We moesten maar eens koffie drinken, met die Jozien Wijkhuijs
“We moeten eens koffie drinken is een boek over ondernemerschap, beleid en innovatie in de creatieve industrie”, zo legt de website uit. Maar wat is nou eigenlijk die creatieve industrie? Nijmegenaren Jozien Wijkhuijs (journalist van beroep) en Koen van Vliet (ondernemer en onderzoeker in de creatieve sector) spraken vijftien creatieve ondernemers en vijf wetenschappers in de hoop die vraag te beantwoorden. Afgelopen donderdag presenteerden zij de uitkomst van die gesprekken, het boek We moeten eens koffie drinken, in Boekhandel Van Piere in Eindhoven. Ugenda was erbij, en besloot dat er maar eens koffie gedronken moest worden. Aldus geschiedde, de volgende dag ontmoetten we een opgeluchte maar vooral opgewonden Jozien.
Hoe was het gister, Jozien?
Heel tof. En ook: heel bizar. Dat het nu allemaal echt is. De boekpresentatie zelf was ook een succes, ik hoorde van veel mensen dat de sprekers ze heel benieuwd maakten naar het boek zelf. Dat is toch wel de bedoeling van zo'n presentatie. Vaak is er bij zoiets alleen een officieel gedeelte, maar wij wilden juist dat de presentatie iets zou toevoegen aan het boek.
Op de boekpresentatie kwamen vijf geïnterviewden uit het boek iets vertellen over hoe zij onderdeel zijn van de creatieve industrie: twee wetenschappers, een designer, iemand die experimentele muziekinstrumenten bouwt en een cellist/consultant/dj/docent/manager.
Vertel eens, over dat boek. Hoe begint zoiets?
Eigenlijk met een biertje, en een praatje, op het Zomerkwartier. Koen en ik kwamen er daar achter dat we allebei heel erg geïnteresseerd zijn in die creatieve industrie, maar dat we er eigenlijk niet echt een duidelijke definitie van konden geven. We hoopten die definitie te kunnen vormen door te spreken met verschillenden mensen in en rondom de creatieve industrie. We waren in eerste instantie vooral geïnteresseerd in de tegenstelling tussen degenen die zich echt als autonome kunstenaars profileren en degenen die volgens ons helemaal aan de andere kant staan, gamedesigners bijvoorbeeld. De meer commerciele kunstenaars, achter wiens werk wat meer verdienmodel zit, bedoel ik. Hoe kan er nu een en hetzelfde beleid zijn voor twee zo uiteenlopende ambachten? We zijn toen begonnen met het interviewen van die uitersten, en daarna de gaten daartussenin gaan vullen. We spraken bijvoorbeeld iemand die muziekinstrumenten maakt, dat heeft natuurlijk wel een bepaalde marktwaarde, maar zijn instrumenten zijn dan weer zo extreem dat hij weer meer richting die autonome kunstenaar gaat. Zo hebben we ondernemers op verschillende punten van het commerciële spectrum van de creatieve industrie gezocht. Het oorspronkelijke plan was om alleen ondernemers te interviewen, maar gaandeweg kwamen we er achter dat wijzelf, en de lezer dan vast ook dachten we, behoefte hadden aan iets van duiding. We hebben toen besloten ook vijf wetenschappers te interviewen.
En toen zijn jullie gewoon begonnen?
Ja, we zijn toen gewoon gaan interviewen, we hadden ook geen lijstje met namen ofzo. Gaandeweg kwamen we bij verschillende mensen uit. Gelukkig viel niemand die we spraken tegen, er zaten geen gesprekken bij waar we niks mee konden.
En op een gegeven momenten dachten jullie, zo is het wel genoeg?
We hadden wel bedacht dat het twintig gesprekken zouden worden, zodat het haalbaar was in tijd en qua dikte van het boek. Het had ook te maken met het tomatenpapier: dat is best prijzig. Met twintig gesprekken kwamen we op 160 pagina's, en konden we duizend boeken laten drukken.
Het boek is in samenwerking met Schut Papier van kaft tot kaft gedrukt op tomatenvezelspapier. Dit geeft het boek niet alleen een heel mooi en bijzonder uiterlijk, maar het is ook heel duurzaam. Het boek is vervolgens door middel van crowdfunding tot stand gekomen.
We hadden anders nog eindeloos door kunnen gaan hoor, het onderwerp was ook echt nog wel lang interessant gebleven. Al had ik nu al, bij twintig interviews, dat ik op een gegeven moment dingen ging horen die ik al vaker gehoord had, dus misschien was dit wel precies genoeg. Zeker omdat je dit boek moet zien als een toevoeging aan de discussie, een eerste aanzet in het onderzoeksveld. Dit is maar één kant van het verhaal, we hadden ook nog beleidsmakers kunnen interviewen bijvoorbeeld. Maar dat had niet gepast bij dit boek. Misschien een volgend boek, daar heeft Koen het al de hele tijd over... Een beleidsboek zou wel een stuk minder kleurrijk zijn, denk ik. Het leuke aan dit boek is juist het aftastende karakter ervan, en het feit dat het zo leesbaar is: mijn ouders vinden het ook leuk om te lezen wat voor interessante dingen die kunstenaars allemaal doen. Zij halen dat eruit, en laten het politieke aspect een beetje liggen. Dat kan heel goed met dit boek, je haalt eruit wat jij boeiend vindt.
En toen, na vele uren interviewen en nog meer uren schrijven, was er een boek.
Uiteindelijk is het een boek geworden, omdat die vorm het beste bij de inhoud past. We hadden het steeds wel over 'het boek', maar ik ging er eigenlijk niet vanuit dat het ook echt een boek zou worden. Koen wel, die is veel praktischer in dat soort dingen. Op een gegeven moment ontmoette Koen de mensen van Schut Papier op een netwerkborrel, en ontstond het idee om het boek op duurzaam papier te drukken. Dat was een keerpunt voor mij, toen we dat hadden bedacht had ik echt het idee dat het klopte om er een boek van te maken.
Het ziet er heel mooi uit. Mooie foto's.
Ja, Sten Petersen, de fotograaf, is fantastisch. Het is echt een koffietafelboek geworden.
De vorm is wel wat experimenteel, hè?
Ja, de tekst loopt door elkaar. De tekst is in twee kleuren, blauw is ondernemers, rood is wetenschap. De pagina's zijn onderverdeeld in drie stroken, en de wetenschapsstrook 'wandelt' als het ware van kolom naar kolom, door de ondernemerstekst heen. Ik was wel even bang dat het daardoor een stuk minder leesbaar zou zijn – de uitgever schrok er in eerste instantie ook wel even van geloof ik. Jolijn Ceelen, de vormgeefster, ging helemaal los op het boek. Zij is geweldig, ik ben echt groot fan van haar werk. Een van de meest ongeremde creatieve mensen die ik ken. Uiteindelijk was de uitgever het er ook wel helemaal mee eens hoor, die experimentele vorm blijkt heel goed te werken.
En nu, wat is De Droom? Misschien wordt het boek wel opgepikt door het onderwijs...
Ja, dat zou mooi zijn. Het is niet echt een educatief boek, maar het zou wel zeker een conversation starter kunnen zijn. We hebben natuurlijk ook Martijn Stevens geïnterviewd, hoogleraar aan de Raboud Universiteit, die had het al over gastcolleges... De HKU heeft ons ook al gevraagd voor een gastcollege. Het boek biedt sowieso veel mogelijkheden voor lezingen enzo, rond dit thema kan je blijven uitweiden en steeds een ander onderdeel uit het boek pikken om het over te hebben. Wie weet wat de toekomst brengt.
Maar nu willen we allemaal een exemplaar van We moeten eens koffie drinken, voor op de koffietafel. Waar kopen we die?
Sowieso bij de boekhandels Dekker vd Vegt en Roelants in Nijmegen, bij de uitgeverij, bij onszelf... En we staan op Bol.com! Ik kon het niet laten om vanochtend even op mijn eigen naam te zoeken, en dan krijg je dus echt ons boek! Ik heb er meteen een screenshotje van gemaakt.
En dan een tweede druk op auberginepapier.
Ja, zoiets. Zou mooi zijn. Er is nu ook olifantengraspapier. Olifantengras is een plantje dat heel veel fijnstof opneemt, en het idee is dus om die langs de A15 te planten en dan daar papier van te maken. Dat lijkt me wel wat, voor een tweede druk. Of een volgend boek. Maar voorlopig niet hoor. Eerst maar eens dit boek een beetje promoten. Tot januari doe ik helemaal niks.
We moeten eens koffiedrinken is op verschillende plekken te koop voor €32,50. Meer informatie vind je hier.
Getagd onder
-
WatWe moeten eens koffiedrinken
-
WaarDiverse locaties
Lotte Wijfje
Kijkt, luistert, en geeft alles een kans. Veelvraat op cultureel gebied.