Handwerk bij het Gelders Orkest
Terwijl Ireen Wüst bezig is haar rondjes te rijden op weg naar goud, bevind ik mijzelf in De Vereniging in geheel andere Russische sferen. Het Gelders Orkest onder leiding van dirigent Nikolai Alexeev brengt hier samen met pianist Dmitri Alexeev, de twee heren zijn overigens geen familie van elkaar, het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski ten gehore.
Tsjaikovski, beter bekend om zijn balletmuziek, zoals de Notenkrakersuite en het Zwanenmeer, slaagde erin om West-Europese klassieke muziek te verbinden met de Russische. Zijn eerste pianoconcert is misschien wel het meest bekende voorbeeld hiervan met verwijzingen naar de destijds beroemde Franse chansonette Il faut s’amuser, danser et rire in het midden van het stuk en op Oekraïense folklore gebaseerde liederen aan het begin en einde van het pianoconcert.
Terwijl het werk bij voltooiing in 1874 volledig werd afgekraakt, het zou te ingewikkeld en chaotisch zijn, behoort het muziekstuk inmiddels tot basis van elke pianovirtuoos en geniet het populariteit door het romantische karakter.
Krachtige tonen van de hoorns openen het uit drie delen bestaande concert. De rest van het orkest volgt en dan klinken de befaamde eerste pianoakkoorden. Dmitri Alexeev’s handen slaan stevig en vol overtuiging de toetsen aan, terwijl het orkest bijvalt met romantische volksmelodieën. In de volgende twintig minuten wisselen piano en orkest elkaar af, waarbij de strijkers op volle kracht zorgen voor meeslependheid. Een fijnzinniger middenstuk (Andantino simplice), waarop gewalst zou kunnen worden, wordt afgesloten door een prachtige pianosolo.
In de finale met een steeds versnellend tempo (Allegro con fuoco) ontstaat er een levendige interactie tussen orkest en piano. Zij werken in verhoogd tempo naar de finale toe, waarin het samenspel haast met vuurwerk eindigt.
Alexeev’s handen tonen niet persé de souplesse die veel pianisten hebben, maar een power en directheid die dit stuk nodig heeft om niet al te zoet te worden. Ondanks twee ‘verkeerd’ aangeslagen tonen in het eerste deel, vormen Dmitri Alexeev en het orkest een knappe samensmelting. De blazers verdienen hier een extra compliment, zij betoveren de zaal met hun heldere noten. De laatste twee delen van het stuk zijn in vergelijking met het eerste deel zo kort, dat het mij toch met een wat onbevredigend gevoel achterlaat. Dit reken ik echter de componist aan en niet deze uitvoerders. De zaal gaat dan ook massaal staan voor deze vertolking.
Na de pauze speelt Het Gelders Orkest Symfonie nr. 6 van Sjostakovitsj. Ook dit muziekstuk is opgedeeld in drie stukken, waarbij het eerste deel (Largo) dramatisch en melancholisch is. De strijkers vertalen de naderende spanningsboog in een voortdurend ritme dat uiteindelijk bombastisch wordt.
Het podium golft in het tweede deel (Allegro). Strijkstokken dansen op de voorgrond, achterin duiken de slagwerkers op, de koperblazers glinsteren, de handgebaren van de dirigent slaan van links naar rechts en van boven naar beneden en ik weet haast niet waar ik kijken moet.
Tijdens de finale (Presto), waar Sjostakovitsj zelf zeer content mee was; ‘Dit is de eerste keer dat ik een zo succesvolle finale heb geschreven’, hou ik mijn ogen gericht op de dirigent. Nikolai Alexeev’s lichaamstaal en de dynamiek in zijn handgebaren zijn aanstekelijk. We galopperen naar het slot waar je met smart wacht op een climax, maar dan lijkt alles tot stilstand te komen. Dit is alleen van korte duur en we stomen af op een triomfantelijke ontknoping. Chapeau!
Getagd onder
-
WatHet Gelders Orkest met pianist Dmitri Alexeev o.l.v. Nikolai Alexeev
-
WaarDe Vereeniging Nijmegen
Claire van Beuzekom
Vanuit de gedachte dat je door middel van taal en cultuur de wereld in huis haalt, het je nieuwe perspectieven biedt en je bagage vergroot, vertrok ik na mijn studie Nederlands voor 4 maanden naar Florence, Italië. Daar werd ik overmeesterd door de stadse schoonheid en besloot bij terugkomst in Nederland kunstgeschiedenis te studeren. Aan de Universiteit van Utrecht (eveneens deels in Florence, Italië) voltooide ik een bachelor Kunstgeschiedenis en een master Renaissance Studies. Het genot van ‘belangeloos welbehagen’ heb ik omgezet in een concrete studie naar kunst en esthetiek.
Na wat omzwervingen in binnen- en buitenland ben ik nu beland in de oudste stad van Nederland en hoop ik mijn enthousiasme voor de kunsten door middel van taal en educatie over te brengen.