Duivels charisma: Alain Delon in Plein Soleil
Als Plein Soleil (René Clément, 1960) te weinig erkenning heeft gekregen onder critici, dan heeft het met de tijd te maken waarin die is uitgebracht. Geschoten in de beste periode uit de filmgeschiedenis – naar mijn idee is 1959 het meest excellente filmjaar ooit – was deze geweldige Franse psychologische thriller niet het type film dat aansloot op de tijdgeest die volledig in de ban was van de nouvelle vague rondom Jean-Luc Godard en François Truffaut en rondom de rive gauche-cinema, met als ijkpunt Hiroshima, Mon Amour (Alain Resnais, 1959).
Daar komt nog bij dat regisseur Clément door Truffaut in zijn beroemde essay over de ‘politique des auteurs’ uit 1954 in negatieve zin werd genoemd, omdat het hem aan voldoende eigenzinnigheid zou ontbreken. Truffaut had namelijk zijn pijlen gericht op twee scenarioschrijvers, en omdat dit duo verantwoordelijk was voor het script van Cléments Jeux interdits (1952), kwam Clément op het lijstje van de ‘plaatjesmakers’, niet van de echte cineasten. Ofschoon ik de strekking van Truffauts essay onderschrijf, was ik het alleen nooit eens met zijn scepsis over Jeux interdits, want het is een alleszins fraaie verfilming van het gelijknamige boek van François Boyer uit 1947.
Misschien heeft het nog immer hoog gewaardeerde Jeux interdits – op IMDb heeft die een 8,0 als score – de reputatie van Clément meer kwaad dan goed gedaan. Het bracht hem in het ‘verkeerde’ kamp en bezorgde hem daarmee de naam van een bedaagde filmmaker. Zijn Plein Soleil gaf hem evenmin rugwind, want de film gold vooral als een zeer vaardig gemaakte thriller vol suspense, maar geen baanbrekend werk. Het was in het Frankrijk rond 1960 in de mode om genreconventies te tarten, niet om ze perfect uit te voeren.
Zes vertolkers
Plein Soleil heeft echter een op dat moment onvoorziene troef, en om die reden heeft die toch z’n plek in de filmgeschiedenis redelijk veiliggesteld. De vorig jaar op 88-jarige leeftijd overleden Alain Delon speelt de hoofdrol, en als 23-jarige is hij dan pas net aan zijn acteercarrière begonnen. Nu krijgt Delon vooral met zijn volgende film, het Italiaanse Rocco en zijn broers (Luchino Visconti, 1960), alle spotlichten op zich gericht, waarna nog vele memorabele rollen zullen volgen, maar dat Plein Soleil nu wordt heruitgebracht en twee opeenvolgende zondagen en twee woensdagen in LUX te zien is, heeft toch vooral te maken met het feit dat die titel heel goed staat in ’s mans loopbaanoverzicht.
Voor degenen die de serie Ripley, met Andrew Scott, hebben gezien (ik niet), in Plein Soleil wordt voor het eerst de door romanschrijfster Patricia Highsmith gecreëerde figuur Tom Ripley op filmdoek geïntroduceerd. Scott is inmiddels de zesde vertolker van Ripley, met behalve Delon ook Barry Pepper in Ripley Under Ground (2005), John Malkovich in Ripley’s Game (2002), Matt Damon in The Talented Mr. Ripley (1999) en Dennis Hopper in Der amerikanische Freund (1977).
Der amerikanische Freund was Wim Wenders’ geniale adaptatie van twee romans van Highsmith, Ripley’s Game, in 2002 overgedaan door Liliana Cavani maar veel minder goed, en van Ripley Under Ground, in 2005 opnieuw naar doek vertaald door Roger Spottiswoode in zonder meer de meest ondermaatse versie van een Ripley-film. Plein Soleil is gebaseerd op de roman The Talented Mr. Ripley en kreeg onder die titel een remake in 1999 door Anthony Minghella. Ook de Netflix-serie neemt dit boek als uitgangspunt.
Delon – demon - Damon
In Plein Soleil is de vader van Philippe Greenleaf in de veronderstelling dat Tom Ripley een studiegenoot is geweest van zijn zoon. Hij biedt hem geld om Philippe over te halen om vanuit Italië terug te keren naar Amerika. Op die manier raakt de tamelijk berooide Tom vertrouwd met de entourage rondom Philippe en diens vriendin Marge. Omdat Tom zeer bedreven is in imitaties, bootst hij Philippe in alles na, inclusief zijn handtekening. Hij vermoordt hem vervolgens op open zee en neemt Philippes plek in, waarbij hij Marge steeds wat op de mouw speldt. Komt Tom weg met zijn bedrog?
Er zijn mensen – best veel, zelfs, zag ik op een IMDb enquête – die de 1999 vertolking door Matt Damon de beste Ripley vinden. Dat is volstrekt onbegrijpelijk, omdat Damon het voor deze rol vereiste duivelse charisma ontbeert dat Delon wel heeft. Of om het als een woordgrap te presenteren: Delon is een betere charmante demon dan Damon. Anders dan die goedmoedig ogende Damon had de bijzonder aantrekkelijke jonge Delon een magnetische uitstraling waarachter je iets kwaadaardigs vermoedde wat extra sjeu gaf aan die rol.
Wat mij betreft is Plein Soleil om nog een andere reden te verkiezen boven The Talented Mr. Ripley. Delon maakt van Ripley een wat ondoorgrondelijke figuur. Hij speelt een psychopaat die je helemaal inpalmt maar die je tegelijkertijd ook koude rillingen bezorgt. Je krijgt als kijker nauwelijks greep op deze intrigant: hij blijft de lege en ondoorgrondelijke figuur die hij ook in de roman van Highsmith is.
In The Talented Mr. Ripley film van Minghella met Matt Damon worden door de makers psychologische motieven toegevoegd aan de vertelling. Er wordt aangekaart dat Ripley met onderdrukte homoseksuele gevoelens worstelt, en dat dient te fungeren als een verklaring voor zijn verknipte gedrag.
Venus van Milo, met twee armen
Volgens de Sloveense cultuurfilosoof Slavoj Žižek hanteert Minghella’s remake van Plein Soleil een tactiek, die hij typeert als het ‘opvullen van gaten’. De film met Damon uit 1999 voegt een motief van onderdrukte homoseksualiteit toe aan het karakterprofiel van de Ripley uit Cléments film. Door dit extra motief presenteert The Talented Mr. Ripley zich als psychologisch rijker dan Plein Soleil.
Voor de goede orde, Žižek vindt het een tamelijk bespottelijke pretentie. Het is een werkwijze alsof je de beroemde sculptuur van de eenarmige Venus van Milo een tweede arm aanmeet. Dat wat zo tragisch ontbreekt in het oorspronkelijke beeldhouwwerk wordt ‘opgevuld’, alsof de Venus van Milo nu pas ‘heel’ is. Op min of meer identieke wijze vult The Talented Mr. Ripley een leemte: onderdrukte homoseksualiteit ontbreekt in Plein Soleil, zo doen de makers van de remake het voorkomen, omdat zulke heimelijke verlangens indertijd niet straffeloos konden uitgesproken. Maar omdat zij (ten onrechte) menen dat 1999 een meer verlicht jaar dan 1960 is, denken ze zo het taboe te kunnen opheffen.
The Talented Mr. Ripley manifesteert zich als een verbeterde versie van Plein Soleil, omdat we het hoofdpersonage nu beter kunnen begrijpen. Precies dat is een lachwekkende misvatting, want het is juist de ondoorgrondelijkheid van Ripley die hem tot zo’n onbehaaglijk en adembenemend personage maakt. Maar dat moet u vooral voor uzelf uitmaken, want u kunt Plein Soleil op doek in LUX bekijken, op zondagen 13 en 20 juli en op woensdagen 16 en 23 juli.
Ik las een kleine zomerstop in. De volgende bijdrage in deze rubriek kunt u weer lezen vanaf maandag 11 augustus.