ze zijn ook allemaal zichtbaar voor wie de wegen kent en de plekken waar goedwillende vrijwilligers hun best lopen te doen om kunst onder de mensen te krijgen. De mensen die zeggen dat ze niet zichtbaar zijn.
Als ik beeldende kunstenaar was: ik zou de gemeente weleens willen laten zien, letterlijk zien, daar ben je beeldend kunstenaar voor, dat de kunsten hier zijn en hun rechten opeisen. Tot welvaart en welzijn van iedereen.