Magistraal Heidevolk bewijst zich als headliner
In april beweerde ik al heel wijs dat Heidevolk eigenlijk een headliner had moeten zijn. Zondagavond waren ze dat wel. Toen in de rode zaal van Doornroosje, nu in een nagenoeg uitverkochte paarse zaal. In het kader van de 12 Provinciën Tour is staat Heidevolk vanavond voor het laatste optreden van 2019 in Nijmegen. Want waar kun je beter een tour afsluiten dan in je eigen Gelderland?
Heidevolk is een Gelderse band, die hart en ziel legt in nummers over bijvoorbeeld Saksenland. Ontzettend sympathieke muzikanten ook: tijdens hun optredens heerst er altijd een heerlijk relaxte sfeer en ze zingen ook nog eens in gewoon verstaanbaar Nederlands. Wat wil je nog meer?
Gelderland
Het is sowieso een behoorlijk Gelderse aangelegenheid vanavond, want in het voorprogramma staat het Veluwse Alvenrad. Oprichters Mark Kwint (zanger/gitarist) en Jasper Strik (zanger/toetsenist) worden bijgestaan door sessiemuzikanten, die zich kwalitatief uitstekend met de twee oprichters kunnen meten. De muziek is een soort combinatie van folkmetal met een dikke rand blackmetal. Kwints vette grunts vormen een mooi contrast met de cleane zang van Strik. Niet overal even zuiver, trouwens. Afgezet tegen de schoonheid van de instrumentale introductie van Bijter van Wolvee, valt dat echter in het niet. Alvenrad is de juiste opmaat voor de komende tocht door de geschiedenis van Gelre.

Alvenrad © Gerard van Roekel
Zoals altijd komt er bijna geen einde aan de hoeveelheid bandleden, wanneer Heidevolk op de klanken van Het oneindige woud het podium betreedt. Twee zangers, twee gitaristen, een bassist, een drummer, een violiste en een mevrouw die de nyckelharpa speelt, ook wel bekend als sleutel- of toetsharp. Vanaf de eerste tonen van Ontwaakt is de sfeer buitengewoon goed, bijna een gemoedelijke ons-kent-onsbeleving.
Een van de hoogtepunten is Ingwaz’ zonen, een bombastisch nummer, met tromslagen als enige muzikale begeleiding. De aanwezige Vikingen zingen uit volle borst mee. Een deel van hen neemt in rijen naast en achter elkaar plaats op de grond, waarbij ze naar voren en achteren bewegen als roeiden ze met zijn allen een groot schip.
Wanneer de laatste tonen van Urth overgaan in een soort pauzemuziekje, waarbij de bandleden het podium verlaten, ontstaat er een ietwat vreemde situatie. Het is immers nog te vroeg voor het einde. De verwondering gaat al snel voorbij als blijkt dat er akoestische gitaren, een akoestische bas en een cajon op het podium worden gesjouwd. Hallen van mijn vaderen spreekt akoestisch erg tot de verbeelding en echt kippenvel ontstaat, wanneer ze het Gelders Volkslied ook op die manier spelen, waarbij verschillende bezoekers met hun meegebrachte Gelderse vlag zwaaien. Indrukwekkend.
Interactie
Heidevolk is sowieso een indrukwekkende band. Niet alleen zijn hun nummers bombastisch en staan ze bol van de geschiedenis; ook de interactie met het publiek en de sympathieke manier waarop zij weer reageren op dat publiek, wekken indruk. Bovendien is Heidevolk een van de weinige bands die de stille krachten achter elk optreden - de kasteleins – steeds weer eert. Zo ook vanavond.
De interactie bereikt een hoogtepunt aan het einde van het optreden. Nog voordat bassist Rowan Roodbaert het ‘laatste nummer’ kan aankondigen, zwelt vanuit het publiek het ‘ahoe’-gebrul op. Wie bekend is met Heidevolk weet wat er komen gaat: Vulgaris Magistralis. Dit nummer van de Achterhoekrockers van Normaal is in de loop der jaren het visitekaartje geworden van Heidevolk. Bijna vierhonderd bezoekers brullen het vanavond mee. Samen met zwaaiende Gelderse vlaggen is dat écht een belevenis.



Getagd onder
-
WatHeidevolk
-
WaarDoornroosje