De muzikale inspiratie van Patch the Sky
Patch the Sky is is een van de 'residents' van De Basis. De band speelt beeldende, sfeervolle en dynamische rock met een vleugje 70s prog, 80s wave en 90s alternative, dat omlijst wordt door video's. De band bestaat uit Sander Ummelen (zang), Sjef Poels (gitaar), Steve Merlin (bass/synths), Roel Bos (drums) en Jeroen Bevers (video art). Eind vorig jaar verscheen hun debut EP Hold on Tight. Binnenkort brengt de band een nieuwe video uit voor de single Even Stars.

Bij het horen van welke plaat / artiest / componist besloten je muzikant te worden?
Roel: Mijn vader is drummer, hij zette me op mijn 5e al achter het drumstel. Ik weet nog goed dat ik vroeger niks anders wilde doen. In het nachtkastje van mijn vader lagen zijn cassettebandjes, als ik muziek wilde luisteren pakte ik er altijd dezelfde tape uit: Toto’s Greatest Hits. Het nummer Rosanna met die legendarische shuffle beat, inspireert mij tot de dag van vandaag en gebruik ik vaak om warm te spelen.
Jeroen: Ik denk dat bij Public Enemy’s It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back voor mij muzikaal het kwartje viel. Lompe samples, hele zieke beats, sirenes en die bizarre combo Chuck D en Flavor Flav. Ik word nog steeds bijna bang als ik naar bijvoorbeeld Black Steel in the Hour of Chaos luister. Rauw, kleurrijk en vol contrast.
Steve: De '60s en '70s mixtapes van mijn vader hebben zeker de wortels gelegd, maar ook bijvoorbeeld het live-dubbelalbum The Thieving Magpie van Marillion. De karakteristieke synthesizers en de fantastische drumpartijen maakten de sfeer op dat album, hoor ik nu achteraf, maar ik was destijds vooral onder de indruk van het gitaarspel en de solo's van Steven Rothery.
Sander: Teveel om op te noemen, ik wilde vooral net als alle andere toffe bands op MTV het podium op!
Welke plaat / artiest is van grote invloed geweest tijdens je carrière?
Steve: Eind jaren '90 pakte ik de basgitaar op in een grunge-band. In die tijd begon Rush mij steeds meer te fascineren: zowel de punchy bas van Geddy Lee als de bizarre gitaarsolo's van Alex Lifeson versus gitaarpartijen die compleet in dienst staan van een nummer. En natuurlijk de buitenaardse drums van Neil Peart.
Sjef: Ik kies voor The Queen is Dead van The Smiths. Vroeger moest muziek voor mij vooral hard en snel zijn, maar later ontdekte ik dat ik in veel meer muziekstijlen hetzelfde gevoel en dezelfde energie kon vinden. Nummers als There is a Light That Never Goes Out zijn daar een goed voorbeeld van.
Sander: Ik heb The Smiths ook pas later ontdekt, dat is echt een enorme inspiratiebron voor het doorontwikkelen van mijn zangstijl. Ik was vroeger heel erg geneigd om vooral strak, recht, hard en energiek te zingen; zangers als Morrissey (maar ook Chino Moreno, Maynard James Keenan en Thom Yorke) dagen mij nog steeds uit mijn eigen muzikale grenzen op te rekken.
Jeroen: Endtroducing van DJ Shadow: die sferische, jazzy kant die ik heel vet vond aan de hiphopbeats uit die tijd, maar nu dus met bizarre samples en sferen in plaats van de gebruikelijke raps. Extreem beeldende muziek die als een soort soundtrack voor stadswandelingen klinkt.
Welk live-concert heeft het meeste indruk op je gemaakt?
Steve: Een van de vele concerten die er als eerste uitspringt is een solo-met-band-show van Steven Wilson in 013 tijdens zijn Hand Cannot Erase tour. Verder een concert van de toen 70-jarige James Taylor in Tivoli, waar ik o.a. met Sjef was.
Sjef: Dat concert van James Taylor in Tivoli ja. Ik ben nog nooit zo onder de indruk geweest van een concert als toen. Elk nummer is een verhaal, waar je helemaal in meegenomen wordt. Alles, de teksten, de composities, elk klein accent in de muziek, raakt precies aan het juiste gevoel.
Roel: De Everywhere But Home Tour van Foo Fighters uit 2003. Dat was het moment dat ik écht verliefd werd op drummer Taylor Hawkins. Hier was de band in bloedvorm en speelden ze op de toppen van hun kunnen. Deze show blaast me nog steeds van mijn bank. Ik krijg dan dezelfde energie die je voelt als de lente begint. Het begin van iets nieuws. Dat gevoel is ongeëvenaard!
Sander: In 1996, toen onze familie in de Verenigde Staten woonde, heb ik Radiohead gezien tijdens hun OK Computer tour. Ze speelden in de 9:30 Club in Washington DC, een zaal zo groot als de oude Tivoli. Ik vond de band al heel erg tof, maar tijdens dat optreden gebeurde er iets magisch. Dit was geen gewoon alternatief bandje meer; je zag de geboorte van een legendarische act gewoon recht voor je ogen gebeuren. Ik was me op dat moment al zo bewust dat dit concert voor mij nooit meer overtroffen zou worden, en dat is ook zo gebleken. Ze speelden die avond nagenoeg al hun werk, inclusief alle B-sides en losse tracks als Bishop’s Robes en Talk Show Host in een set van minstens 3 uur. Kers op de taart: ik heb na dat optreden de handtekening van Ed O’Brien en Philip Selway gescoord:)

Welke recent uitgebrachte plaat zouden we móéten luisteren? Of welke nieuwe artiest moeten we in de gaten houden?
Roel: Het laatste album van Sting, The Bridge. Sting en The Police zijn sowieso al meer dan 20 jaar een inspiratiebron voor mij. Deze laatste plaat is prachtig met twee parels van nummers, For Her Love en If It's Love. Stings muziek is in mijn ogen een godsgeschenk.
Sander: Van bands uit de buurt vind ik Femme Fugazi heel vet. Daar gaan we zeker meer van horen.
Sjef: I Don't Live Here Anymore van The War on Drugs: lange, slepende nummers met een handjevol akkoorden, waar je je als luisteraar helemaal in kunt verliezen en waarin elke tel raak is. Tip: Harmonia's Dream.
Jeroen: Het Nijmeegse Geminga, een jazz/triphop-duo met Nederlandstalige teksten en prachtig verstild trompetspel. Ik zeg dat niet alleen omdat ik het artwork voor ze heb gemaakt, maar vooral omdat ze onlangs echt een prachtig album hebben uitgebracht.
Steve: Het album Fauna van de Britse band Haken. Deze band is al een hele tijd bezig, maar ik denk dat ze nu pas echt loskomen. Uit dezelfde hoek: The Ocean Collective. Verder kan ik iedereen aanraden om de Nijmeegse band Patch the Sky in de gaten te houden :-)