Skip to main content

Ryûsuke Hamaguchi – (minstens) twee films in één

| Peter Verstraten | Column
Ryûsuke Hamaguchi – (minstens) twee films in één

Het lijkt erop dat je bij de Japanse filmmaker Ryûsuke Hamaguchi steeds minstens twee films in één krijgt. Zo is zijn nieuwste film Evil Does Not Exist (te zien in Lux) een eco-kritische vertelling met een zo abrupte en verrassende afronding dat het einde apart lijkt te staan van het eigenlijke verhaal. Deze film is minstens zo intrigerend als zijn gelauwerde voorganger Drive My Car, waaraan het grootste deel van deze column gewijd is.

Zijn Happy Hour (2015) mag je voor vier tellen, omdat de ruim vijf uur durende film de levens van vier 37-jarige vriendinnen met elkaar vervlecht. Zijn Wheel of Fortune and Fantasy (2021) bestaat uit drie vertellingen van ieder zo’n veertig minuten. Bij zo’n opzet pakt het altijd fortuinlijk uit voor een film als het laatste verhaal het beste van de drie is. De titel Asako I and II (2018) suggereert op zichzelf al een tweeluik. De jonge vrouw Asako wordt verliefd op Baku, maar na verloop van tijd verdwijnt hij van de radar. Dan ontmoet ze Ryôhei, die uiterlijk het exacte evenbeeld is van Baku. Nadat ze vijf jaar met deze Ryôhei samen is, duikt haar oorspronkelijke liefde weer op.

Reika Kirishima in Drive My Car 2021 1200B comprReika Kirishima (Oto) in Drive My Car (2021)

Rondjes rijden

Hamaguchi’s grootste succes is ongetwijfeld zijn rouwdrama Drive My Car (2021) dat een karrenvracht aan prijzen won, waaronder de Oscar voor Beste Internationale Film. Die film bewees eens te meer met wat voor een fijnzinnige maker we van doen hebben. Als we ruim veertig minuten (!) in de film zitten, krijgen we de begintitels – of de eindtitels van het eerste deel. Dit eindigt met de dood van Oto, de vrouw met wie de theateracteur en regisseur Yūsuke al jarenlang is getrouwd. Hij heeft aan Oto verzwegen dat hij weet van haar overspel; zo was hij per toeval getuige van haar affaire met de jonge acteur Kōji. Als Oto op een ochtend aan Yūsuke vraagt of ze in de avond met elkaar kunnen spreken, gaat hij rondjes rijden in zijn auto. Bij thuiskomst heeft zijn vrouw een fatale hersenbloeding.

Daarna maakt de film een herstart, twee jaar na de dood van Oto. Yūsuke heeft het aanbod geaccepteerd om Anton Tsjechovs toneelstuk Oom Vanya in Hiroshima te regisseren. Hij is zelf maar al te goed bekend met de rol van oom Vanya, die hij vroeger vaak gespeeld heeft. Hij leerde zijn teksten steeds door in zijn auto te luisteren naar bandjes waarop zijn vrouw de teksten van tegenspelers heeft ingesproken. Bij de stiltes die zij laat vallen, moet hij zijn tekst hardop zeggen.

Hidetoshi Nishijima (Yûsuke) en Tôko Miura (Misaki) in Drive My Car (2021)

Bij seks in verteltrance

In de ‘tweede’ film zal pas veel duidelijk worden over de voorgeschiedenis uit de lange proloog. Het dochtertje van Yūsuke en Oto is op vierjarige leeftijd overleden. Inmiddels negentien jaar geleden – bij aanvang van Drive My Car was dat dus zeventien jaar geleden. Als gevolg van het onverwerkte trauma raakt Oto tijdens de seks keer op keer in een verteltrance. Ze weet niet wat ze vertelt, maar Yūsuke herinnert het voor haar. Die verhalen kunnen vervolgens uitgangspunt worden voor scenario’s waar Oto geregeld succes mee boekt. Voor Yūsuke heeft deze praktijk een troostende werking, omdat hij tijdens die momenten de liefde van Oto voor hem voelt.

Hidetoshi Nishijima and Tôko Miura in Drive My Car 2021 2 1200BHidetoshi Nishijima en Tôko Miura in Drive My Car (2021)

Onvervuld verlangen

Als Kōji, de ‘geheime’ minnaar van zijn vrouw, auditie doet voor de opvoering van Oom Vanja in Hiroshima, bedeelt Yūsuke hem, ondanks diens jeugdige leeftijd, de belangrijke rol van titelheld toe. Later zal de regisseur vertellen dat het een rol is die hem heeft uitgewrongen. Het spelen van Vanja laat een acteur niet onberoerd, en daarmee lijkt Yūsuke zijn ‘rivaal’ Kōji moedwillig aan een beproeving te onderwerpen. Op de achterbank van zijn rode Saab zal hij de jonge man vertellen over de liefdesband die hij had met zijn vrouw. In zijn beleving waren zij een goed op elkaar ingespeeld koppel, en omdat hij haar affaires tolereerde, was er van jaloezie geen sprake. Maar hoe goed hij Oto ook dacht te kennen, er bleef voor zijn gevoel altijd iets waar hij geen vat op kreeg. Er was een onvervuld verlangen, en hij koppelt dat aan een onaffe vertelling tijdens een vrijpartij over een meisje dat dacht ooit een lamprei, een kaakloze vis, te zijn geweest. Tot verbijstering van Yūsuke vertelt Kōji hoe het verhaal eindigt, een sleutelmoment in Drive My Car.

 

Kalme en onderkoelde verteltrant

Het is aan de kijker om deze ontwikkeling te duiden. Hamaguchi houdt naar eigen zeggen van gepassioneerde melodrama’s en is een groot liefhebber van de geëxalteerde en kleurrijke films van Douglas Sirk, maar hij vertelt zijn eigen (melo)drama’s op een uiterst kalme en onderkoelde wijze in de traditie van Yasujirō Ozu. Onbewogen hoort Yūsuke de vertelling door Kōji aan; hij laat niet blijken geschokt te zijn, maar er gaat vast van alles door hem heen. Is Oto zo intiem met haar minnaar(s) geweest dat die ook de naar zijn idee zo exclusief voor hem bestemde verhalen hebben meegekregen? Waarom kent die ‘snotneus’ wel de ontknoping die hem nooit verteld is? Dat verhalen vertellen was toch een pact dat hij met zijn vrouw had gesmeed als reactie op het verlies van hun dochter? 

Yūsuke heeft van de toneelvereniging een chauffeur toegewezen gekregen, en zij heeft het gesprek ook gehoord. Deze 23-jarige Misaki vertelt hem dat zij weet hoe leugenaars klinken en Kōji blufte volgens haar niet. Nu Yūsukes wereldbeeld gekanteld is, vertelt hij Misaki over de dag dat Oto stierf. Zij kondigde aan een gesprek te willen hebben, en hij beseft dat hij ging rondrijden alleen om een gesprek te vermijden. Hij hoorde wel altijd haar stem – op bandjes om zijn tekst te leren; om haar verhalen te onthouden – maar zij spraken nooit. Ging hij een heuse conversatie maar altijd uit de weg uit angst haar te verliezen? Maar die angst heeft haar dan mogelijk het leven gekost omdat hij te laat was om haar te redden.

Hidetoshi Nishijima in Drive My Car 2021 2 1200BHidetoshi Nishijima in Drive My Car (2021)

Door angst geregeerd

Misaki doet daarna haar eigen trauma uit de doeken. Haar moeder is vijf jaar geleden bij een aardverschuiving omgekomen, Misaki zelf hield er slechts een litteken op haar gezicht aan over. Yūsuke stelt voor om de lange reis naar de plek des onheils te maken. In de sneeuw staart Misaki wat wezenloos voor zich uit, terwijl Yūsuke schuin achter haar staat. Zij bekent nu dat als haar moeder haar mishandelde er daarna een achtjarige ‘Sachi’ verscheen, bij wie Misaki zich wel op haar gemak voelde. Was haar moeder mentaal ziek? Verscheen ‘Sachi’ als een poging om haar dochter bij zich te houden? Hoe dan ook, Misaki had haar moeder mogelijk het leven kunnen redden, maar zij liet het na, en verloor daarmee ook ‘Sachi’. De ontboezemingen doen Yūsuke beseffen dat hij zich door angst heeft laten regeren: waarom durfde hij niet te geloven in Oto’s oprechtheid? Hij zou wat graag de klok terugdraaien om haar nog eens te spreken.

Tôko Miura in Drive My Car 2021 1200BTôko Miura in Drive My Car (2021)

Woorden zijn bedrieglijk

Terwijl zo’n inzicht bij de uitbundige melodrama’s van Sirk de nodige ironie aankleeft, is dat, toegegeven, bij het zo ingetogen Drive My Car wat larmoyant. Maar net als de film lijkt te verzanden in een sentimenteel slotakkoord, maakt Hamaguchi de overgang naar een opvoering van Oom Vanja. Hij toont de scène waarin Sonja uiteenzet dat God mededogen zal hebben met ons, aardse ploeteraars, en dat we met een tedere glimlach zullen terugblikken op ons huidige verdriet. Voor die rol had Yūsuke een actrice gekozen die alleen Koreaanse gebarentaal beheerst. Een mooie vondst, die benadrukt dat het niet alleen om woorden gaat, want woorden zijn al te vaak bedrieglijk, maar ook om hoe we ons lichamelijk uitdrukken.

Evil_Does_Not_Exist-1200B.jpgEvil Does Not Exist (2023)

Nieuwste film intrigerend, net als voorganger

Het rustig voortkabbelende Evil Does Not Exist oogt over de hele linie veel doorzichtiger dan Drive My Car, totdat het bruuske en ongrijpbare slot de zaken compliceert. Bestaat het kwaad dan toch in weerwil van de titel? Hebben een snee in de hand, een kogelwond en een bloedneus met elkaar te maken? De ondoorgrondelijkheid van dat fabelachtige einde maakt wat mij betreft Evil Does Not Exist minstens zo intrigerend als zijn succesvolle voorganger.

Getagd onder