De hoed
Weddenschap over politiek en film
Met regelmaat schrijft onze columnist Ted Chiaradia een stukje over wat hem bezighoudt op cultureel gebied, wat hij meemaakt, wat hij vindt of – zoals in dit geval, – over Wim Wenders, een van Teds helden en (de hoed van) Ronald Plasterk.
Iedereen heeft het er nu over: wordt Ronald Plasterk onze nieuwe minister-president? Zelf heb ik er al langer een weddenschap over lopen om een goede fles wijn. Ome Roon, hij is er ijdel genoeg voor. Vroeger als minister paradeerde hij altijd al met op zijn hoofd een opvallende hoed en met van die eigenaardige, net te grote stappen. Tegenwoordig vermaard columnist en de spreekbuis voor Alt Right Nederland. Zelf heb ik er nooit kennis van genomen, geen Wakker Nederland voor mij, en heel simpel ik lees geen krant die fout was in de oorlog.
Uit zijn tijd als minister van Onderwijs en Cultuur kan ik me geen wapenfeiten herinneren. Wel had hij de vreemde gewoonte om de gasten die zijn werkkamer betraden te fotograferen. Het gesprekje dat ik ooit met hem had was te kort, te onbeduidend om op de gevoelige plaat te zetten. Genoeg kennissen van mij zijn echter wel in het fotoarchief van De Hoed beland.
Nog even terug. Jaren geleden, ergens in het voorjaar van 2009 ontving de befaamde Nederlandse cameraman Robby Müller de Bert Haanstra Oeuvreprijs. Een prestigieuze prijs, die uitgereikt werd door onze minister van Cultuur in Paradiso. In aanwezigheid van tal van internationale cinemaprominenten, onder wie Wim Wenders en Jim Jarmusch, voltrok zich een uiterst gênant tafereel. Het was Ronald Plasterk die zich ineens leek te presenteren als cameraman, als een soort collega. Hij gebruikte de volledige ruimte om meer dan een kwartier uit te wijden over zijn bijzondere liefde voor de fotocamera, zijn eigen prestaties en vooral zijn inmiddels opgebouwde archief. Misplaatste trots en ijdelheid verspreidde zich als een aerosol over de zaal. De in 2018 overleden Robby Müller was in die tijd al zwaar ziek, maar de gelauwerde cameraman kreeg nauwelijks tot geen aandacht – ijdele man die Hoed, dat was de meest milde conclusie in de zaal dat moment.
Welnu, op die legendarische avond in 2009 in Paradiso, sprak ik Wim Wenders. Over welk een betekenis hij wel niet heeft gehad voor een hele generatie filmliefhebbers, onder wie mijzelf. En wat hij betekend heeft voor de hele Nederlandse Filmhuizencultuur. Op het eerste gezicht was de filmmeester niet zo onder de indruk van wat ik te berde bracht, te vaak al hoorde hij die onzin dat hij een inspiratiebron en zo belangrijk was. Het gesprek werd interessant toen hij vertelde alle rechten kwijt te zijn van al zijn oude Duitse klassiekers. Door schimmige deals had hij er geen zeggenschap over en kon hij mij ook niet helpen als ik die films nog eens zou willen vertonen.

Afgelopen zomer verscheen Wenders voor een lezing heel onverwacht op het Filmfestival van Bologna. En wat bleek? Met een Stiftung (stichting) was hij erin geslaagd om al zijn filmrechten terug te kopen en, belangrijker, er weer zeggenschap over te krijgen.
Een meer dan interessante discussie ontstond toen hij oprecht van mening bleek dat, nadat de film eenmaal in première was gegaan, het kunstwerk eigenlijk automatisch publiek bezit zou moeten zijn. En dat kunst per definitie, ook film en muziekrechten, geen middelen zijn om te speculeren. Nu hoorde en voelde ik eindelijk weer iets van het oude engagement en passie terug van mijn grote held uit de jaren 70 en 80. Het kwartje was gevallen waarom hij een hele generatie destijds zo inspireerde. En laat nu net in het kader van hun vijftigjarig jubileum in Filmtheater Focus Arnhem Wenders’ meesterwerk uit 1976 Im Lauf der Zeit vertoond worden.
Deze zomer hoop ik Wenders weer te ontmoeten In Bologna. Hij zal er zijn vanwege 40th Anniversary van zijn meest beroemde werk Paris Texas, de Gouden Palm winnaar van Cannes 1984. De oogverblindend mooie fotografie van Robby Müller, de slidegitaarmuziek van Ry Cooder, de indrukwekkende rol van Harry Dean Stanton en niet het minst de internationale doorbraak van Nastassja Kinski, het blijft iconisch.
Waarom ik destijds teleurgesteld was in Paris Texas, weet ik niet meer. Te commercieel wellicht, te veel kleur. Ik verkoos Broadway Danny Rose van Woody Allen. Een tragikomedie over de oude Joodse showbizzscene van New York. Gedraaid in fraai zwart wit, het had de hand van Robby Müller kunnen zijn. Woody Allen speelt zelf de hoofdrol, Danny Rose een weinig succesvolle theateragent van variétéartiesten. ‘The talent agent who handles with some of the largest no-talents’. Een blinde xylofoonspeler, een muzikante met wijnglazen, de goochelaar met één arm, de ballonvouwkunstenaar, een hondendresseur, een blonde hypnotiseur, het passeert allemaal de revue. En ergens doet die Danny Rose me nu aan Ronald Plasterk denken. Hoe ook hij nu met zijn tweederangsartiesten een kabinet in elkaar moet sleutelen. The show must go on! En als je de film goed bekijkt, let dan vooral op Mia Farrow. Met haar grote blonde pruik lijkt zij sprekend Mona Keijzer. ‘Star, smile, strong!’
Een andere weddenschap die ik al jaren heb lopen draait om de vraag waarom Wim Wenders eigenlijk niet kan filmen. Die vraag parkeer ik wegens gebrek aan ruimte voor een andere keer. En anders zal Peter Verstraten hem beantwoorden – zie ook zijn column Oogkleppencinema versus obsceen-hoopvolle cinema over Perfect Days (Wim Wenders) versus The Old Oak (Ken Loach).
Maar ga wel naar zijn Im Lauf der Zeit en geniet van de ellenlange cinematografische roadtrip in het prachtigste zwart wit van Robby Müller. Twee mannen in een busje langs de voormalige Oost-Duitse grens ogenschijnlijk zonder enige dramatische handeling. Bekijk daarna zijn laatste Japanse werk Perfect Days nog een keer en vergelijk. Allemaal van hetzelfde, maar oh zo meesterlijk! Alleen daarom al is het geweldig dat Im Lauf der Zeit weer in Arnhem te zien is op 2 en 6 februari.