Soulcrusher II: het was zwart in Doornroosje
Iets minder dan een jaar na de eerste editie, presenteert FortaRock zaterdag 7 oktober voor de tweede maal het festival waarbij black en doom metal centraal staan. Wat voor de buitenwereld vaak wordt gezien als onsamenhangend geschreeuw, is door een groot deel van de bands die vandaag hun opwachting maken bijna verheven tot een levenswijze. Ook de aanhangers steken hun liefde voor dit extreme muziekgenre niet onder stoelen of banken. Velen zijn te herkennen aan kleding waarop verschillende bandnamen onleesbaar staan afgedrukt. Maar hoe was het er nou? Ugenda ging kijken.
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: in het interview dat ik eerder had met Freek Koster van FortaRock/Doornroosje zei hij dat het doel was om een geslaagde dag te organiseren voor bezoekers, bands én personeel. Daar is hij, met zijn mensen, volledig in geslaagd.
Duisternis
Het festival begin zaterdag al vroeg. Om 13.30 uur gaat de deur open en om 14.00 uur dient de eerste band zich al aan. En direct wordt duidelijk dat Doornroosje de rest van de dag in duisternis gehuld zal zijn, hoe licht het buiten ook nog is. Het spits wordt afgebeten door de Tsjechische band Inferno, vijf onherkenbare jongens die hel en verdoemenis prediken in teksten die bol staan van satanisme, occultisme en haat. De leden van de band hebben tot de verbeelding sprekende namen als Adramelech (zanger), Ska-Gul (gitarist) en Sarapis (drummer). Bovendien is, zoals redelijk normaal is in de black metal, Adramelech gekostumeerd. In het geval van Inferno zien we een zichtbaar getormenteerde, ietwat voorovergebogen man op het podium staan, op zijn blote voeten. De grunts die hij uitstoot bevatten bijna tastbaar de walging, haat en afschuw die deze man in zich heeft. Ze spelen een half uur en opvallend is dat het klinkt alsof ze één langgerekt nummer brengen. Van een pauze is geen sprake. Waar wel sprake van is, is een goed begin.
Voor dit feestje worden beide zalen van Doornroosje om en om gebruikt voor optredens. Veel bezoekers verplaatsen zich dus telkens van de ene naar de andere zaal. Nadat de mannen van Inferno in de grote, rode, zaal zichzelf waarschijnlijk verhangen hebben, begeeft het publiek – opvallend veel mensen zijn er al op dit toch wel vroege tijdstip – zich naar de kleine, paarse, zaal voor een optreden van Galg. Ik spreek Rik en Dirk-Jan: “De drummer van Galg woont bij ons in de buurt. Zij komen uit Nijmegen. Wij dus ook. Wel gaaf dat zij hier spelen. Wij komen zelf voor Mayhem, die vanavond spelen, maar wij wilden onze buurjongen ook wel eens zien optreden.” Naderhand zie ik ze weer. Rik: “Dat was best teleurstellend.” De vrouw die naast mij staat in de zaal, zal het hardvochtig met Rik oneens zijn geweest. Ze staat namelijk het grootste deel van het optreden met haar ogen dicht te genieten van de noise die het trio voortbrengt.
Usnea
In de paarse zaal treedt het Amerikaanse viertal Usnea aan. Vorige maand hebben ze een nieuw album uitgebracht, Portals Into Futility, die zich kenmerkt door erg lange nummers, tot negentien minuten aan toe. Op het podium klinken de funeral/doom metalnummers net zo deprimerend en duister. De grunts van Joel Williams klinken net zo laag als zijn basgitaar gestemd is en vallen, mede daarom, ietwat weg tegen de muziek. Gitarist Justin Cory is ietwat beter verstaanbaar, maar Usnea moet het vooral hebben van de akelige sfeer die door hun muziek wordt opgeroepen.
De tweede band van die het podium van de rode zaal onveilig komt maken, komt uit Tilburg: Ulsect. Het is de eerste band van vandaag waarvan ik zelf erg gelukkig word. De band stond hier enkele maanden terug ook al op FortaRock in the City en bestaat voor een deel uit leden van een band die straks ook zal spelen; Dodecahedron. De technical death metal die de heren brengen, is heerlijk strak en een afwisseling op de dood en verderf die tot op heden is uitgestort. Blijkbaar zijn meer mensen mijn mening toegedaan. Ulsect trekt zoveel publiek dat het lijkt alsof de kleine zaal van Roosje vol zit en het is de eerste band die meer applaus krijgt dan van vijf verdwaalde klappers.
De tekst gaat verder onder de foto
Ulsect (c) Bernard Bodt
Opmaat naar een satanische kerkdienst
Soulcrusher II kent een fijne programmering waarvan min of meer gezegd kan worden dat de bands allemaal een opmaat vormen naar het optreden van headliner Mayem. Het Zweedse trio Monolord is een van de bands waarbij er eerder gezongen wordt dan geschreeuwd c.q. noise voortgebracht. Geen uitzonderlijk goeie band, maar zeker niet slecht.
De black metal van vijf Fransmannen van Déluge wordt zowaar begeleid met een choreografie, waarbij de heren op hetzelfde moment omdraaien, voor- of achteruit lopen, en rustposities innemen als de leadgitarist zijn zoveelste solo speelt. Jammer echter dat er zoveel stiltes tussen de nummers vallen, die de snelheid uit het optreden halen. De stiltes worden opgevuld met geluid van flinke regenbuien (ergo de naam Déluge).
De drie Engelse doom metalgasten van Conan verschillen in die zin van hun collega’s dat zij meer zingen over vikingen en veldslagen dan over “ik wil dood” en “wat is mijn leven toch een hel”. Tegelijkertijd zijn ze vergelijkbaar in hun lage, diepe, donkere muziek, gepaard gaand met grunting en noise. Uiteindelijk wekt het de indruk dat zanger Jon Davis vooral heel erg schreeuwt om hulp.
Feest der herkenning
Het optreden van Dodecahedron is bijna een feest der herkenning. Niet alleen hebben we drummer Jasper Barendregt en gitarist Joris Bonis vandaag al eerder gezien als leden van Ulsect, maar zanger Michiel Eikenaar sloot de vorige editie van Soulcrusher af als zanger van Nihill. Tilburg represent! Het optreden van Dodecahedron kenmerkt zich door lage, donkere bastonen die door je hele lijf trillen, gepaard gaand met stukken van complete chaos en af en toe gestructureerde samenwerking.
De doom metal van Ufomammut kenmerkt zich, in elk geval in het begin van hun optreden, door een keur aan tempowisselingen. De show beperkt zich tot een paar spots en de projectie van onheilspellende beelden achter de drummer; beelden die de donkere muziek krachtig ondersteunen. In de nummers worden veel riffs herhaald, maar als de riffs goed zijn, zoals hier, is herhaling niet erg.
Het optreden van Celeste wordt vooral gekenmerkt door de show. Of beter: het gebrek daaraan. De bandleden hebben rode lampjes op hun hoofd waarmee ze het publiek in schijnen, zo nu en dan knalt er een grote schijnwerper aan achter de drummer en regelmatig brandt de stroboscoop. Verder niets. De duisternis in de zaal en op het podium komen trouwens de onheilspellende muziek wel ten goede.
Mayhem
Dan is het tijd voor de headliner vanavond, de band waarvoor menig bezoeker vandaag is gekomen. Een spektakel. Niet alleen omdat ze aan de basis staan van de black metal of omdat ze vandaag integraal hun iconische album De Mysteriis Dom Sathanas (Over de mysteriën van Heer Satan) spelen, maar ook omdat het optreden aandoet als een kerkdienst. Weliswaar een hele zwarte, satanische kerkdienst, maar toch… De rode zaal van Doornroosje is vol (met uitzondering van het afgesloten balkon). Het publiek is er getuige van hoe de bandleden, uitgedost in lange pijen en met beschilderde gezichten hun strakke muziek brengen, vergezeld van een performance die het meeste weg heeft van een toneelstuk. Zanger Atilla Csihar aanbidt het satanskruis, zoent met een doodshoofd, zwaait met een wierookvat en goochelt met zijn handen boven de vlammen van de kaarsen die prijken op zijn altaar. Een leuk schouwspel en een goeie band!
Hoewel Soulcrusher II de nacht in gaat met nóg drie optredens, vind ik het na ruim tien uren welletjes geweest. Ik ga de ontstane zelfmoordneigingen neutraliseren door even naar mijn slapende kindjes te kijken.
Getagd onder
-
WatSoulcrusher II
-
WaarDoornroosje
-
Wanneerzaterdag 7 oktober 2017