Skip to main content

Vos in het Konijnenhol - DTRH festivaldag 1

| Ruud Vos | Evenement
Vos in het Konijnenhol - DTRH festivaldag 1
Submens Vos hoelahoept | Foto: Joris Moore

Drie dagen in het jaar is Nijmegen een stukje minder hip. Fans van moderne popmuziek zijn dan namelijk een paar kilometer verderop te vinden, in recreatiepark De Groene Heuvels bij Ewijk. Festival Down the Rabbit Hole (DTRH) is al enkele jaren een begrip. En, voor Ugenda, een vaste prik. Redacteur Ruud Vos probeert de festival vibe te vangen. Dag uno.

De eerste dag begint en eindigt met spijt. Zelfs op halve sterkte brandt de zon ons de tent uit. Festivalcampings, en campings in het algemeen, staan niet bepaald bekend om de beste slaapervaring. Als je een matras uitkiest, vraag je de verkoper nooit: ‘Maar slaapt het zo lekker als een tent?’ Verkreukeld en murw vraag ik me dan ook af waar ik weer aan begonnen ben. Totdat mijn vriendin naast me staat met een beker koffie - gehaald van geleende munten, omdat we op de donderdag nog niet hadden bedacht dat we die nodig zouden hebben. Ze kent me zo goed.

Submensen

De spijt begint op te lossen in campinggevoel wanneer een brandend gaspitje van een vriend me ook nog een gebakken ei belooft. Ik ga mijn inventaris af. Tanden poetsen, ja. Mezelf wassen, minimaal. Douchen, ben je gek, kost een muntje. Dit soort dagen zijn voor ons allemaal bedoeld om te degraderen tot zweterige submensen, althans in vorm. Niemand ruikt het. We stinken allemaal en onze neuzen zitten vol stof.

413EE89D 279C 4393 A395 F3A0E9D314F8

© Ruud Vos

Mijn eerste trip naar het festivalterrein begint solo. Om 13.00 uur heb ik bij een koffietent afgesproken met fotograaf Joris. Onderweg bedenk ik dat ik mijn programmaboekje ben vergeten. Even langs de entreetent, nieuwe bietsen. Eenmaal binnen spot ik, geheel naar verwachting, een lange rij bij de allereerste koffietent op de hoek. Maar de koffieboot op het Idyllisch Veldje biedt wel hoop op een snelle bak. Op dit soort momenten merk je dat je na drie jaar een festival best goed leert kennen. Ik ben vroeg, dus tot Joris er is ga ik even hoelahoepen. Ook submensen moeten blijven bewegen.

Rattlesnake

De eerste act is iets waaraan we om half drie toekomen. Frank Carter & The Rattlesnakes pompt een hele lading kinetische energie de Fuzzy Lop-tent in. In de stampensvolle tent is het even door de dansende menigte wurmen voor ik weer bekenden tegenkom. Maar als ik dan mijn aandacht op de denderende gitaren richt, blijf ik toch vooral stationair. Doe effe normaal, dit is te vroeg te veel. De eerste crowdsurfers pikken opvallend genoeg een van de rustigste nummers uit om hun ding te doen. Daarna is iedereen weer te druk met springen. En om vast te stellen dat er iets ritmisch aan de gang is, klapt het publiek tussendoor ‘begeistert’ mee. 

Ook de snerpende Frank Carter, die zijn strakke Hawaii-blouse heeft verruild voor zijn getatoeëerde bast, doet veel om de publieksparticipatie hoog te houden. “Ik wil een extreme cirkelpit, hier links de tent uit en dan eromheen en rechts de tent weer in!”, roept hij. “Als Roskilde het kan, dan jullie ook!” Het is de enige keer dat ik meedoe. De cirkel is te groot om weer terug in de tent te komen en we eindigen achterin. Bedankt hè, Frank. De meesten om me heen springen en dansen wel tot het zweet van ze afdruipt, dus Carter is duidelijk een uitstekende opener. Zelf hoopte ik dan wat meer verrast te worden. Dat gebeurt helaas niet.

De laagte in

Na onze opener begint de festivaldans, van proberen met andere vrienden te meeten en allebei drie keer om hetzelfde punt heen cirkelen voor je elkaar vindt. Frank Carter had het niet beter kunnen orkestreren. Maar dan vind ik eindelijk Steven Morgan, vriend van onze podcast Duimpjeworstelen, die me heeft gerekruteerd om op de vroege avond bij een video-interview te helpen. Steven gaat als zijn alter ego Nigel America naar de Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever, en ik mag in een klein rolletje figureren. Maar dat is later pas, eerst tikken we samen een tweede biertje achterover tijdens het optreden van Low, wederom in de Fuzzy Lop.

Low doet wat de bandnaam zegt: lo-fi, extreem langzaam en heel sferisch opbouwend. Muzikaal gezien blijkt dit achteraf mijn hoogtepunt van de dag. Elke losse noot klinkt extreem op zijn plek. De liedjes zijn extreem melodieus, maar je moet er wel alle geduld voor hebben om de hele melodie mee te krijgen. Sommige songs klinken alsof ze op de soundtrack van een David Lynch-film passen, door de nachtmerrieachtige lage grumble en de trage opbouw. Het heeft iets dromerigs. Op een gegeven moment zie ik cultuurwethouder Noël Vergunst voor me voorbijschieten. Gaat hij weg of zoekt hij een beter plekje? Je vraagt je bij sommige nummers van Low af of ze, als je ze versnelt, zouden klinken als een ‘normaal’ liedje. Hoe dan ook is het de meest immersieve ervaring van dag 1.

‘Percy’

Steven was al wat eerder weg bij het optreden, om zich om te turnen tot Nigel. Onderweg naar onze ontmoetingsplek, de backstage naast hoofdpodium Hotot, verwissel ik snel mijn shirt en doe ik mijn lelijke gele zwembroek aan. Aldaar komen Steve en cameraman/hoofdredacteur van All Things Loud, Jack, net aanlopen. Het is nog even de vraag of ik überhaupt naar binnen mag, want de zegen van de DTRH-mensen laat nog even op zich wachten. Ondertussen krijg ik mijn instructies: als tweede cameraman Percy moet ik doen alsof alles wat langs me heen gaat, omdat ik me compleet níet voor alles interesseer. Ook is het de bedoeling dat ik meermaals ‘per ongeluk’ het shot in beweeg, om het geheel extra belachelijk te maken.

Jack moet nog even terug om een plaatje voor zijn camerastatief te halen. Hier zit Steven niet helemaal op te wachten, want het betekent dat hij als de iets te goedgemutste Nigel al een lang praatje moet maken met de band voordat het interview begint. Hoe onvoorbereider zij het gesprek in gaan, hoe beter. Terwijl ik mijn meest onaanwezige zelf probeer te zijn, begint een bandlid tegen mij te praten. Ik reageer met dommige vragen terug, alsof het langs me heen gaat wat hij vraagt. We krijgen nog even een glas wodka-appelsap van een van de bandleden. Ja, daar reageert zelfs Percy niet ongeïnteresseerd op. En dan komt Jack gelukkig terug.

IMG 7703

'O my god, I can't wait to see Neneh Cherry' - © Ruud Vos

Tijdens de opnames zelf richt ik een handycam op de band, maar geef ik verder amper blijk van de aanwezigheid van anderen in de kamer. Ik leg ongepast mijn voeten op de bankleuning van Nigel, totdat Jack me gebaart ze weg te halen, en voor het effect doe ik in mijn filmwerk ook af en toe alsof de camera wegzakt van het interview en weer naar het juiste shot moet worden getrokken. Een keer val ik Nigel in de rede. Mijn verbetering is best pienter, maar vooral ongepast en pedant. Vanbinnen high-five ik mezelf. En dan ga ik tijdens het filmen met mijn andere hand een selfie nemen, van mezelf met (Steven en) de band. Net na half zeven tik ik hem weer op de schouder. “Wat is er, Percy?” vraagt hij me. En ik antwoord: “Is het goed als ik nu naar Neneh Cherry ga kijken?” Lekker geïrriteerd stuurt hij me de kamer uit, terwijl de leden van Rolling Blackouts Coastal Fever me half geamuseerd, half verbijsterd aankijkt en Jack zijn lach staat in te houden.

Buffalo Stance

Een kwartier na aanvang waggel ik inderdaad binnen bij de Teddy Widder-tent, het tweede podium van DTRH, waar Neneh Cherry haar nieuwere r&b-muziek doorwerkt. Alleen al in een oversized wit slaap-T-shirt en wielrenbroekje heeft ze meer stijl dan de gemiddelde zangeres in een couture van Versace. Met veel reverbs en herhalingen is ze vooral per lied bezig met de boel langzaam te laten opzwellen. De dikke baslijn en Cherry’s furieuze zang met een zoet randje grijpen de aandacht en houden die stevig vast. 

De intro van haar oudere hit Woman klinkt vervolgens lekker archaïsch vergeleken met de rest. Het lied brengt ze niet extreem spectaculair, maar het publiek smult. Met vervolgens 7 Seconds is dit even het nostalgieblokje. En hierna druipt stiekem ook best een deel van het publiek af. Zij moeten de swingende steeldrums missen die er nu worden bijgehaald. Maar zij die blijven, krijgen op het eind ook nog even Cherry’s doorbraaknummer Buffalo Stance mee. In een geüpdatet jasje, waarin oude en nieuwe klanken wat gemixt zijn. De zangeres wordt terecht beloond met een lang aanhoudend applaus.

dEUS Staat

De festivaltrein dendert door. Helaas heb ik nu ook het begin van dEUS moeten missen. De beste band van België brengt op het hoofdpodium zijn jubilerende album The Ideal Crash ten gehore. De lekker overenthousiaste drum onder de mellow zangklanken van Tom Barman trekt me er al snel helemaal in. Muzikaal gebeuren er genoeg spannende dingen, maar de stem klinkt vooral als een warme omhelzing van een goede vriend. En ineens staan er dansers op podium. Met vrij modern aandoende bewegingen ondersteunen ze dEUS prachtig, een waarvan zich het best laat omschrijven als ‘herhaaldelijk op het ritme extreem broek omlaag trekken’. Elke zin klinkt alsof-ie een omweg neemt en elk ommetje voelt relaxed.

IMG 7715

Torre Florim shinet op zijn catwalk © Ruud Vos

Na een gulzige hap ramen gaan we gauw terug naar de plankenvloer voor hoofdpodium Hotot, want vrienden hebben een plekje vooraan bij De Staat bemachtigd. Nu sta ik het verst naar voren bij de band waar ik het minst op zit te wachten. Op papier zou ik De Staat erg goed moeten vinden, maar op een af andere manier raakt het me niet. Ik zie en hoor wat er goed aan is; zanger Torre Florims permanente frons is zo enigmatisch als altijd, en hij blijft een uitstekende spreekstalmeester, de muziek is dansbaar als altijd. Maar ik voel er weinig bij. Alle afzonderlijke riedeltjes die elkaar in een muziekstuk horen te complementeren willen in mijn hoofd maar niet samensmelten tot een geheel. Om me heen kijkend is duidelijk dat het toch echt vooral aan mij ligt, en ik moet me door een pit wurmen om voortijdig weg te gaan. Ik wil graag op tijd te zijn voor Grace Jones.

Penisnijd

Zij heeft blijkbaar minder behoefte om op tijd te komen. Grace Jones laat de Teddy Widder-tent een halfuur op zich wachten. Als de reputatie van de funky diva klopt, voorspelt dit weinig goeds over haar gemoedstoestand op het podium. Een deel van het publiek heeft geen zin om te wachten, maar dan valt het opgespannen doek, om het podium bloot te geven met bovenop een stellage een heerlijk flamboyante Grace Jones. Corset, stringetje, gouden skelettenmasker op haar beschilderde gezicht en verder gehuld in een grote vuilniszakachtige cape. Boven een ventilator. Dat trekt de aandacht wel. Tussen alle nummers gaat ze ook steeds het podium af om van kostuum te wisselen, maar ze blijft tegen het publiek praten. Zo geeft ze een excuus waarom ze te laat was: “Ik was verdwaald. Hoe kun je nu verdwalen op zo’n kleine plek?”

Ze blijft een koningin van shock. “Ik heb vannacht gedroomd van een enorme pik”, lacht ze het publiek off stage toe. “Hij was doorzichtig, maar eigenlijk is dit te privé om over te praten.” Ze heeft ook lol om de hoeveelheid bananen die ze tussen de liederen door eet om op kracht te blijven. Tijdens My Jamaican Guy staat ze met Egyptisch uitziende hoofdtooi en een enorme voorbinddildo te dansen, waarna ze speels vraagt waarom we zo beduusd deden. “Hadden jullie penisnijd?” Voor Pull Up to the Bumper heeft ze ook een paaldanser; een erg gespierde man die net zo is opgeschilderd als haar eigen gezicht en schouders, maar dan over zijn hele lijf. En Slave to the Rhythm doet ze geheel hoelahoepend en zingend tegelijk. Dit was het wachten toch wel waard. De beste show van de dag.

Spijt 2.0

Het laatste halfuurtje van Editors kan ik nog meepikken, maar wel vanaf een heuvel achterin. Dus eigenlijk krijg ik er helemaal niet meer zo veel van mee. Meer van twee oude mannenreten, van een duo dat eigenlijk te fan is van de band om hier achterin te leuren. Maar als ik Editors beter had willen zien, was ik ook wel gaan verzitten. Er schijnt vuurwerk te zijn geweest.

Na Editors is het gauw even een frietje eten en dan klaarmaken voor de goede nachtrust. Morgen is weer een lange dag. Maar een uur later moet ik mijn nest weer uit. Godver, had ik maar niet net voor het slapen gaan een blikje bier naar binnen gegoten. Je weet pas wat resultaten van slechte beslissingen zijn als je met een slaaphoofd op blote voeten door de dauw naar een festivalplee strompelt.

Lees ook Vos in het Konijnenhol - DTRH festivaldag 2
Lees ook Vos in het Konijnenhol - DTRH festivaldag 3

P1100932 kopie

© Jana van Doremalen

Getagd onder


Deel dit artikel