25 jaar Ugenda: Drager van de stad André Stufkens
Ugenda bestaat 25 jaar en publiceert daarom wekelijks een interview met een Nijmeegse cultuurmaker. Wie gaven de stad kleur met kunst, muziek, theater of festivals? En wat dreef hen? Persoonlijke verhalen over passie, drijfveren, en de toekomst van cultuur. Deze week aan het woord: André Stufkens. "De kracht en waarde van kunst en cultuur hebben alleen zin als je die met elkaar kan delen."
Hoe heb jij de Nijmeegse cultuursector zien ontwikkelen?
“Toen ik in 1979 in Nijmegen kwam te werken (SSgN) waren de gevestigde instellingen nog sterk naar binnen gericht, maar hadden jongeren, politieke activisten en kunstliefhebbers vanuit de tegencultuur het cultuurlandschap danig opengebroken en verrijkt met Doornroosje (1968), Creatief Centrum De Lindenberg (1972), het Filmhuis Nijmegen (1974), jazzmuziek (WIM 1975; Music Meeting, 1985) en kindertheater TeJAter TeNEEter (Badhuis, 1976). Het was een lokale culturele revolutie, die de stad structureel sprankelender en aantrekkelijker heeft gemaakt. De in Nijmegen geboren en internationaal befaamde kunstenaars Joris Ivens en de gebroeders Van Lymborch waren toen nog volslagen onbekend. Vanaf 1987 werd dat mijn missie: de grondleggers van die fraaie traditie van het realisme in de Nederlandse schilderkunst eind 14e eeuw en het 20e eeuwse vervolg daarvan met de grondlegger van de documentairefilm, bekend maken in binnen- en buitenland. Ze hebben veel overeenkomsten, het is de Nijmeegse bijdrage aan de Nederlandse kunstgeschiedenis.”
Heb jij een wens dat je graag zou willen zien in de ontwikkeling van de Nijmeegse cultuursector?
“Dat is altijd: je heel bewust zijn hoeveel talent er in Nijmegen is (bij professionals, amateurs, vrijwilligers, over de volle breedte, bij jong en oud), hoe uniek de geschiedenis van de oudste stad is, hoe bijzonder de sfeer in de stad is (omarmen met gastvrijheid, openheid, toegankelijkheid, diversiteit, verzoening, feesten) en dat met lef en in gezamenlijkheid uitstralen naar buiten, in het land en ver daarbuiten. Samenwerking is voorwaarde, tussen alle partijen: de overheid, de culturele-, kennis- en sociale instellingen en de vele betrokkenen, professionals en vrijwilligers.”
Wie heeft voor jou in culturele zin in Nijmegen het meeste betekend in de afgelopen 25 jaar?
“In het algemeen gaat het dan om een bijna onzichtbare, maar zeldzame, zichtbare sterke kracht in de stad: het leger aan vrijwilligers, dat elke dag paraat staat om kunst- en cultuurhistorische instellingen werkbaar en leefbaar te maken en te houden. Zij zijn de echte cultuurdragers van de stad, de zogenaamde ‘gewone mens’, die altijd ongewoon is. Ik was medeoprichter en 20 jaar bestuurder van het Cultuurhistorisch Platform Rijk van Nijmegen (CPRN) en iedere keer verbaast het me weer hoeveel deskundigheid en daadkracht daarin samengebald is, op zoveel fronten, bij zoveel instellingen. Binnen de clubs waar ikzelf actief ben -de Europese Stichting Joris Ivens en de Maelwael-Van Lymborch stichtingen- kijk ik met bewondering, respect en veel plezier naar iedereen die zich met inzet van de eigen talenten bijdraagt aan de verrijking van het profiel van Nijmegen. Dat maakt het voor mijzelf als vrijwilliger ook leuk om te doen. En als ik dan binnen die groep er twee uit wil halen dan zijn dat Thea Ivens-Nooteboom en Clemens Verhoeven. Beide zijn overleden, maar ik groet ze nog steeds. Voor mij begon alles over Joris Ivens met zijn zus in Nijmegen, met haar vrolijke, glinsterende ogen en humor, net als haar broer. Zij was een van de eerste vrouwelijke rechtenstudenten en de RU heeft een paar geleden aan pad op de campus naar haar vernoemd. Zij heeft het familiearchief overgedragen aan Nijmegen, zodat alles omtrent de familie Ivens in Nijmegen wordt bewaard, waar het thuishoort. Met Clemens had ik een bijzondere vriendschap, we dachten over alles hetzelfde, en steunden elkaar door dik en dun. We hebben samen eind 2002 de stichting Maelwael Van Lymborch opgericht en zo ontzettend veel gelachen. Letterlijk over straat gerold van het lachen (in Sicilië, voor Nijmegen-promotie).”
Wat is jouw bijdrage aan het culturele klimaat van Nijmegen?
“De Europese Stichting Joris Ivens en daarmee Ivens’ papieren archief naar Nijmegen gehaald, vanuit hier in 43 landen activiteiten opgezet en ondersteund, een filmtour door de VS en Canada bijvoorbeeld, symposia in Nijmegen, Parijs, Hanoi, New York, Israël, Hongarije, Berlijn, zijn films gerestaureerd en het onderzoek naar zijn werk op een hoger niveau gebracht, o.a. met boeken en een internationale DVD-box met 21 van zijn films, geheel door de Nijmeegse creatieve industrie vervaardigd. Deze kreeg de prijs van beste DVD op het festival in Bologna. Ik ben nu bezig met een boek over 50 jaar Filmhuis Nijmegen en zijn opvolgers (25 jaar LUX) voor Vantilt, een boek over Ernest Hemingway, Joris Ivens en de Spaanse Burgeroorlog voor de Cambridge University Press, en een internationaal boek over de historie van de nationale filmarchieven in 125 landen voor de FIAF. En elke maandag werken we in het RAN met Harko, Anne, Rick en Tiny aan de nieuwe inventarisatie van Ivens’ archief."
"De Stichting Maelwael Van Lymborch op- en uitgebouwd, sinds 2002 from scratch, met heel veel leuke mensen, in de eerste jaren als voorzitter en later als eerste directeur, met name het Van Lymborchfestival gedaan met Blijde Incomste en sinds de oprichting van de Stichting Maelwael Van Lymborch Studies de wetenschappelijke kant van hun kunst ook vanuit Nijmegen ontwikkelt, met innovatief onderzoek en inmiddels 5 boeken. Henk Beerten, nog immer actief, stelde al in 2003: we moeten Nijmegen een plek geven tussen Parijs, Chantilly en New York. En dat is gelukt. Dankzij Pieter Roelofs en Rob Dückers die in september 2003 ons plan omarmde om een expositie over de Van Lymborchs te maken in Museum Het Valkhof. Daar slaagden zij in een wonderbaarlijk korte tijd met groot succes in. En dankzij Peter van der Heijden die de 14e eeuwse kelders heeft ontdekt en in de Burchtstraat het Museum Maelwael Van Lymborch Huis opgezet, nr. 1 in Tripadvisor. Over een week, op 2 en 3 oktober, komen de wereldwijd meest vooraanstaande Van Lymborch deskundigen naar het Nijmeegse stadhuis voor een wetenschappelijke conferentie tgv die magnifieke expositie over de Très Riches Heures in Chantilly. Die conferentie vindt niet in Frankrijk plaats, maar hier in Nijmegen en zo hoort dat. Daar ben ik trots op. We hebben de kunstenaars hun authentieke Nijmeegse familienaam teruggegeven, die nu internationaal wordt aanvaard, hoe mooi is dat. En dan komt er nog een grote expositie (17 januari-6april 2026) Ver&Nabij in de Stevenskerk met een nieuwe internationale visie op hun kunst, die ik samen met Karin van Lieverloo (curator) en Maaike Kool mag maken. Vanavond gaat de Franse documentaire over de Van Lymborchs in première op de Franse nationale TV, met veel Nijmegen promotie.“

Kun je benoemen waarom een organisatie zoals Ugenda voor de culturele wereld in Nijmegen belangrijk is?
“De kracht en waarde van kunst en cultuur hebben alleen zin als je die met elkaar kan delen. En dat gebeurt binnen Ugenda. Samenwerken is voor-waarde, letterlijk: het is voor de waarde. Er gebeurt zoveel, we zijn zo bevoorrecht in ons deel van de wereld, dat kennisnemen van elkaar leuk, zinvol en noodzakelijk is.”
Wat is jouw one-liner voor onze (culturele) stad?
“Het onmogelijke mogelijk maken, vanuit de eigen kracht, dat is het leukste dat er is (mede met het oog op 'Nijmegen culturele hoofdstad van Europa in 2033')”
Over André Stufkens
André Stufkens (1955, Middelburg) studeerde aan de kunstacademie in Arnhem, en was van 1980 tot 2018 docent tekenen, kunstgeschiedenis, film en fotografie aan de SSgN. Sinds 1997 is hij directeur en vanaf 2018 voorzitter van de Europese Stichting Joris Ivens, die het Joris Ivens Archief beheert in het Regionaal Archief Nijmegen. André richtte in 2002 met Clemens Verhoeven de Stichting Maelwael Van Lymborch op waarvan hij lang voorzitter en directeur was. In 2002 was hij medeoprichter van ’t Span, een wooninitiatief voor verstandelijk gehandicapten. In 2005 was hij medeoprichter van het Cultuurhistorisch Platform Rijk van Nijmegen en in 2018 initieerde hij de Stichting Maelwael Van Lymborch Studies en startte de gelijknamige internationale boekenreeks. André publiceert in binnen- en buitenland en werd onderscheiden met de Gelderland Cultuurprijs, de ‘Il Cinema Ritrovato DVD Award’ (Bologna), de Zilveren Waalbrugspeld en het ridderschap in de Orde van Oranje-Nassau. Zijn boek over de geschiedenis van het Nederlands Filmmuseum werd genomineerd voor het beste filmboek (2016).
