Skip to main content

Plan D: Bad Slippers met Nijmegenaar Bennie Wies

| Peter Verstraten | Column
Plan D: Bad Slippers met Nijmegenaar Bennie Wies

Laat ik de aankomende Vierdaagsefeesten aangrijpen om een omissie te herstellen. De Nijmeegse ‘Tiktok-sensatie’ Bennie Wies, een creatie van visagist Timothy Radstaat, geeft zaterdag een optreden op het Hertogplein van 16.00-16.20 uur. De volkse Bennie, met zijn flinke onderkin en wilde haren, verwierf bekendheid via allerhande filmpjes waarin hij zijn ongezouten mening geeft in plat Nimweegs over alledaagse beslommeringen, zoals het bezoek aan de tandarts, aan het UWV of aan een ‘all-you-can-iet’ restaurant (‘als ik nou een scheet laat, komt de Ooijpolder 30 cm lager te liggen’). Inmiddels heeft Wies ook een single gemaakt: Da ken tog nie? en speelt hij een hoofdrol in de onafhankelijke filmproductie Bad Slippers, een co-regie van Michael Winter en Ruben van der Meer.

Bad Slippers had een beperkte release, maar moest het vooral hebben van speciale voorvertoningen. Eén van die avonden betrof vier uitverkochte zalen van Vue Nijmegen tijdens een ‘meet the cast’-première op 27 februari (naast Wies was ook medehoofdrolspeler Ruben van der Meer aanwezig). De crime comedy ging daarna al snel online via Amazon Prime Video, en trok aardig wat bekijks, met in april negen dagen op rij de best bekeken film op de streamingdienst in Nederland.

Omdat het Filmfonds geen subsidie had toegekend aan het project van Van der Meer had die een ontoereikend budget. Hij kon de geschatte kosten van vijf ton niet zelf ophoesten en schonk cast en crew aandelen die pas verzilverd konden worden als de productie ook daadwerkelijk gereed zou komen. Bovendien smeerde hij de opnamedagen over een jaar uit: er zou gedraaid worden als de acteurs vrije dagen hadden, want hij kon hun beschikbaarheid eenvoudigweg niet afkopen.

Elise van Dam in de Volkskrant (van 18 februari) was weinig geporteerd voor de ‘sympathieke kneuterigheid’ van Bad Slippers. Naar haar idee sorteert Van der Meers ‘passieproject’ voor op een status als cultfilm, maar dan had de film óf echt grappig óf hallucinant slecht moeten zijn. Dat is volgens haar allebei niet het geval.Bad Slippers st 9 jpg sd low 1

The Big Lebowski

In haar recensie zinspeelt Van Dam enerzijds op het ‘succes’ van The Room (Tommy Wiseau, 2003), een zo klunzig in elkaar geknutselde film dat die faam vergaarde om alles wat onbedoeld mis was, inclusief de citeerbare, krakkemikkige dialogen. Terwijl Wiseaus film ‘hallucinant slecht’ is, is The Big Lebowski (Joel and Ethan Coen, 1998) het uitgesproken voorbeeld van de ‘echt grappige’ cultfilm. Althans, die reputatie heeft The Big Lebowski nu. Bij zijn oorspronkelijke uitbreng was de receptie tamelijk lauw en deed de film het zeer matig aan de kassa, want hij werd na het veelgeprezen en hecht doortimmerde Fargo (1996) door velen als een rommelige en warrige stoner film beschouwd.

The Big Lebowski behoort echter tot het slag zeldzame films waarvan alle nadelen na verloop van tijd in voordelen zijn gaan keren. En het mooie daarvan is dat je als makers niet kunt inspelen op zo’n wending. Zo’n gunstige kanteling kan een film enkel overkomen, die laat zich niet vooraf plannen. Oorspronkelijk werden allerlei scènes in The Big Lebowski als rare ongein in een incoherent, niet logisch na te vertellen plot opgevat – over kibbelende bowling-lapzwansen onder wie een nep-Joodse Vietnamveteraan, over een stel Europese muzikanten die zich The Nihilists noemen, over een pederast in een paarse jumpsuit, over vaginale kunst. Wat als los zand aan elkaar hing, werd steeds meer gewaardeerd om zijn losse structuur, mede omdat de personages zelf geen richting konden geven aan hun levens.

Koffievlek op tapijt

De Coen broers hadden maar wat aan gerotzooid zo leek het, en omdat ze dat zo onbekommerd hadden gedaan, groeide The Big Lebowski tot een cultmijlpaal uit. Het is een kenmerk van een dergelijk succes dat je het niet kunt herkauwen. De Coen broers hebben nog vaker films gemaakt die behoorlijk kierewiet zijn, zoals Burn After Reading (2008) en Hail Caesar! (2011), maar ondanks sterren als Brad Pitt en George Clooney bleven het laagvliegers. Juist dat maakt The Big Lebowski zo’n unieke film: er was volstrekt niets voorgekookts aan en om die reden kreeg de film, pas zo’n vier jaar na uitbreng, de volle wind in de zeilen. Die vertraagde receptie versterkte de uiteindelijke cultstatus.Bad Slippers st 8 jpg sd low

De plot in Bad Slippers wordt in gang gezet nadat een rijke kunsthandelaar uit zijn slof schiet, als zijn vrouw per ongeluk koffie morst op een tapijt waarop Churchill in 1939 de oorlog aan Duitsland zou hebben verklaard. Daarmee maakt Bad Slippers er geen geheim van dat die maar al te graag in de voetsporen van The Big Lebowski wil treden, want de o zo laconieke Jeff Lebowski is van nature behoorlijk zen mede dankzij zijn walvistapes, totdat een ‘Chinaman’ op zijn tapijt plast: ‘The rug tied the room together’. Door deze nadrukkelijke ‘nabootsing’ van een scène met een tapijt vervalt voor Bad Slippers het onbekommerde van The Big Lebowski en verliest de film – net als Burn After Reading en Hail Caesar! – al bij voorbaat veel van de ultieme charme die benodigd is voor een cultsucces. Het kan best leuk worden om een voorganger te imiteren, maar het wordt nooit even leuk.

De plot van Bad Slippers is tamelijk gammel, maar wat geeft het, want dat was die van The Big Lebowski ook. In de film van Winter en Van der Meer speelt Harold Goudsmit bij voorbaat een verloren wedstrijd: hij moet bij de AA-meetings allerlei gezwets aanhoren, hij heeft een opspelende hernia en zijn scooter hapert. Financieel gaat het hem en vriend Bennie niet voor de wind, want de ooit succesvolle zakenman Urwin de Windt heeft na cryptozwendel al zijn geld verloren en kan de van Harold gekochte auto niet afbetalen. Urwin heeft echter een ‘gouden’ tip: hij geeft het adres van een kunsthandelaar die een ‘echt’ drieluik van Picasso in de kamer van een slecht beveiligde woning heeft staan. Het zou appeltje-eitje moeten zijn.

Søren Lerby

Vanaf dat moment treedt de wet van Murphy in werking, waarbij voor Harold en Bennie, mede door hun eigen onhandigheid, tegenslagen zich steeds verder opstapelen. De zakenman, die een veeleisende zwangere vriendin heeft, zal een gunstiger lot beschoren zijn. Voor Van Dam was Bad Slippers niet ‘echt grappig’, maar ik vond veel vondsten behoorlijk humoristisch, hoe onzinnig ook: Bennie met zijn fascinatie voor sudoku’s, ook in de categorieën ‘killer’ en ‘samurai’; het voortdurende geëmmer in de lokale snackbar over slippers, pantoffels, sloffen en horecaklompen; gesprekken over huzarenslaatjes; en de discussies met de rijke kunsthandelaar Björn Lerby, die dus geen broer is van de Deense oud-voetballer Søren. Bad Slippers is al met al op z’n best met zijn cabareteske dialogen – en heeft een indrukwekkend lijstje aan cameo’s: Ricky Koole, Stefano Keizers, Horace Cohen, Ilse Warringa, en, jazeker, Jenny Arean.Bad Slippers st 10 jpg sd low

Niettemin wil ik toch ook een lans breken voor Bad Slippers als film en doe dat tegen de achtergrond van de Nederlandse cinema. In Plan C (Max Porcelijn, 2012) speelde Ruben van der Meer de hoofdrol van een politie-inspecteur die fanatiek meespeelt bij illegale pokertoernooien in Amsterdam-Noord. Omdat hij zijn gokschulden moet aflossen binnen een week tijd, verzint hij een plan om het kantoor met zijn gebrekkige beveiliging te laten overvallen. Terwijl hij normaliter grote verliezen lijdt, valt hem op de avond van de overval al het mogelijke geluk ten deel. Hij wil het plan afblazen, maar de door zijn vriend ingehuurde zwager laat zich niet meer vermurwen. Overigens heeft de ‘corrupte’ politie-inspecteur ook na zijn onbezonnen plan tot aan het eind het geluk aan zijn zijde.

Plan C was schatplichtig aan The Big Lebowski, en Bad Slippers is dat op zijn beurt aan beide films. De uitdrukking ‘een beetje de mooie jongen uithangen’, horen we in beide Nederlandse films. Net als Bad Slippers moest Plan C het indertijd zonder subsidie van het Filmfonds doen. Tijdens het Nederlands Filmfestival in 2012 werd de film van Porcelijn genomineerd voor Beste Film, en de jury van toen was genegen om de prijs aan Plan C toe te kennen, maar na het nodige dubben, gunden ze het Gouden Kalf alsnog aan Het meisje en de dood van Jos Stelling. Die keus was op zich te billijken, maar was de prijs aan Plan C geschonken, dan was het wel een statement geweest: dan zou een niet-gesubsidieerde misdaadkomedie de hoofdprijs hebben gekregen.

Straf

In het Nederlandse filmklimaat bestaat een blinde vlek voor dit type humoristische genrefilms. Een Gouden Kalf voor Plan C had als een bokaal van onderschatting gevierd kunnen worden. Of om het met een woordspeling in de geest van deze films te formuleren: het zou een trofee geweest zijn voor wat soms te bad-inerend wordt bekeken. Bad Slippers is in vergelijking met Plan C weliswaar de mindere van de twee, maar de ‘sympathieke kneuterigheid’ van beide misdaadkomedies is me al met al liever dan diverse Nederlandse arthouse producties die op basis van criteria als maatschappelijke relevantie wel subsidies hebben gekregen, omdat hun onderwerpen actueel en urgent zijn – of iets van gelijke strekking.Straf st 22 jpg sd low 1

Laat ik het zo stellen: als ik nu het Gouden Kalf zou mogen geven aan de Nederlandse film die mij sinds het laatste Nederlands Film Festival het best bevallen is, dan zou ik Straf van Merijn Scholte Albers en Tobias Smeets bekronen, al was het alleen al vanwege de hilarische hondenkidnapping, de verwarde bejaarde met zijn shag, de hysterische pillendealer en de stoethaspels in politie-uniform met hun profieltekening van een dikke en een dunne, zelf vervaardigd ‘met houtskool’. Oh ja, Straf is ook weer met, uiteraard, Ruben van der Meer (zie hem rennen op de achtergrond bij de foto hierboven).