Vos in het Konijnenhol - DTRH festivaldag 2
Drie dagen in het jaar is Nijmegen een stukje minder hip. Fans van moderne popmuziek zijn dan namelijk een paar kilometer verderop te vinden, in recreatiepark De Groene Heuvels bij Ewijk. Festival Down the Rabbit Hole (DTRH) is al enkele jaren een begrip. En, voor Ugenda, een vaste prik. Redacteur Ruud Vos probeert de festival vibe te vangen. Dag zwei.
Ergens na de tweede kop koffie beginnen mijn brein en lichaam weer een beetje synchroon te lopen. Een goedkope koepeltent en de zon zijn gecombineerd een onverbiddelijke wekker, maar dat wil nog niet zeggen dat je er echt wákker van wordt. Ik was als eerste op en zag een voor een de tenten van mijn vrienden openritsen. Hebben zij wel goed geslapen of zijn we allemaal festivalzombies? Sommige mensen gaan naar dit soort evenementen voor het campinggevoel. Deze gedeelde vrolijke verveling heeft zeker tegen dag twee ook wel wat. De krentenbol smaakt er net wat minder klef door en flauwe grapjes zijn net wat leuker, want het is alles wat we hebben.
Het is toch prettig dat een van mijn goede vrienden denkt dat je camping met G-L spelt. Hij tovert uit zijn grote tas vol ingrediënten alle benodigdheden voor een hele batch pannenkoeken met spek en kaas. Maar ook heeft hij knoflook, uien en allerlei specerijen, want morgenochtend staan er ‘scrumbled eggs’ (sic) op het programma. Om de beurt vertrekt er iemand naar de toilet- en opfristent, wat de grenzen doet vervagen tussen een campingontbijt en een stoelendans. Langzaamaan worden agenda’s naast elkaar gelegd en gezamenlijke plannen gesmeed die gedoemd zijn anders uit te pakken. Pas op het einde van de dag zijn we weer allemaal samen.

© Joris Moore
We beginnen vroeger vandaag. Om half één staat de Teddy Widder-tent al opvallend volgepakt met de zombiehorde, die wacht op Ry X. Stipt stapt hij begeleid door aanhoudende synthesizertonen de bühne op, deze verschijning die moeilijk anders te typeren valt dan als Australische George Michael. De baard is wat dikker en hij draagt een Aussie-hoed, maar de pilotenzonnebril en outfit doen het hem. Muzikaal valt zijn stijl beter te typeren als het snijvlak waar Sigur Rós en Fleet Foxes samenkomen. De gelaagde samenzang klinkt nog lekker slaperig en een tikkeltje zoet, met een fijne opeenstapeling van ‘woehoehoes’. Dit is een act om er goed in te komen. Na de eerste twee liedjes zijn we al twintig minuten verder, en tegen het einde pas introduceert Ry X een beat. Het werkt: de horde deint lekker mee, en het publiek begint wat meer te lijken op een woelende zee.
Uit de droom
Niet veel na deze openingsshow krijg ik via WhatsApp wat mee van de eerste festivalpaniek die is toegeslagen. Wat er is gebeurd: terwijl er een rosétje voor haar wordt gehaald, is mijn vriendin in haar tas op zoek gegaan naar haar muntjes om terug te betalen. Geen muntjes. Ook geen portemonnee. Via de diverse app-groepen, want natuurlijk zijn er meer dan een, wordt er uitgebreide rondvraag gedaan. Ze moet Maribou State maar skippen, en het bekertje rosé vindt geen gelukkige afnemer. Uiteraard blijkt de portemonnee gelukkig nog in de tent te liggen. Een heel avontuur om op afstand mee te maken. Intussen pakken donkere wolken zich langzaam samen, keldert de temperatuur en hangt er een dreiging in de lucht.
Mount Kawasi
Zonder enig idee wat ik ervan moet verwachten stap ik rond half vijf de Teddy Widder opnieuw binnen. De zaterdag heb ik weinig voorkeuren op mijn lijstje, en het is mijn festivalplicht om me te laten verrassen. Ik heb nog geen voorstelling bij de naam Kamasi Washington, maar zodra hij oploopt is het volkomen logisch dat dit is hoe het eruit had moeten zien. Zelf staat Washington als een imposante verschijning vooraan in het midden, een berg van een man van wie het lastig te zeggen is wat groter is: zijn kapsel of zijn saxofoon. De afro-trompetten en de gulzige baslijn brengen de swing in de tent. Leuk detail: de trombonist heeft nú al een Fuuki-T-shirt bemachtigd. Als alle instrumenten aanzwellen, zoemt het. Washington zelf speelt met zijn hele lichaam; alle ledematen pompen mee, en zelfs afgeknepen klanken laat hij mooi klinken. Dit is van die muziek die ik thuis niet luister, maar die op een festival des te toffer is.

Balthazar - © Joris Moore
Regen maakt alles kapot. Tijdens het eten van een broodje hete kip klonk Balthazar op het hoofdpodium als prima achtergrondgeluid voor mijn malende kaken, maar bij het vallen van de eerste druppels is mijn aandacht volledig weg. Het is veel leuker om te zien hoe elk overdekt hoekje en gaatje dichtslibt met hoopjes mens. Zelfs onder de trap naar het lounge-tentje van Hendrick’s Gin en onder tentzeilen aan de zijkant van een foodtruck zitten schuilers. Zelf proberen we het even met vier man onder één miniparapluutje. Maar er komt een tijd van acceptatie: poncho’s zijn de enige optie, want het plenst flink. Bij de eerste bar zijn ze al op, maar later staan we toch netjes in plastic verpakt bij het volgende eettentje.
Huisband
Zelfs als je nooit naar hiphop luistert, kun je goed terecht bij The Roots. Zij hebben de twijfelachtige eer om de aanhoudende motregen bij hoofdpodium Hotot verder op te leuken. De huisband van Jimmy Fallon bestaat uit veel losse onderdelen die allemaal uitblinken op hun respectievelijke instrumenten. Al bij de eerste song is er een uitvoerige bassolo, waarbij er onbevattelijk wordt geslapt. Het blijft raar om bij een rapconcert zo’n wit publiek te zien, maar dit zijn The Roots. Dit is niet de uitlaatklep van boos zwart Amerika, maar een feestje. Ze zijn genre-overschrijdend en hoe meer soul erin komt, hoe beter het wordt.

The Roots - © Joris Moore
Tussendoor zijn er allerlei muzikale verrassingen, zoals een klassieke rapmedley en zelfs een hele maat uit My Favourite Things. Ja, die van The Sound of Music. Van drummer en frontman Questlove ben ik gewend dat hij wat spraakzamer is, maar misschien kijk ik te veel talkshows en muziekdocumentaires. Laat hem maar lekker relaxed op zijn drumtroon de beat aangeven.
Hierna wordt de poncho party voor de Hotot voortgezet door de heren en dame van Vampire Weekend. Het is een hele hoop vrolijkheid met een flinke scheut afro-pop erin gemixt. Met zulke fleurige outfits, die schatplichtig zijn aan videoclips uit de jaren tachtig, is het onmogelijk om niet vrolijk te worden. En je zou bijna denken dat ze hoogstpersoonlijk de lucht weer richting een opklaring weten te bezweren, zo vlak voor zonsondergang. Als zanger Ezra Koenig hoge tonen aanhaalt, doorboren ze mijn oordopjes bijna. Het is jammer, maar ik moet eerder weg. Want: Thom Yorke.
Dansende sardientjes
Ik was even bang dat de binnenkant van mijn rugzak een natte zooi was geworden. Maar gelukkig heeft mijn leesboek het meeste vocht geabsorbeerd. En een beetje mysterie in het leven kan geen kwaad: ik zal me nu voorgoed afvragen hoe het verhaal eindigt. Het is even wachten bij een informatiestand bovenop de heuvel buiten Teddy Widder, maar zodra het gezelschap compleet is, beginnen we de expeditie naar een zo goed mogelijk plekje.

Vampire Weekend - © Joris Moore
Misschien heeft de organisatie een klein beetje onderschat hoeveel mensen er op Thom Yorke afkomen; misschien is het ingecalculeerd. Maar ruim voor het optreden is iedereen al opeengepakt en is het moeilijk een plekje vinden waar je niet langs langere mensen op moet kijken. Het solo-optreden van de Radiohead-frontman levert wat het belooft. Met atypische en hypnotische ritmes bezweert hij het publiek en als een schaduwachtige sjamaan huppelt en danst hij voorbij.
Het is lastig om je vinger er precies op te leggen, maar wat Yorke maakt raakt je. Op een heel basic ritmisch niveau trekt het zelfs mij met gemak over de streep om te dansen. En met mij veel anderen. We staan opeengepakt als sardientjes, maar we bewegen allemaal mee. Ook moet gezegd worden; bij geen enkele show smelten de muziek en de visuals zo goed samen als hier. En da’s maar goed ook, want zelfs op de zeldzame momenten van goed zicht blijft de zanger vooral een silhouet dat danst als een mallotig elfje.
Er is er een…
Mijn afgetrapte gympen hebben de regenbui maar amper doorstaan. Gaten zijn nog wijder, de zolen bieden alleen nog maar bescherming tegen een minimale oneffenheid in de bodem. Het is de vraag wie mijn voeten het eerst naar de verdoemenis helpt: de regen die van boven naar binnen sijpelt, of de vuiligheid die van onder in alle gaten en rimpels kruipt.
Eigenlijk heb ik al zin om mijn tentje in te kruipen, maar de rest gaat nog naar Underworld. Vooruit, laat ik meegaan. Gelukkig maar, want voor het eerst op de dag is er een volledige reünie van de campingontbijtploeg van de ochtend. Het is vooral een gezellige ontmoeting bij de heuvelwand, vooral als er vlak na twaalven wordt gezongen voor de jarige Janneke. Er wordt nog wat bier gehaald en friet naar binnen gewerkt. Ik dans nog wel wat op Underworld, maar eigenlijk denk ik aan Thom Yorke.
Lees ook Vos in het Konijnenhol - DTRH festivaldag 1
Lees ook Vos in het Konijnenhol - DTRH festivaldag 3

© Joris Moore
Getagd onder
-
WatDown the Rabbit Hole
-
WaarGroene Heuvels, Ewijk
-
WanneerZaterdag 6 juli
-
Website