Skip to main content

Io Capitano versus American Fiction

| Peter Verstraten | Column
Io Capitano versus American Fiction
Seydou Sarr in Io Capitano (Matteo Garrone, 2023)

Wat de Italiaanse filmmaker Matteo Garrone beoogt met zijn film Io Capitano, te zien in LUX, laat zich makkelijk raden. Te makkelijk misschien? 

De Oscar-commissie is in ieder geval gevoelig gebleken voor de humanistische strekking, want de film maakt kans op een Academy Award in de categorie Best Foreign Language Film – ook al vermoed ik dat Jonathan Glazers The Zone of Interest gaat winnen. Zeker nu Frankrijk de ‘verkeerde’ film heeft ingestuurd. Justine Triets Anatomie d’une chute pakt alle belangrijke prijzen, maar Frankrijk koos voor Le pot-au-feu als nationale inzending voor de Oscars.

In Io Capitano proberen twee zestienjarige neven, Seydou en Moussa, vanuit hun vaderland Senegal via Mali, Niger, de Saharawoestijn en Libië naar Italië over te steken.

Naïeve droom van muzikale carrière 

Op de markt in Dakar praat ene Sisko de blaren op zijn tong om hen van hun voornemen af te brengen, maar helaas. Een of andere priester geeft wel zijn zegen aan hun plan. De jongens hebben de naïeve droom dat ze in Europa een muzikale carrière kunnen beginnen en dat ze allemaal handtekeningen moeten uitdelen aan witte mensen, hun ultieme definitie van succes. Wanneer ze voorafgaand aan hun reis samen een lied schrijven, geïnspireerd door een boze uitval van Seydou’s moeder, zingen hun leeftijdgenoten het in een mum van tijd mee.

Reis vol gevaren en ontberingen

Io Capitano is gestructureerd rondom contrasten. De economische omstandigheden in Senegal zijn deplorabel, maar desondanks zien we tal van vrolijke scènes: gezang, uitbundige dansfeesten, verkleedpartijen. In de openingsscène wordt Seydou wakker door herrie, maar zijn zusje roept hem toe: ‘We hebben lol.’ De tocht zelf, met Sicilië als gehoopt einddoel, is allesbehalve plezierig. De reis is vol gevaren en ontberingen, met onderweg veel wrede afpersers en chanteurs. Had naar Sisko geluisterd en was toch in het ‘vrolijke’ Senegal gebleven! Die gedachte begint ook bij de neven te dagen, hoe dichter ze Tripoli naderen, de stad van waaruit ze de oversteek hopen te maken.

Seydou Sarr in Io capitano 2023 2 1200B

Jongens net als wij

Garrone zet alle denkbare conventionele vertelmiddelen in, zodat we als kijkers maximaal kunnen meeleven met de twee hoofdrolspelers. Daardoor ontstaat de indruk dat de jongens net als wij zijn, met dezelfde dromen, met eenzelfde morele standaard. Sterker nog, feitelijk is Seydou een verbeterde versie van de meesten van ons. Als een groep door de woestijn moet ploeteren, ontfermt hij zich over een uitgeputte vrouw die is achtergebleven. Hij geeft haar water en probeert haar te ondersteunen. Hij loopt daarbij het risico de aansluiting met de karavaan te verliezen; Moussa schreeuwt dat hij moet opschieten. Volgt een dagdroomsequentie waarbij Seydou de vrouw kan laten zweven. Ook in andere scènes is de nobele inborst van Seydou onomstreden.

Door Garrones keus om alle scènes te filteren via Seydou’s gezichtspunt groeit de film uit tot wat NRC een ‘broodnodige empathiemachine’ noemt. Seydou is een model-migrant: volstrekt rechtschapen én zijn ambitie is om (net als) een Europeaan te worden. Dat maakt het voor ons, Europese kijkers, makkelijk zich met hem te identificeren: hij verschilt nagenoeg niet van ons, behalve dat hij in ongunstige omstandigheden ter wereld is gekomen. Maar het gemak waarmee wij ons met Seydou kunnen identificeren heeft een keerzijde. Eigenlijk weten wij niet meer van hem dan dat hij moedig is, dat hij solidair is met zijn neef, dat hij het leed onderweg moeilijk te verdragen vindt en dat hij naïeve ideeën heeft over Europa. Seydou is allerminst een complex personage, waardoor de film minder gelaagd en prikkelend is dan die had willen zijn. Seydou is vooral een zetstuk in een betoog, enerzijds gericht aan Afrikanen: bezint, eer gij aan zo’n slopende tocht begint; luister naar mensen als Sisko. Anderzijds adresseert de film Europa: het zijn dit soort aardige jongens die we het recht op geluk ontzeggen.

Het onbevredigende van Io Capitano is dat Garrones film onbesproken laat wat de bijna totale gelijkschakeling tussen Seydou en kijker impliceert. Kunnen wij ons zo gemakkelijk met Seydou engageren omdat hij qua karakter al als een Europeaan is? Maar hoe zit dat dan met vluchtelingen die op voorhand minder geassimileerd zijn? Kunnen wij die migranten nog in hun andersheid accepteren of zeggen wij na een film als Io Capitano tegen hen: hé, kom op, wees als Seydou. Maar Seydou is zo’n wannabe Europeaan dat hij in wezen zijn culturele identiteit heeft opgegeven. Io Capitano is daarmee een migrantendrama waaruit de Senegalese/Afrikaanse eigenheid van de hoofdpersonages is weggespoeld.

Eigen culturele identiteit negeren onmogelijk

Precies de wens om een eigen culturele identiteit te mogen negeren wordt als onmogelijk geschetst in de grote onbekende onder de tien Oscarnominaties voor Beste Film: American Fiction van Cord Jefferson. Het is de enige van de tien titels die (vooralsnog) niet in Nederland is uitgebracht. De film heeft niet het soortelijk gewicht van het ambitieuze Oppenheimer, en het ligt allerminst in de lijn der verwachtingen dat de film een van de in totaal vijf nominaties zal verzilveren, maar de film is niettemin een van de meest relevante titels uit de lijst, een grotendeels geslaagde satire op zwarte identiteit vandaag de dag.

Jeffrey Wright and Sterling K. Brown in American Fiction 2023 1200B

'Correct gespeld'

Hoofdpersonage in American Fiction is Thelonious Ellison, roepnaam Monk, schrijver van fictie en docent Amerikaanse literatuur. Groot op het schoolbord staat de titel van Flannery O’Connors korte verhaal, waarin het N-woord voorkomt. Een witte studente zegt tegen haar zwarte docent dat ze niks over de tekst heeft te melden, maar dat zij het woord op bord ‘offensive’ vindt en er niet de hele tijd naar wil staren. ‘Hoezo’, vraagt Monk, ‘het is volgens mij correct gespeld, de laatste keer dat ik het controleerde had het nog steeds twee “g”s’. De studente loopt gepikeerd weg en Monk wordt de wacht aangezegd, ondanks de waardering voor hem als schrijver. Een collega wrijft hem nog in dat hijzelf sinds Monks laatste roman al drie boeken heeft gepubliceerd waarop Monk antwoordt: ‘Die zijn het levende bewijs dat goede dingen tijd nodig hebben.’

In een vloek en een zucht

Daarop krijgt hij een telefoontje van zijn agent. Een uitgever heeft Monks manuscript afgewezen, omdat hij zich afvraagt wat deze complexe herschrijving van The Persians te doen heeft met de ‘African-American experience’. Monk geeft als reactie dat hij zwart is en dat het zijn boek is – dus is het een ‘black book’. Hij voegt eraan toe dat hij niet in ras gelooft, maar zijn agent stelt: ‘The problem is that everyone else does.’ Monk moet door naar een boekenfestival, maar er is nauwelijks belangstelling voor zijn sessie. Hij krijgt te horen dat iedereen de sessie met de zwarte schrijfster Sintara Golden wil bijwonen over haar boek We’s lives in da ghetto. Zij is duidelijk middenklasse, maar heeft nu naar eigen zeggen een boek geschreven over ‘my people’. Het korte tekstfragment dat ze voorleest over een jong zwanger tienermeisje uit een achterstandswijk wordt als hartverwarmend onthaald door een wit publiek van hoger opgeleiden.

In deze eerste negen minuten is op economische wijze de bron van Monks frustratie geïntroduceerd. Men wil geen hoogwaardige en complexe literatuur van zwarte auteurs, maar romans waarbij onmiddellijk herkenbaar is dat de auteur wel zwart moet zijn. Uit boosheid schrijft Monk een tekst vol agressieve mannelijkheid en vermeende ghetto-straattaal. My Pafology noemt hij zijn manuscript dat hij in een vloek en een zucht heeft geschreven.

American Fiction 2023 1200B

Passend onbarmhartig slot

Het zal niet verbazen dat in deze satire iedereen aast op deze tekst, juist omdat die wemelt van de vooroordelen over zwarte mannen. Geschreven onder pseudoniem, gebruikt Monk zijn alias voor een nieuwe bio: hij heeft twaalf jaar in de gevangenis gezeten en omdat hij gezocht wordt, kan hij alleen geanonimiseerd interviews geven. Om zijn ‘bad-ass’ reputatie te versterken, eist hij dat het boek enkel mag worden uitgegeven met het F-woord als titel. Niet alles aan American Fiction is even geslaagd, maar veel wel, vooral ook de drie uiteenlopende eindes van de film die aan de ‘African-American experience’ uiteindelijk een wrange wending geven. De eerste afronding was te veel een open einde, de tweede was iets te zoetsappig, oordeelt de filmproducent, maar het derde slot is onbarmhartig, zoals past bij een fijne, vileine satire.

Culturele identiteit niet zomaar weg te spoelen

Bij Io Capitano wordt Seydou als de ‘ander’ op een al te utopische wijze vergeleken met ons, Europeanen. American Fiction toont wat er zo utopisch is aan Io Capitano: Monk wilde graag erkenning krijgen als een Amerikaanse schrijver zonder specifieke etniciteit, maar zijn omgeving laat niet toe dat hij zijn zwarte achtergrond verloochent. Of je wil of niet, zo suggereert American Fiction, culturele identiteit is niet zomaar weg te spoelen. Wellicht ondervinden migranten als Seydou en Moussa dat des te meer in een eventuele sequel, mochten ze eenmaal voet in Europa hebben gezet.

Getagd onder