Thuiskomen bij Het zesde metaal
Nederlandstalige indie is steeds populairder en dus wint ook Het Zesde Metaal aan populariteit in Nederland. Het wekt dan ook wat verbazing dat het optreden in Merleyn gepland is. Verheugd én licht bezorgd vanwege de kleine zaal sluit deze recensent aan bij de rij voor de ingang.
Een uitverkocht Merleyn betekent geduld betrachten. Om je jas af te geven, om een biertje te halen, om een juiste plek te zoeken. De sfeer is echter zo gemoedelijk, dat dit toch vrij soepel verloopt. Zonder voorprogramma begint het optreden met het geluid van een mondharmonica en nadat de bandleden het podium op zijn gekomen, met het rustige Aj mie mist.
West-Vlaamse voordracht
Zanger Wannes Cappelle zingt in het dialect van West-Vlaanderen en dat is redelijk onverstaanbaar. Je mist daardoor soms de link met de teksten, een van de leuke aspecten van Nederlandstalige muziek. Toch voelt de voordracht nergens als exotisch, eerder als op bezoek komen bij een gezellige familie in Oostende. Soms geeft Cappelle tekst en uitleg tussen de nummers door, dat helpt.
De voordracht van Cappelle staat behoorlijk centraal in de muziek van Het Zesde metaal. Hij doet van alles met zijn stem: hij rapt als Flip Kowlier, draagt voor als een spoken word-artiest en zingt als een lichte versie van Eddie Vedder. Opvallend zijn de uithalen in de refreinen, zoals in als in het tweede nummer Houd mie dichte al naar voren komt en eigenlijk daarna in vrijwel ieder nummer. Wat een vocalist!
Indie folkrock
De muziek lijkt wel om zijn voordracht heen gebouwd. Het ritme en de melodie bouwen gelukkig ook voort op de zanglijn en creëren zo een dynamisch geheel, wat nog het beste naar voren komt bij Tid van ton en bijvoorbeeld ook bij Gie, den Otto en ik. Bij de rustige nummers ontstaat zo een singer-songwriterachtige stijl, als in Eddie Vedders Into the Wild. Bij de rockende nummers gaat de band los en is vooral de gitarist Flip Wauters indrukwekkend met zijn slepende Americana-achtige riffs. De band speelt tussendoor met samples, keyboard en pedal steel. Zo ontstaat een indie folkrockgeluid dat nog het meest doet denken aan The Veils en nergens verveelt.

Filip Wauters © Heyta Melssen
Keiveel goesting
Het publiek is fan, dat wordt al snel duidelijk. Wanneer een volhardende fan blijft roepen om hetzelfde verzoeknummer (Boze wolven, een cover van Gorki) gaat hij daar vriendelijk maar afwijzend mee om. Wannes Cappelle heeft 'keiveel goesting' in de avond. Hij maakt continu grapjes tussendoor; hij was er die avond achter gekomen dat ‘het land van Maas en Waal’ níet over de Ardennen ging, vanwege de Maas en de Walen aldaar. Voordat hij met het nummer De onvolledigen begint, geeft hij aan het fijn voelen om in een land te zijn dat wél een regering heeft.
Applaus klinkt al meteen enthousiast tussen de nummers door en bereikt ovatie-niveau als de ‘encore’ begint met het meest bekende nummer Ploegsteert. Het nummer dat daarop volgt is het hoogtepunt van de avond: 'Ier bie oes, daar is’t goe'. En dat klopt helemaal.
-
WatHet zesde metaal
-
WaarMerleyn