Skip to main content

Doelloos Wintertuinfestival bewijst nut

| Maartje Wenting | Evenement
Doelloos Wintertuinfestival bewijst nut
Foto: Inge Heesen

Vroeger was ik een echte boekenvreter en nog steeds ben ik een liefhebber van taal. Lezen doe ik echter al een tijd niet meer. Nog zelden sla ik een (Engelse) roman open, of zelfs maar een Nederlands stripboek. Mijn eigen boek komt al helemaal niet van de grond. Bij het literaire Wintertuinfestival voel ik mij hier bijzonder schuldig over.

Nina Polak opent met een voordracht waarin zij haar vaders reactie op haar debuutroman voorlegt: “Een mooi boek, maar ik snap niet waarom je het hebt geschreven.” Voor Nina is de zoektocht naar het waarom belangrijk en zij gaat bij zichzelf te rade. “Als ik wist wat ik met mijn boeken wilde zeggen, dan zou ik er niet hele verhalen omheen schrijven.” Maar moet literatuur, moet kunst een waarom hebben? Ze verwijst naar Ben Luderer, die veertig jaar werkte aan een tekening van Nijmegen in vogelvluchtperspectief. Heeft die tekening een reden? Nijmegen heeft er nooit uitgezien als het uiteindelijke resultaat, het is een verhaal dat verwijst naar verledens die niet samen hebben bestaan, gebouwen met buren in een andere tijd. Maakt dit het dan onecht? Onwaardig? Niet volgens Nina, integendeel.

Literatuur, en kunst, heeft tot doel geen doel te hebben. Om misschien nutteloos te zijn en daarom juist bijzonder belangrijk. Ze citeert Jeanette Winterson: “Reading books really does take your hand off the panic button", een sentiment dat gedeeld lijkt te worden door Alma Mathijsen, die later in de paarse zaal verhaalt over hoe zij vliegt in literatuur. Hoe haar leeszucht haar vleugels geeft. 

Adriaan van Dis

Mijn schuldgevoel krijgt nog een extra laag wanneer de literaire grootheid Adriaan van Dis zijn verhaal mag vertellen over thema De vrije lezer. Op bijzonder geestige wijze en vol zelfspot ("Ik praat een beetje raar") neemt Van Dis ons mee naar zijn jeugd, waar hij door zijn oudere zussen werd voorgelezen, met een moeder die al in leesclubjes zat voordat ze bestonden, de werkster die illustrated classics meenam en de docenten die boeken verboden. “Ik ben erg vóór het verbieden van boeken”, want dat maakte Wolkers en Campert bijzonder interessant. “Cremer valt nog steeds open op de pagina waarop ik mij heb afgerukt.” Amazon en bol.com hebben hun algoritmes die in boekkeuze helpen of sturen, dus misschien zijn wij dan niet zo vrij als lezer – zo stelt Jasper Henderson – maar over de toekomst van de literatuur weigert Van Dis pessimistisch te zijn. Computers zullen nooit volgens gewenste algoritmes boeken kunnen schrijven, want “wij zijn net iets gekker dan een computer.” We hoeven niet bang te zijn voor computers, voor de modernisering. “Maak jezelf tot 'n smiley”, is zijn vrolijke slotwoord.

Van voordracht tot discussie

In het café draagt schrijfster Sytske van Koeveringe zelf voor uit haar ervaringen in een Eindhovens verzorgingshuis, maar nog vóór de Q&A with the grey zijn wij daar al weg. Excuus aan de grijsaards.

In de paarse zaal zijn Jet Steinz en Toef Jaeger een stuk minder optimistisch dan Adriaan van Dis, blijkens hun discussie. Helaas ben ik niet vanaf het begin aanwezig en mis ik een gedeelte van het gesprek dat interessante vragen uitlokt. Moeten er meer opties zijn dan literatuur lezen en luisteren? Moet literatuur veranderen en meer mogelijkheden bieden dan papieren en digitale uitgaves? Jet en Toef buigen zich over de vraag of literatuur in de toekomst 'anders moet'. Of is het meer interviewer Nikki Dekker die op verandering aanstuurt?

Talkshow

Het kleinste podium biedt diepte-interviews van ongeveer twintig minuten, waarin wij horen hoe Murat Isiks alom geprezen boek Wees onzichtbaar eigenlijk een poging is zijn persoonlijke monster, schaamte, in de ogen te kijken. Wanneer hij hier later uit voorleest in de paarse zaal, valt me op dat hij niet zozeer een begenadigd voorlezer is, maar wel een getalenteerd schrijver. Ik wil dolgraag meer van wat ik net hoorde.

Fata Nirvana

Waar ik ook meer van wil, is de live gesproken en performde punkdocumentaire over de opkomst en ondergang van de fictieve band Fata Nirvana. Ik kom net binnen wanneer de 'zanger' het heeft over antikubistische liedjes. Ik ben het roerend met het sentiment eens. De 'drummer', die mij qua stemgebruik, woordspelingen en accent herinnert aan Herman Finkers, brengt een extra laag absurdisme in het hilarische geheel. Zijn wens ten spijt blijkt de 'zanger' kubisme niet te kunnen ontsnappen en hij eindigt in vreemde hoeken, kubussen, cilinders en kegels in een inrichting. Mijn medeleven heeft hij volledig. This Is Spinal Tap is er, mijns inziens, niets bij.

Knallende sissers

De afsluiters van de festivalavond, in ieder geval van het literaire gedeelte, zijn te vinden in de rode zaal.

Eigenlijk wil ik even uit het geroezemoes, het gedruis van de stille drukte, maar Marjolein Vissers verhaal bij een video, opgebouwd uit oude vakantiebeelden, pakt me, ontroert me, zonder zoetsappig te zijn. “De geur van zweet is een uitnodiging naderbij te komen” grijpt me en ik blijf roerloos staan, luisterend naar Marjoleins verhaal over familievakanties in de bergen. Ze zegt nog iets treffends over herinneringen, maar uiteraard vergeet ik wát.

Kamagurka

Ik ben even stil na Marjoleins verhaal, maar Kamagurka voorkomt dat ik onroerend blijf. De absurdistische Vlaming heeft vanaf het begin de zaal aan het lachen en zijn 'gedicht' over penisverlenging maakt dat de hele zaal dubbel ligt.

De Vlaamse komiek/schrijver/cartoonist/alleskunner speelt wonderlijk met de taal. Door toetsing van de verschillen tussen Vlaams en Nederlands - “Noemen jullie dat 'Wubbooien'? Nee? Wij ook niet." – en door verwachtingen bij een woord of begrip te beproeven. Ermee te spelen. In zijn wereld zijn de wetten der natuur ondergeschikt aan de absurdistische mogelijkheden van en in de Nederlandse taal.

Kamagurka lijkt aan de geplande tijd geen enkele boodschap te hebben en gaat via verschillende brandweergrappen (Een man die door het raam op de vijfde verdieping dreigt te springen. Vanaf de straat. En derhalve te pletter slaat tegen het plafond. Alsook: “Jammer dat het altijd vanuit jouw kant moet komen, hè? De brandweer belt nooit als eerst.”) en een opsomming van dolkomische voorbeelden van wanneer de natuur perfect zou zijn ("Dan hadden mannen geen tepels, maar mondjes. Die met de tijd steeds lager zouden komen zitten.") door een reeks 'gedichten' van het niveau Banaan in je gat. Het rijmt niet, maar...

Ik sta bijkans te huilen van het lachen om een arts zonder grenzen, een transgenderverhaal zonder clou - misschien vind ik die nog het meest briljant: een grap vertellen die niet grappig is en geen geestig einde heeft. Ik geniet van de ongemakkelijkheid en absurditeit - en het laatste verhaal, of gedicht, wat geen einde lijkt te krijgen. En dan vraag je je af wat nou zijn boodschap is. Wat hij probeert te zeggen. Niets. En dat is juist het doel.


Getagd onder

  • Wat
    Wintertuinfestivalavond
  • Waar
    Doornroosje

Maartje Wenting

Afgestudeerd aan de HAN (Geschiedenis en Staatsinrichting tweedegraads), voormalig docent Nederlands met een passie voor taal, cultuur, toneel, kunst en schrijven: actief en passief. Eigenaar van tekstcorrectie- en taaladviesbureau De Zwarte Pen.  


Deel dit artikel