Cultuur voor Het Volk
De Gemeente Nijmegen is bezig om een nieuw cultuurbeleid te formuleren voor de komende jaren. Na een rapport van onderzoeksbureau Blueyard, een debatavond in LUX en schriftelijke inspraak vanuit het culturele veld, verscheen er vlak voor de zomer de nota Groei Cultuurvisie Nijmegen 2020. In reactie hierop mochten tweeëntwintig sprekers op 4 september hun mening geven en was het op 11 september aan de raadsfracties om hun standpunten uiteen te zetten en vragen te stellen aan wethouder Noël Vergunst. Wat opviel: er werd bijzonder vaak gerept over ‘volkscultuur’.
Het is al jaren een trend in de politiek om het te hebben over ‘het volk’. We moeten meer naar ‘het volk’ luisteren. Zo ook in Nijmegen: verschillende raadsfracties gaven aan dat in de Cultuurvisie de volkscultuur ontbreekt. Waarom geen aandacht voor de carnavalsvereniging of het Nimweegs Soaptheater? Er wordt dan meteen aan toegevoegd dat we meer voor de gewone man of vrouw in de wijken moeten doen. En er worden, net als in het landelijke politieke klimaat, meteen uitersten tegenover elkaar gezet: de volksbuurt, waar men een voorkeur heeft voor Frans Duijts, soaps en schilderijen met huilende zigeunerkinderen, versus de elite die naar opera gaat, arthousefilms bekijkt en Nabokov leest.
Natuurlijk krijgen de ‘hogere kunsten’ in Nijmegen veel meer aandacht dan de zogenaamde volkscultuur. Niet heel verwonderlijk in een stad waar relatief veel hogeropgeleiden zijn dankzij de universiteit en de hogeschool. Maar wat veelal vergeten wordt, ook in de landelijke discussies, is dat er enerzijds een hele grote middenlaag is. Een groep die het liefst naar Ilse de Lange, Guus Meeuwis of Racoon luistert in plaats van de Oranje Top 30 óf Ornette Coleman. En anderzijds is er een grote groep, met name jongeren uit wijken zoals Dukenburg, die vooral geïnteresseerd is in urban arts: hiphop, streetdance en graffiti, en die naar Emporium of Matrixx in the Park gaan.
Er zijn heel veel mensen die participeren in cultuur in Nijmegen. En dan doel ik niet op de professionele gezelschappen en grotere organisaties, maar juist op de enorme hoeveelheid amateurs. Voor het rapport van Blueyard maakten we bij Ugenda een inventarisatie van iedereen die in het culturele veld actief is. We wisten als redactie wel al dat er heel veel amateurgezelschappen zijn, maar waren zelf toch ook verrast toen we alles op een rijtje hadden. Onder de ruim achthonderd culturele organisaties en individuen telden we 74 koren, 49 theater- en theatersport-gezelschappen, 11 fanfares, harmonieën en brassbands en 33 dansopleidingen, om er maar een paar uit te lichten. De Nijmegenaar, ‘het volk’, dat voor zijn of haar plezier en de sociale interactie wekelijks repeteert met het Gezelligheidskoor Dukenburgs Glorie, het Non Kozakkenkoor of Voces Caelestes. Dat gezellig meeblaast met de Harmonie Hatert of de Stefaantjes. Of dat op woensdagmiddag de kinderen naar jazzballet brengt en ’s avonds zelf naar salsalessen gaat.
En dat voor een paar optredens waar familie, vrienden en buurtgenoten op afkomen. Of om mee te kunnen toeteren in de jaarlijkse carnavalsoptocht. Reken nu maar eens uit hoeveel burgers hierbij actief en passief betrokken zijn.
Cultuur is niet zwart-wit, je kunt het niet delen in hogere en lagere cultuur. Cultuur is voor alle lagen in de bevolking. Laten we dat vooral koesteren en hier oog voor hebben. ‘Het Volk’ zijn we allemaal.