Skip to main content

Effectdichten in ‘Parkplan’

| Jan Maurits Schouten | Woord
Effectdichten in ‘Parkplan’

Dat de 34 teksten in het mooi uitgegeven boekje Parkplan gedichten zijn, is een feit. Want dat staat op het omslag. Wout Waanders, sinds mei 2019 stadsdichter van Nijmegen, maakte er tekeningen bij: een pretpark, want daar houdt hij van.

Ieder zijn meug, maar het idee is wel grappig. In de uitklappende voorflap van het boekje, uitgeven door De Harmonie, is een complete, getekende plattegrond afgedrukt waarop tussen fabrieken en kantoren en huizen van allerlei allooi ook enkele pretparkattracties staan. Delen van de tekening zijn omkaderd en genummerd en komen verderop terug als losse tekening, één bij elke tekst. Grappige vondst als inhoudsopgave. Verder worden de teksten onderverdeeld met kleurcodes, de vier kleurgroepen hebben titels als Voor Sensatiezoekers en Kinderattracties. De kleuren zijn consequent doorgevoerd in het boekje. Grappig, maar het dient niet ergens toe.

Datzelfde geldt voor een belangrijk deel van de teksten. Het zijn dus gedichten, want al zo’n honderd jaar geldt: als je zegt dat iets een gedicht is, dan is het dat.

De gedichten van Waanders rijmen niet. Ze zijn vaak ook niet erg precies geformuleerd. ‘Sacha zat met haar koffer op haar schoot’, bijvoorbeeld, in de tekst Sacha naar het vliegveld brengen, overigens een van de betere teksten in deze bundel. Die zin kan tenminste één ‘haar’ missen. In dezelfde tekst is sprake van ‘… een radioliedje van R.E.M. op de bijrijdersstoel’ (we bevinden ons in een auto). R.E.M. maakt geen radioliedjes. Ik denk dat de dichter begonnen is met dat liedje op die stoel en toen die radio nodig had om dit te verduidelijken. Dat is, met respect, gepruts.

Verder zijn de teksten niet erg ritmisch of melodieus. Probeer de volgende regels maar eens te hóren: ‘Ze zegt: je stelt moeilijke vragen./Ik zeg: Ik stel helemaal geen vragen’ (uit: Alpaca). In zulke zinnen zit geen poëzie. Al weet ik zeker dat Waanders, een gekend performancedichter, dit heus wel indrukwekkend weet uit te spreken.

In Parkplan komen tal van dieren voor. Een kleine giraffe, een klein uitgevallen roofvogel, alpaca’s en lama’s, paarden, een oude bultrug, heel veel kuikentjes, een poema… en in een groot aantal van de teksten lijken ze geen andere functie te hebben dan om iets exotisch in het gedicht te brengen, een ‘twist’. Zoals bij de tekeningen: niet meer dan een grappig effect. Een effect dat snel mindert als je de truc steeds opnieuw tegenkomt. Soms ligt het anders: In het gedicht Duizenden kuikentjes hebben die duizenden kuikentjes een verontrustend effect. Ze lijken iets duidelijk te maken over de geestestoestand van de hoofdfiguur: ze nemen de vorm aan van een barman, en daarna van de vriendin van de antagonist, die zegt ‘…dat het ze het graag uit/wil leggen, echt waar, als ik eerst, als ik, duizenden kuikens,/als ik rustig ben, als ik, kuikens, als ik eerst rustig ben,/….’.

Hetzelfde als bij de dieren geldt voor de vele sciencefiction-elementen. Ook deze lijken meestal voor het effect te zijn toegevoegd. Soms dienen ze om uit een gedicht te ontsnappen, zoals in Een dichtbegroeide jungle waar de hoofdpersoon en ene Tom door dinosaurussen achtervolgd worden. Net als het gedicht een serieuze afslag neemt: ‘... Tom zucht diep, staat dan op,/ stapt in het ruimteschip en verdwijnt’ Overigens: in Interstellar Natalia werkt het dan weer wel: een meisje wordt overtuigend met een starship vergeleken, maar blijkt ook heel andere kanten te hebben.

Er staan, kortom best intrigerende teksten in Parkplan. Tussen flauwe vondsten en, op veel te veel plekken, de neiging om een pointe te maken. Sommige teksten staan op zich, ander suggereren geschiedenissen. Waanders, schrijf die eens uit, in proza.


  • Wat
    Pretpark, bundel van Wout Waanders
  • Waar
    Nijmegen
  • Wanneer
    Sinds oktober 2020