Een Nimbus voor St. Steven
Het silhouet van Nijmegen heeft een intrigerende aanvulling gekregen. Martin Paul Neys van Hoogte Twee architecten heeft sociale huurappartementen weten onder te brengen in een hoge, slanke toren. De toren is een erg eenvoudig van opzet, maar met slim nadenken over materialisering en details is woontoren Nimbus een interessante verschijning geworden die de stad naast de Stevenstoren een nieuw icoon geeft.
Het gaat om sociale woningbouw, dus het budget is niet ruim. Maar dat is voor Neys nu juist een voordeel: ‘Als er niet eindeloos geld is, moet je scherp blijven. Je moet precies weten wat je wilt en wat essentieel is om dat te bereiken. Dát moet je in het hele proces helder voor ogen houden en, zoals een tijger haar jong, verdedigen. Het zet jezelf op scherp, het zet het ontwerpproces op scherp, daar wordt het resultaat alleen maar beter van.’
Dit was het dat Neys wilde bereiken: ‘Een toren die een waardevolle aanvulling is van de Nijmeegse skyline. En deze plek weer teruggeven aan de stad, een wond helen.’
Een toren die op de grond staat, zo slank mogelijk is en een gebouw dat de stad hier weer een wand geeft, een straatwand....
De hoofdopzet van het gebouw is dus doodsimpel: een toren van 23 verdiepingen, met vier appartementen per laag, en een galerijflat van vijf verdiepingen. Alles in een snaarstrak stramien. In de opzet zit weinig variatie. De gevels zijn vrijwel vlak en de meeste ramen zijn smal. Hét recept bij een bescheiden budget. Toch is een hoge beeldende kwaliteit bereikt. De gouden greep zit ’m natuurlijk in het gebruik van die twee radicaal verschillende gevelafwerkingen: het metselwerk en een aluminium composiet gevelplaat. Het metselwerk sluit aan bij de baksteentraditie van Nijmegen: ambachtelijk, vertrouwd, geschiedenis. De aluminium plaat is hypermoderne hightech.
Dat contrast vind Neys wel leuk: ‘Je wilt actuele, eigentijdse architectuur maken, maar zoekt ook naar verbindingen met het verleden. Je probeert je gebouw te laten aarden in deze stad met haar geschiedenis, op deze plaats waar een wond moest worden geheeld.’
Het radicale verschil tussen de materialen zorgt ervoor dat de toren slanker oogt dan-ie is. ‘Je ziet hem bijna altijd onder een hoek, twee van de vier gevels. Als die hetzelfde zijn, zie je dus een dikke toren. Door het materiaalcontrast en omdat het aluminium hier en daar de hoek omgaat, oogt hij smaller.’
Dit werkt erg goed, ook van grote afstand is Nimbus steeds een levendige verschijning.
Er zit leven in de gevel. Er wordt een spel gespeeld met de grootte van de raamopeningen. De diepte waarmee de kozijnen in de gevel gezet zijn varieert, ook de gevelplaten zijn in verschillende diktes uitgevoerd, de maten van de platen en van de ramen variëren. En natuurlijk zijn er de kleurcontrasten. Met heel eenvoudige middelen komt het gebouw tot leven. Het is een spel met licht en schaduw. De gevel glinstert elk ogenblik van de dag op een andere manier.
Bijzondere aandacht is besteed aan de entreehal. Al deze stenen zijn in het werk gelegd, zelfs die aan het plafond. Ouderwetse ambacht. Een vader leerde hier zijn zoon wat metselen is. Een jonge loot aan de boom van de baksteentraditie in Nijmegen. Drie van de vier gevels zijn zwaar-geluidsbestendig. Daarom is een geluidbuffer gemaakt. Een glazen gevel sluit het balkon af. Maar je zit toch altijd buiten, want met een spleet boven de ramen staat het balkon altijd in open verbinding met de buitenlucht.
De ramen zijn beweegbaar, zodat je kan kiezen: de wind, het geroezemoes van de stad en directe zonnestralen, of rust. Maar altijd is er het grandioze uitzicht.
De toren is heel precies uitgedokterd. Er zit geen millimeter teveel in, álles is geoptimaliseerd.
‘De plattegronden zijn zo ontworpen, dat ze in verschillende bouwsystemen te maken zijn. Er zijn niet zoveel bedrijven die dit soort gebouwen aankunnen. Op deze manier hebben we gezorgd voor maximaal concurrentievoordeel bij de aanbesteding. En dat heeft goed gewerkt.’
Vier appartementen per laag. Elke woning heeft twee gevels en kijkt uit over meer dan een kwart van de stad.
Elk appartement heeft een ‘buitenkamer’
Een van de uitgangspunten van het plan was dat hier weer een levende straatwand zou zijn. Daarom is de galerij aan de straatkant gelegd. Maar dat is ook de zonkant, waar de mensen buiten willen zitten, én je hebt hier het geluid van de straat. De galerij is daarom een flink eind van de gevel af gelegd, zodat voor de woningen ruimte ontstaat. Het is niet zo duidelijk of die privé of openbaar is, een tussenruimte die ieder naar eigen inzicht kan gebruiken. Ertussen zitten openingen die zijn afgeschermd met plantenbakken. Het ziet er nu al goed uit, maar over een jaar of twee zijn dit groene schachten, waarin vogels nestelen en duizend bloemen bloeien.
Hoogte Twee en Talis
Woningcorporatie Talis wilde experimenteren met de Europese aanbesteding die binnenkort verplicht zou worden en Hoogte Twee evenzeer. Zij zijn een samenwerking aangegaan met een ingenieursbureau om aan de eisen van bedrijfsgrootte, omzet en ervaring te voldoen. Zo hebben zij ingeschreven op het project. Er was ook een bureau uit het westen van het land dat zich inschreef. De aanbieding van Hoogte Twee was veel meer gericht op wat de locatie vraagt en veel specifieker in de methode van werken. Ook omdat zij beter van de plaatselijke omstandigheden op de hoogte waren, kregen zij het vertrouwen van Talis. Niemand zal daar rouwig om zijn; het project is in alle opzichten geslaagd. Door tijdelijke huurcontracten aan te gaan kon een bewonersdoelgroep worden bediend, die langs de normale weg nooit aan de bak was gekomen: jongeren, net afgestudeerde studenten, die over een jaar of vijf jaar een start van hun carrière gemaakt zullen hebben en op basis daarvan ruimer zullen willen wonen.
De beëindiging is weer zo’n simpele ingreep met veel effect. De gevel aan de ene kant een stukje hoger opmetselen en de installatieruimte een beetje schuin maken in de andere richting: de domme doos die je op zoveel gebouwen ziet zitten is verdwenen en er is een zeer welsprekende beëindiging bereikt die van elke afstand uitstekend werkt. Kwaliteit hoeft geen geld te kosten!
Maarten de Vletter
Ik ben stedenbouwkundigontwerper, uitvinder en schrijver. Architectuur, de door mensenhand gemaakte omgeving, is ons belangrijkste cultuurgoed. Daar wil ik aandacht voor vragen op de Nijmegense cultuurwebsite. Ik wil het hebben over alles wat er bij dat eindeloos knutselen aan de stad gebeurt. Ik zal wel eens kribbig moeten zijn over wat er nu weer is gemaakt, maar ik doe het altijd vanuit een groot respect voor de bouwers die de moed hebben gehad zich te wagen op het slappe koord dat het bouwen aan onze omgeving altijd is. Ze zijn op de één of andere manier aan de overkant gekomen! Dat verdient altijd een medaille!