Skip to main content

Heidevolk had headliner moeten zijn

| Bertus Elings | Muziek
Heidevolk had headliner moeten zijn
Heidevolk | Foto: Gerard van Roekel

Op een gewone woensdagavond in april is er in Doornroosje een feestje voor een redelijk apart, in populariteit toenemend genre in de heavy metal: de zogenaamde folk metal. Op 24 april stonden Dalriada, Heidevolk en Týr in een uitverkochte Paarse Zaal. Geweldige avond, met maar één dissonant: de volgorde van de bands.

Drie vertolkers van bombastische metal met thema’s als mythologie, legendes en – in geval van Heidevolk – de historische Gelderse cultuur maken vanavond hun opwachting in Doornroosje. Een avond die in zekere zin is aan te merken als een voorproefje van wat ons tijdens het komende festival FortaRock op de zondag een beetje te wachten staat. Immers, met namen als Amon Amarth, Gloryhammer en Hammerfall zullen de Vikingen daar ongetwijfeld de sfeer bepalen.

Hongaars hoofdschudden

Het spits wordt al vroeg afgebeten door Dalriada, een uit Hongarije afkomstige band die ook daadwerkelijk in het Hongaars zingt. In eerste instantie is dat wellicht een beetje vreemd, maar als je erbij stilstaat dat Heidevolk een week geleden in Hongarije in het Nederlands stond te zingen, valt het ook wel weer mee.

Dalriada bestaat uit vijf muzikanten en één zangeres. Muzikanten die - traditioneel? - gekleed gaan in een lange rok. Geen kilt, nee, een rok. De zangeres heeft de broek aan. Ze is óf niet heel erg goed bij stem, óf de geluidsinstellingen laten te wensen over. Feit blijft dat het niet helemaal klinkt zoals gewenst. Wat wel mooi is, is dat de muziek is doorspekt van allerlei Hongaarse invloeden. Zo horen we regelmatig violen en fluitjes. Het is dan wel weer een afknapper om te constateren dat die instrumenten uit een synthesizer komen. De gitarist maakt veel goed; op zijn gitaarspel zou menig thrash- of speedmetalband jaloers zijn. Al met al is Dalriada goed voor een leuk feestje.

Semi-headliner

Als het aan de T-shirts niet al duidelijk is voor wie een groot gedeelde van het publiek eigenlijk naar Nijmegen is gekomen, dan wordt het dat wel zodra de zes mannen van Heidevolk het podium bestijgen. Ze worden onthaald als hoofdact, worden toegezongen als de hoofdact en ze gedragen zich als hoofdact. En, eerlijk gezegd, ze hadden dat – in elk geval vandaag, voor thuispubliek in Gelderland – ook moeten zijn. Týr had, voor vanavond, Heidevolk de eer moeten geven om te headlinen.

Heidevolk zet een set neer die klinkt als een klok. Met een enthousiasme dat niet onderdoet voor dat van het publiek, zingen ze klassiekers als Yngwaz’ zonen en Het Gelders volkslied. Met zwaarden en drinkhoorns in de hand brult het publiek het allemaal uit volle borst mee. Toch wel speciaal dat deze Nederlandstalige nummers het in het buitenland net zo goed doen als hier. Dat Heidevolk ook prima in staat is om tweetalig te zingen, bewijzen ze bij Een wolf in mijn hart, dat halverwege net zo makkelijk A Wolf in My Heart wordt.

Terwijl de band Hulde aan de kastelein zingt, stoot iemand mij aan: “Op deze manier krijgt het een aardig ‘Band Zonder Banaan-gehalte’, maar het werkt wel, qua sfeer.” Hij heeft gelijk. De sfeer is geweldig en beter dan bij hoofdact Týr.

Týr

Het optreden van deze vier mannen, afkomstig van de Faeröer, wordt door verschillende bezoekers uiteraard met enthousiasme beantwoord, maar de sfeer bij Heidevolk was beter. Desalniettemin is het optreden tof en onderhoudend. Er zou wat meer energie van het podium af mogen komen, maar daar staat tegenover dat Attila Vörös, die we kennen van Nevermore en Satyricon, virtuoos gitaar speelt.

Het venijn zit ’m hier in de staart. De laatste nummers die Týr vanavond speelt, met onder meer een fenomenale solo van drummer Tadeusz Rieckmann, maken enorm indruk, waarbij By the Sword in My Hand de kroon spant.

In tekst

Týr © Gerard van Roekel


Getagd onder

  • Wat
    Týr + Heidevolk + Dalriada
  • Waar
    Doornroosje
  • Wanneer
    24 april 2019