Skip to main content

Bart, over een jongen die verdween

| Jan Maurits Schouten | Woord
Bart, over een jongen die verdween
Foto: Jan Maurits Schouten

Kijk, dat is leuk: het fictiedebuut van Ap Dijksterhuis, 'een van de invloedrijkste psychologen van Nederland' staat op de achterflap. Bovendien Nijmegenaar. Bart. Over een bijzondere jongen. Dat zal toch wel iets bijzonders zijn?

Het genoegen de heer Dijksterhuis te ontmoeten heb ik (nog) niet mogen smaken. Toch had dat al heel lang geleden gekund, als ik het zo lees. De verteller in de novelle Bart, Lennie of Lenn genoemd, woont, net als de eigenlijke hoofdpersoon in het boek, Bart, in Leuvenheim. Wie dat niet kent denkt: 'goed verzonnen', maar dat plaatsje aan de doorgaande weg tussen Dieren en Zutphen bestaat dus echt. Ik wil er heel wat om verwedden dat Dijksterhuis hier ook vandaan komt, anders zou hij nooit op het idee komen daar wat dan ook te situeren. Al het gefiets langs de dijk door de jongelui - scholieren in dit boek - via Brummen, naar de grote stad Zutpen met de middelbare scholen, komt me heel bekend voor. Ik kom uit een ander dorp, een eindje de andere kant op van Brummen. Wij waren op Apeldoorn georiënteerd, maar ik had Brummense vrienden en fietste in die tijd (je was jong, je was sterk, je maalde er niet om) net zo makkelijk naar die stad aan de IJssel, bijvoorbeeld als er een feestje was.

Welkom in de kroeg

De handelingen in dit boek, dat zijn apotheose vindt op een schoolfeestje, spelen grofweg in de tijd van mijn jeugd. Het was in een tijd dat je als zeventienjarige in een kroeg gewoon een biertje kon bestellen. Wat zeg ik? Je kwam als scholier destijds gewoon kroegen in en je was er dan welkom. Je rookte ook overal, soms inderdaad een joint, gewoon in de kroeg. En natuurlijk ook op je kamer. Iedereen rookte. We draaiden bands als The Cure en Echo & The Bunnymen. En hoe ik mijn haar droeg (zelf geknipt en geschoren), dat is aan mijn kinderen moeilijk uit te leggen. Zoals Bart met een helft van zijn haar rood en de andere helft zwart toch door niemand raar wordt aangekeken.

Ja, ja, jeugdsentiment. Dijksterhuis en ik zijn dus streek- en tijdgenoten. Grappig. Bart is ondertussen geen erg goed boek. Van het grootste gedeelte van de tekst kun je je afvragen waarom het geschreven is. De hoofdrolspeler blijkt een charismatisch, slim en moedig jongmens te zijn, die allerlei dekselse streken uithaalt. Je waant je in Dik Trom en die kwam toch uit een nog véél oudere tijd. Het is natuurlijk allemaal bedoeld om te illustreren hoezeer de verteller tegen deze Bart opkijkt en van hem houdt, maar psychologisch steekt het allemaal niet diep. En dan gebeuren er allerlei heftige en akelige dingen en eindigen we in een magisch-realistische stijl. Bart als een Peter Pan op weg naar 'Never-everland'. Dat laatste maak ik er maar van. Dijksterhuis geeft weinig diepte of overdenking aan zijn verhandelingen mee.

Bestokende beelden?

Wat nog vreemder is: de benauwdheid die Len voelt als hij zijn vriend kwijt is, het gehaast en ongerust zoeken met een kans op groot onheil, daarvoor gebruikt de schrijver maar één metafoor, die van de hand die om de maag knelt. Nu zitten er natuurlijk diepe wijsheden verstopt in clichés en weet je pas dat 'koude rillingen' of 'trillende benen' echt bestaan als je het eens overkomen is. Maar van een psycholoog mag je toch verwachten dat het gevoelsleven wat genuanceerder en origineler beschreven wordt. Dit valt al op bij het begin. De eerste zinnen: 

's Morgens begint het. Meteen al. Na het ontwaken word ik bestookt door beelden.'

Wordt Len bestookt dóór beelden? Of mét beelden. Het laatste lijkt me, of er moeten in Leuvenheim beeldhouwwerken rondlopen met pijl en boog. Maar dan nog: ná het ontwaken? #hoedan? Ik zou die toestand wel eens willen zien: een wakend persoon die allerlei visuele impressies ontvangt. Wat overkomt Lenny nu precies? Zoals ze in de wetenschap zeggen: beschrijf eerst eens goed wat je ziet. Maar dat doet Dijksterhuis dus niet. Hij lijkt zich niet bewust van de momenten waarop hij door had kunnen pakken en van deze novelle een verhaal kunnen maken waarin hij zijn wijsheid met ons deelt.

In plaats daarvan is het een best wel spannend verhaal geworden dat je met zijn 143 pagina's voor een zomerboek nogal snel uit zal hebben. Het verhaal heeft een tamelijk open eind en bracht mij even terug naar een tijd en streek waarover (nog) bijster weinig geschreven is.

Getagd onder

  • Wat
    Novelle van Ap Dijksterhuis
  • Waar
    Uitgeverij Prometheus